Corrado Govoni’s sonnet Handencultus uit 1903

Het gedicht

Corrado Govoni's sonnet Handencultus

Handen zijn een belangrijk thema voor beeldende kunstenaars en voor schrijvers van poëzie en proza. In de dagelijkse omgang drukken Italianen elkaar bij de begroeting de hand. Gedurende de ruim twee jaar pandemie bleef die eeuwenoude omgangsvorm achterwege. Een week geleden gaf ik iemand na twee jaar onthouding spontaan een hand. Het stemde mij tot nadenken. Ik bedacht dat ik ooit  een vertaling maakte van Corrado Govoni’s sonnet Handencultus. Het verscheen voor het eerst in 1903. De Italiaanse titel is ‘Culto di mani’, dat ‘Handencultus’ werd. Ik trof deze samenstelling trouwens niet in het Nederlands aan.

Men deelt Govoni gewoonlijk in bij een tiental auteurs die onder de ‘schemerdichters‘ in de literatuurgeschiedenis een plaats vonden. Het woord verwijst niet naar een school of beweging, maar duidt op gedeelde stijlelementen en concentratie op en waarneming van het alledaagse. De ‘beweging’ ging teloor rond 1920, maar haar invloed werkte door in de Italiaanse poëzie tot ver in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Handencultus

O zuivere handen, handen van nonnen
bedreven in het bidden van de rozenkrans,
oude handen van onbuigzame ijver
lijkend op die in de reliquien!

O onkuise handen, handen van dames
bedreven in alle handelingen der lusten,
vlezige handen als leliën in bloei
in de miniaturen der getijdenboeken.

Alle handen. Wetende handen
van courtisanes of gifmengsters
aan ‘t mooie kleden betasten gewoon.

De heldenhanden van geduldige martelaren,
handen van lesbiennes en keizergemalinnen!
En de weduwenhanden op de portretten!

Toelichting

Literatuurhistorici wijzen voor dit sonnet naar invloeden van Maurice Maeterlinck, Gabriele D’Annunzio, maar ook naar Georges Rodenbach. In het geval van D’Annunzio is er een interessante verwijzing naar het gedicht Le mani, De handen.  Het lied staat in de bundel Poema Paradisiaco. Van Rodin zijn de hieronder afgebeelde handen.

Corrado Govoni's sonnet Handencultus

 

Aantekeningen bij Corrado Govoni’s sonnet Handencultus

  • Govoni publiceerde het sonnet Handencultus voor het eerst in de bundel Le fiale. De eerste druk dateert uit 1903 en werd uitgegeven door Francesco Lumachi te Florence.  In 1948 kwam er een nieuwe editie. In 1983 volgde een nieuwe uitgave waarin ditmaal ook de afdeling ‘Vas luxuriae’ werd opgenomen. Die gedichten gaven aanstoot en vonden daarom geen plaats in de uitgave van 1903.
  • Zie ook de auteurspagina Corrado Govoni.
  • De afbeelding Etude de deux mains croisées is een schets van Jean-François Millet.
  • De afbeelding De kathedraal (uit 1908)  is van Auguste Rodin. Zie hier voor het Musée Rodin.
  • Het woord ‘handencultus’ komt voor in een tekst over Strindberg in De Vlaamsche Gids uit 1924. Maar dat is onmiskenbaar een scanfout. Zie hier.
  • Ik vond in het Nederlandse literaire tijdschrift Mandala een kort verhaal van Jacques Hamelink getiteld ‘Handen’, hier een pdf.  (In: Mandala, n° 2, zomer 1975, pp. 32-33.)

 

Corrado Govoni Het trompetje – Een gedicht

Catharina Ypes vertaalde van Corrado Govoni Het trompetje voor haar bloemlezing uit 1960. Het gedicht verscheen voor het eerst in het begin van de 20° eeuw. Aan het taalgebruik te zien, zijn we aan het begin van het tijdperk van wat men noemt de ‘schemerdichters’. Hier volgt eerst de vertaling van Yps gevolgd door enkele opmerkingen over varianten

Het trompetje

Dit alleen is nog over
van het feest met al zijn tover:
dat kleine trompetje;
het blik is blauw en groen geverfd,
het mondstuk als een tand zo blank ,
waar een klein meisje op blaast,
dat blootsvoets door de velden zwerft.
Maar in die lange, schrijnende klank
leven de witte en rode paljassen,
leeft het orkest met zijn gouden rumoer,
de draaimolen met de paarden, het orgel en de lichtjes:
zo, als in het laatste druipen van de goot
de hele verschrikking van de stormbui leeft,
de schoonheid van de bliksemschichten en de regenboog;
zo, als in het vochtige lichtje van een vuurvlieg,
dat dovend op een blad van de heidestruik beeft,
het hele wonder van de lente leeft.

La trombettina

Ecco che cosa resta
di tutta la magia della festa:
quella trombettina,
di latta azzurra e verde,
col bocchino bianco come un dente
che suona una bambina
camminando scalza per i campi.
Ma in quella nota sforzata e gemente
ci son dentro i pagliacci bianchi e rossi,
c’è la banda d’oro rumoroso,
la giostra coi cavalli, l’organo e i lumini:
come nel sgocciolare della gronda
c’è tutto lo spavento della bufera
la bellezza dei lampi e dell’arcobaleno;
nell’umido cerino d’una lucciola
che si sfa su una foglia di brughiera,
tutta la meraviglia della primavera.

Uit: Poesie scelte: 1903-1918, Ferrara: Taddei, 1918. Deze bloemlezing werd door de auteur gemaakt. Zes jaar later zou hij hetzelfde gedicht in een licht afgeslankte vorm opnemen in de bundel Il quaderno dei sogni e delle stelle, Milaan: Mondadori, 1924.

De vet gemarkeerde woorden heeft Govoni in de versie van 1924 weggelaten. Zie hieronder voor het gedicht uit 1924. Catharina Ypes had misschien beter deze versie kunnen vertalen.

La trombettina

Ecco che cosa resta
di tutta la magia della festa:
quella trombettina,
di latta azzurra e verde,
che suona una bambina
camminando, scalza, per i campi.
Ma in quella nota sforzata
ci son dentro i pagliacci bianchi e rossi,
c’è la banda d’oro rumoroso,
la giostra coi cavalli, l’organo, i lumini.
Come nel sgocciolare della gronda,
c’è tutto lo spavento della bufera,
la bellezza dei lampi e dell’arcobaleno;
nell’umido cerino d’una lucciola
che si sfa su una foglia di brughiera,
tutta la meraviglia della primavera.

Aantekeningen bij Corrado Govoni Het trompetje

  • Klik hier voor informatie over de ‘schemerdichters’.
  • Het gedicht vindt men in Catharina Ypes, in: Olijven en zilveren populieren, pp. 20-21.

 

Buddingh vertaalde Corrado Govoni in 1951

Een speciale Gids gewijd aan Italië

De Gids van september-oktober 1951 was een Italiënummer. Het bevat werk van zeven Italiaanse  dichters. De Nederlandse dichter C. Buddingh vertaalde Corrado Govoni (1884-1965). In het Gidsnummer staat  van hem een gedicht van drie strofen met de titel Verlaten straat. Het gaat over de straat die naar een kerkhof leidt. Zonder twijfel een droevig gedicht, maar lezenswaard. Govoni publiceerde het aanvankelijk al in 1903. Hij was toen nog net geen twintig. Buddingh vertaalde Corrado Govoni

Verlaten straat

Verlaten straat temidden van je tuinen,
vol fletse bloemen en droefgeestigheid,
straatje dat op de dodenakker uitkomt,
waarheen mijn heimwee mij zo dikwijls leidt.

Straat zonder één geluid, waar ’t onkruid welig
tiert als op een oud, vochtig kloosterplein;
vervallen steegje dat de sfeer bewaard houdt
van veel processies en waskaarsenschijn.

Hoeveel lijkstoeten maakten hier de sombre
gang waarvan nooit iemand is weergekeerd?
Hoeveel lijkstoeten met de trieste rozen
waarmee de mens de mens nog eenmaal eert?

Hieronder het Italiaanse origineel.

La via della certosa

Strada disabitata, in mezzo a gli orti
pieni di fiori e di malinconia,
strada che mena al soggiorno dei morti
che frequenta la mia nostalgia :

strada silenziosa, dove l’erba
prospera come in vecchio monastero,
solitaria straducola, che serba
come un sentor di ceri e di mistero.

Quante bare passarono, per questa
via da cui non si ritorna mai !
quante bare emigrarono a la mesta
devozione dei funebri rosai !

Talune erano simili ad altari
di festa ( oh come bianche le corone ! ) ;
ed eran altre simili a calvari
di lutto, e senza alcuna orazione :

strette casse di gracili fanciulli
morti tra i fiori, morti d’ etisia,
corpicciuoli ravvolti in fini tulli
di amare lacrime e di liturgia ;

lunghe casse di poveri mendichi
la cui vita fu un’ agonia lenta :
vecchi senza famiglia, mendichi
di cui nessuno piange e si rammenta.

O tristezza d’ andare al camposanto
senza la compagnia di qualche fiore,
tristezza de la bara senza pianto
che procede per l’ ultime dimore !

La stradicciuola è stretta in mezzo a gli orti
pieni di rose e di malinconia…
Oh pensate, pensate a tutti i morti
che passarono lungo questa via !

Nog iets over de vertaling

Bij nader toezien bleek dat er iets niet klopte. In het Italiaans vertaal je ‘verlaten straat’ met ‘strada deserta’ en in Govoni’s bundel Poesie scelte 1903-1918 staat een gedicht met precies die titel: La strada deserta (p. 18). Toen ik de vertaling met het origineel vergeleek, bleek echter dat Budding een ander gedicht had vertaald.

Het staat in dezelfde bundel, maar op de pagina’s 29-39. De titel is ‘La via della Certosa’ en omvat acht strofen. Ik weet niet of Buddingh ze allemaal vertaalde en inleverde. Mogelijk vond de redactie het te lang en besloot slechts de eerste drie kwatrijnen af te drukken en de titel uit het eerste vers over te nemen.  Redactioneel gezien misschien te rechtvaardigen als je maar één pagina hebt. Of de vertaler-dichter met deze handelwijze gelukkig was…

Aantekeningen bij Buddingh vertaalde Corrado Govoni

  • Uit Poesie scelte (1903-1918). Nuova edizione riveduta ed accresciuta. A. Taddei & Figli, 1920. pp. 29-30. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in Govoni’s bundel Armonia in grigio et in silenzio, 1903.

 

Corrado Govoni De genoegens – Een gedicht

Het onderstaande gedicht van Corrado Govoni De genoegens kwam voor het eerst in druk in 1907. De dichter tot de literaire stroming die men sinds 1910 aanduidde met de naam Schemerdichters, ofwel: Crepuscolari. Het ging om een tiental dichters die toetertijd veel succces boekten. Zie hier voor een kort overzicht.

De genoegens

De blauwe luchten van de lentezondagen.
De sneeuw als een witte pruik op het dak.
De wandeling van de geliefden langs het kanaal.
Broodbakken op zondagmorgen.
De maartregen die op de grijze dakpannen klettert.
De bloeiende blauweregen klimt langs de muur.
De witte gordijnen voor het raam van het klooster.
De klokken van zaterdag.
De aangestoken kaarsen bij de relikwieën.
De verlichte spiegels in de kamers.
De rode bloemen op het witte tafellaken.
De gouden lichten die ’s avonds op gaan.
De schaduwen van bloed die sterven op de muur.
De rozenbladeren op het bed van de zieken.
Pianospelen op een feestdag.
De koekoeksroep in het weiland.
De katten in de vensterbank.
De witte duiven op de daken.
De malva in de pannen.
De bedelaars die eten bij de ingang van de kerk.
De zieken in de zon.
De meisjes die hun gouden haren kammen in de zon bij de deur.
De vrouwen die zingen aan het raam.

Toelichting

"CorradoHet gedicht (hier in mijn vertaling) komt uit de bundel De mislukkelingen (Gli aborti), uitgegeven in Ferrara in 1907. (Het Italiaanse substantief ‘aborto’, meervoud ‘aborti’, heeft als gangbare  hedendaagse betekenis ‘abortus’, maar dat is hier niet van toepassing.) In dezelfde bundel plaatste Govoni een soortgelijk gedicht van 40 verzen, getiteld ‘De zondagse dingen’, (Le cose che fanno la domenica).

De Venetiaanse literatuurcriticus en taalkundige Pier Vincenzo Mengaldo gaf er de naam ‘verzen-zinnen’ aan. Dit lijkt me een ‘zinnige’ vaststelling. Men zou eraan kunnen toevoegen, dat de afwezigheid van het werkwoord nóg een opmerkelijke trek van deze verzen is. De lezer springt bij en doet dat natuurlijk met liefde.

Aantekeningen bij Corrado Govoni De genoegens

  • De Italiaanse tekst van het gedicht in deze pdf: Le dolcezze
  • Zie de auteurspagina over Corrado Govoni.