Fortini over dichter Mao Zedong in een Italiaanse versie

Een inleiding van Franco Fortini over dichter Mao Zedong op de Italiaanse vertaling van diens gedichten. Hieronder volgt een Nederlandse vertaling van Fortini’s opmerkelijke tekst.  Mao’s gedichtenbundel verscheen in 1969 bij een Romeinse uitgever.

Fortini over dichter Mao Zedong in een Italiaanse
Mao Zedong (1893-1976) aan zijn schrijftafel

Inleiding

Over de poëtische kwaliteit van deze verzen van Mao Zedong is het bijna ondoenlijk om iets te zeggen. In China zijn het begrip poëzie, de maatschappelijke betekenis ervan en de traditionele klanken volledig anders dan bij ons. De ondoorgrondelijkheid die inherent is aan alle oosterse lyrische poëzie, ons onvermogen komt om de relatie te begrijpen, zeker zeer belangrijk en waarschijnlijk doorslaggevend, die de auteur moet hebben gesmeed tussen de ceremoniële handeling van het schrijven van verzen volgens seculiere canons en zijn eigen verlangen naar vernieuwing, zowel als de grootste leider van een van de grootste menselijke revoluties aller tijden als als theoreticus van literaire activiteit.

Het is echter noodzakelijk de lezer te waarschuwen, omdat wat hij op de volgende pagina’s vindt niet zozeer een vertaling is zoals men die uit een westerse taal zou kunnen verkrijgen. Het gaat eerder om een transpositie, die schijnbaar is ontdaan van de historiografische context. Niet minder noodzakelijk is het hem te waarschuwen voor een oppervlakkige scepsis waarmee hij deze verzen zou kunnen benaderen. Maar nee, men zal dat Mao Zedong een groot politicus en revolutionair is, en daar twijfelt men nietover, maar pogen hem tot een dichter te maken lijkt te veel op de vleierij, die de machtigen van vroeger en nu met veel gemak dulden of accepteren.

Hoewel men – zie bijvoorbeeld het commentaar van de criticus en dichter Tsang Kehchia – een zeker overdreven enthousiaste niet kan uitsluiten, geloof ik dat de westerse lezer tegenover deze gedichten niet dezelfde houding van ironisch begrip zou moeten innemen als tegenover de verzen van de jonge Marx en Lenin of de romans van Napoleon of Garibaldi. Met name niet omdat in China de typisch christelijke-middeleeuwse tegenstelling tussen de letterkundige en de handelende mens nooit heeft bestaan. De ambtenaren en de beoefening van de literatuur vonden hun identificatie in klasse van de mandarijnen.

Nu is het waar dat Mao Zedong leeft in een dimensie van cultuur en practisch handelen die zeer ver staat ​van de keizerlijke ambtenaren, maar het is ook waar dat hij de klassieken van de Chinese romans en poëzie grondig kende. Hij wist bovendien dat vele keizers van de Han-, Liang-, Tang– en Wei-dynastieën gedichten schreven. Het beoefenen van de traditionele dichtvormen waaraan hij welbewust vasthoudt, is een test van elegantie en kracht van de aristocratie van de ziel, die niet alleen verzoend moet worden met de democratie van de daad, maar daarvoor ook de reden is.

‘Schrijf niet zoals ik,’ adviseerde Mao in een brief van 12 januari 1957, toen hij besloot zijn oude en recente composities te verzamelen. ‘Jongeren zouden niet moeten schrijven volgens oude metrische regels en in de taal van de klassieken, die voor de massa onbegrijpelijk is.’ Waarom schrijft hij dan in de stijl van de antieken – de wanhoop van vertalers – vol literaire en historische toespelingen? Het enig mogelijke antwoord lijkt mij: omdat de enige manier voor hem om gevoelens en kwesties van alles dominerende urgentie, zoals de oorlogsepisodes en de opbouw van het socialisme, op afstand te houden, is door ze in het oneindige perspectief van het verleden te plaatsen.

Misschien ligt de psychologische wortel van het onverbiddelijke realisme van mannen als Mao juist in het vermogen om afstand te houden van diezelfde realiteit waarin ze lijken te zijn ondergedompeld.

Lenin raakte geïrriteerd door het luisteren naar Beethoven en de gedachte dat mannen die in staat waren zoveel te creëren en ervan te genieten, ook al zaten zij vast in een verachtelijke maatschappij. Mao, tijdens de bivakken van de Lange Mars, combineerde levendige beelden van de zojuist voorbije dag met de sinds eeuwen gezuiverde en geabstraheerde ritmes. In Lenin viel een duizend jaar oud voluntarisme wonderbaarlijk samen met de dwang van de noodzaak. Kon men in de ogen van Mao niet de ironische wijsheid, de onthechte neerbuigendheid en zelfs de sereniteit zien die de grootste van het Oosten kenmerkt?

Het is al meer dan vier jaar geleden, op een stralende dag in Kiangsu, dat ik mij door een van onze jonge tolken de tweede strofe van De Berg Liupan meer dan eens vroeg te spellen, te dicteren en te verklaren. Het ongelooflijke China, het andere gezicht van onze planeet, dat in onze herinnering de heldere maar abstracte kleuren van de verte aanneemt, verandert in een onvoorstelbaar snel tempo.

En onze visie op het land zal in een paar jaar tijd zijn verouderd: ‘De berggodin, als ze er nog is, zal doodsbang zijn om haar wereld zo veranderd te zien,’ zei Mao Zedong na het overzwemmen van de Jangtsekiang. ‘Als ze er nog is…’, voegde hij toe. En deze ontroerende en ironische hypothese gaat zowel over het oude als het nieuwe China. Een recent anoniem volksliedje, waarin het verleden wordt ontkend, maar waarvan de termen nog steeds naar het heden worden vertaald, geeft hem een antwoord:

Geen Jadekeizer nu in de hemel,
Geen Drakenkoning op aarde;
De Jadekeizer ben ik,
De Drakenkoning ben ik!
Ik beveel de Drie Bergen en de Vijf Pieken:
‘Maak ruimte, ik ben hier!’

De verzen in deze bundel zijn geschreven door een van de meest geheimzinnige en publieke, strenge en meest kritische mannen van onze eeuw. Laten we daarom deze verzen lezen, om de directheid en onmiddellijkheid die zij in hun Italiaanse verschijning konden behouden. Neem bijvoorbeeld het beroemde ‘Sneeuw’ waarvan Brecht een bewerking opnam in een van zijn dichtbundels. Het is een lyrisch gedicht waarin het pathos van afstand en geschiedenis waar ik hierboven over schreef, voelbaar is, en dat men vindt in de composities ‘Pei Tai Ho’ en ‘Antwoord aan Liu Ya-tse.

Uit tienduizenden li, geschilderd met oude rituele inkt door een broederlijke en moderne hand, komen zo enkele woorden voort uit het immense discours van werk en vreugde, van pijn en hoop dat – ook voor ons terneergeslagenen of afgeleiden – de bevolking van communistisch China in deze jaren uitspreekt.

 

Aantekeningen bij Fortini over dichter Mao Zedong in een Italiaanse versie

  • De Italiaanse versie van Mao’s bundel verscheen voor het eerst in 1959 bij uitgeverij Avanti.
  • In 2023 verscheen een nieuwe uitgave: Mao Zedong, Poesie, Luni Editrice, Milano, 144 pp. Met een inleiding van Oliviero Diliberto. De vertaling uit het Chinees en redactie van Isabella Doniselli Eramo.
  • Van de Italiaanse tekst is hier een PDF voor download.
  • In 1976 publiceerde het tijdschrift Chinese Literatuur een geïllustreerd themanummer gewijd aan de poëzie van Mao Zedong. Hier is de voorkant.
  • W.L. Idema, Spiegel van de klassieke Chinese poëzie van het Boek der Oden tot de Qing-dynastie. Amsterdam: Meulenhoff, 2000, 6e druk.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.