Sergio Corazzini De kat en de maan. Een gedicht

Het sonnet van Sergio Corazzini De kat en de maan verscheen in 1904 in het satirische tijdschrift Marforio. Eerst volgt de Nederlandse vertaling en vervolgens het origineel.

De kat en de maan

Maan in de hemel, lamp boven de deur.
Vannacht stierven de sterren,
wolken waren de draagbaren,
de kaarsen van de dragers flikkerden.

Hij zwierf van kerkhof naar kerkhof,
alleen, met hongerige pupillen, vurig
rood van de onafgebroken kwellingen,
de enorme kat, de kat groot en zwart,

Alsof de duistere nacht al in hem was
gematerialiseerd door betovering.
Hij gaat nu, komt weer met de wind, en als die

plots het licht dooft, liggen op de weg
twee sterren waarin de vrome maan
rijst in zijn zoete verwondering.

Sergio Corazzini De kat en de maan. Een gedicht

Het Italiaanse origineel

Il gatto e la luna

Luna nel cielo, lume su la porta.
Questa notte morirono le stelle,
le nuvole hanno fatto da barelle,
lampeggiarono i ceri della scorta.

Vagò, di cimitero in cimitero,
solo, con le pupille avide, rosse,
ardenti per continuo tormento,
il gatto enorme, il gatto enorme e nero,

come se in lui la notte atra si fosse,
materiata per incantamento.
Or va, torna col vento, ma se il vento

spegne il lume ad un tratto, nella via
rimangono due stelle in cui la pia
luna in sua dolce meraviglia è assorta.

Jacobus van Looy

Bij het lezen van Corazzini’s verzen

Vannacht stierven de sterren,
wolken waren de draagbaren

moest ik denken aan het gedicht Kerstnacht van Jacobus van Looy uit 1915. Dit is de vijfde strofe:

Ik weet het, ik weet de nacht
Is over de aarde gebracht.
En dat de wolken waren
Als wijlen van doodenbaren.

Het is zeker niet onmogelijk dat Jacobus van Looy het gedicht De kat en de maan van Sergio Corazzini kende en dat de laatste twee verzen van de geciteerde strofe er door werden geïnspireerd. Wij kennen immers Van Looys fascinatie voor katten en wie herinnert zich niet zijn korte verhaal De dood van mijn poes.

Aantekeningen bij Sergio Corazzini De kat en de maan

Sergio Corazzini De kat en de maan. Een gedicht

  • Het satirische tijdschrift Marforio verscheen vanaf 1863 bij diverse uitgevers en in wisselende afmetingen. Het gedicht van Sergio Corazzini verscheen in het nummer dat op 19 oktober 1904 werd gepubliceerd. De afmetingen waren 28 x 41 cm. Om het satirische karakter kracht bij te zetten, was het tijdschrift ruim voorzien van illustraties. Voor het beeld van de riviergod Marforio in Rome, zie bijvoorbeeld deze wikipedia pagina.
  • Zie voor Jacobus van Looy hier.
  • Klik hier voor het overzicht van alle kattengedichten op dit weblog.

 

 

Raffaello Baldini De Kat. Een gedicht

Raffaello Baldini De Kat. Een gedicht

Net als zijn andere gedichten schreef Raffaello Baldini De kat in het dialect van de Italiaanse regio Romagna, waar hij in 1924 werd geboren. Dat was in het stadje Santarcangelo di Romagna, maar hij stierf in Milaan in 2005.

De kat

De kat die we zijn vergeten, niet aan hebben gedacht
toen we in Mercatino zijn gaan wonen,
later hebben ze ons gezegd dat hij dagenlang
rond het huis heeft gelopen, miauwend in de tuin,
en aan de deur heeft gekrabd,
tot Rigo van Farell hem heeft meegenomen
naar huis en opgegeten.

E’ gat

Che gat ch’a se sémm  zcórd, ch’a n gn’ avémm péns
quant a sémm avnú stè me Marcadéin,
dop i s’à détt che l’è stè dè e dè
a ziré tònda chèsa, a gnulé tl’órt,
a raspè ma la pórta,
fintent ch’u n l’à tólt sò Rigo ‘d Farell
e ch’u l’à pórt chèsa e u s l’è magnè.

Iets over de dichter

Zijn eerste bundel publiceerde Baldini voor eigen rekening in 1976 toen hij tweeënvijftig was. De bundel E’ solitèri (De eenzame) kreeg ruim aandacht en instemming van toegewijde lezers. In 1982 volgde de tweede bundel, maar nu bij Einaudi, getiteld La nàiva (De sneeuw). Daarin staat ook het hier vertaalde gedicht. Zijn debuut wordt ook in Einaudi uitgave opgenomen. Vier van de zes bundels die Raffaello Baldini publiceerde, kregen een belangrijke literaire prijs. Baldini schreef ook een toneelstuk (1993) en satirisch proza (1967).

In Milaan werkte hij eerst als copy-writer en later als journalist voor het Milanese weekblad Panorama.

Aantekeningen bij Raffaello Baldini De Kat. Een gedicht

  • Het gedicht De kat is opgenomen in de bloemlezing Italiaanse dichters van 1945 tot 1995. De samenstellers zijn: Marco Cucchi en Stefano Giovanardi, Poeti italiani del secondo Novecento. Milaan: Mondadori, 1996, p. 704. Van Baldini’s gedichten in het dialect geven de bezorgers een Italiaanse vertaling onderaan de pagina. Ik heb daarop mijn Nederlandse versie gebaseerd. Dit is de Italiaanse versie:
    • “Quel gatto che ci siamo dimenticati / non ci abbiamo pensato quando siamo venuti ad abitare a Mercatino, / dopo ci hanno detto che è stati giorni e giorni / a girare intorno a casa, a miagolare nell’orto, / a raspare alla porta, / finché non l’ha raccolto Rigo di Farell / e l’ha portato a casa e se l’è mangiato.”
  • Zie hier een wikipedia pagina over de auteur in het Italiaans en het Engels.
  • Ga naar het overzicht van Italiaanse kattengedichten op dit weblog.

 

Giovanni Pascoli De Poes. Een gedicht uit 1885

Het onderstaande gedicht van Giovanni Pascoli De Poes dateert uit 1885.

De Poes

‘t Was een verwaarloosde poes, die hoorde
bij niemand, ze was al oud en had een jonkie.
Op een nacht (door de schoorsteen
huilde en brulde de storm)

trok ‘t geluid van een bede mij naar de deur,
en daar stond ze, met haar zoontje bij zich.
Met een lieflijk zetje duwde ze ‘t stakkertje
aan mijn voeten en verdween in de zwarte nacht.

Een diepzwarte nacht, vol pijn en leed!
Gebrul en gesnik, schril gelach en scherp gegil
droeg de wind vanuit de woestijn.

En de regen sloeg met veel lawaai,
Tegen de muren en de vensters.
‘t Lag te spinnen het kleintje, tevreden.

Het Italiaanse origineel

La Gatta

Era una gatta, assai trita, e non era
d’alcuno, e, vecchia, aveva un suo gattino.
Ora, una notte, (su per il camino
s’ingolfava e rombava la bufera)

trassemi all’uscio il suon d’una preghiera,
e lei vidi e il suo figlio a lei vicino.
Mi spinse ella, in un dolce atto, il meschino
tra piedi; e sparve nella notte nera.

Che nera notte, piena di dolore!
Pianti e singulti e risa pazze e tetri
urli portava dai deserti il vento.

E la pioggia cadea, vasto fragore,
sferzando i muri e scoppiettando ai vetri.
Facea le fusa il piccolo, contento.

Massa, 1885

Een enkele opmerking

Pascoli schreef het sonnet in het metrum endecasillabe, hendecasyllabus, dat in de Italiaanse poëtische traditie domineert. De versregel bevat elf lettergrepen en het belangrijkste accent valt op de tiende lettergreep. Er worden twee modellen onderscheiden.
6 + 10 genaamd: hendecasyllabus a maiore
4 + 8 + 10
genaamd: hendecasyllabus a minore
4 + 7 + 10 genaamd: hendecasyllabus a minore di settima
Bij de variant a minore di settima verschuift het accent van 8 naar 7. Niet zelden geeft men de eerste terzine van de Goddelijke Komedie als voorbeeld:

Nel mezzo del cammin di nostro vita
etternalmente rimanendosi una
in forma dunque di candida rosa

Dat de regels niet absoluut zijn zal niemand verbazen, noch dat het aantal varianten en nieuwe opvattingen in de loop der eeuwen zijn gegroeid.
Het rijmschema van Pascoli’s gedicht is ABBA ABBA CDE CDE.

Mijn vertaling blijft dicht bij de tekst om het verhaal dat Pascoli wil vertellen zo goed mogelijk over te brengen. Die vertaalopvatting heeft als gevolg dat ik moet afzien van het rijm.

Aantekeningen bij Giovanni Pascoli De Poes. Een gedicht uit 1885

  • Bron: Giovanni Pascoli, Poesie varie di Giovanni Pascoli. Raccolte da Maria [Pascoli]- Seconda edizione riordinata ed aumentata. Bologna: Zanichelli, 1914.
  • Voor andere gedichten van Italiaanse auteurs met hetzelfde thema zie hier.

 

 

Kattengedicht van Giuseppe Belli Een sonnet uit 1831

De negentiende-eeuwe Romeinse dichter Giuseppe Gioachino Belli schreef in het dialect van zijn stad ruim 2200 sonnetten. Uit die omvangrijke productie koos en vertaalde Arthur Hartkamp er 250. In het sonnet hieronder het grappige verhaal van twee ‘spelende’ katten op een dak. Hun spel wordt onderbroken door een lafhartige kroegloperen en leidt tot de dood van een van de twee onschuldige schepsels. Na Hartkamps verdienstelijke vertaling volgt de tekst in het Romeinse dialect uit die tijd. Ten slotte een enkele aantekening bij het kattengedicht van Giuseppe Belli.

DE DOOD IS ZEKER, HET TIJDSTIP ONZEKER

Twee poezen zaten op de nok van ’t dak,
vlakbij mijn raam, te mauwen. Pais en vree.
Ze speelden rustig en op hun gemak
dat spelletje dat heet ‘maak drie van twee’,

toen plotseling die lummel uit ’t café
naast de Madonna della Pietà
iets naar ze toe gooide dat huppetee!
de rust van ’t ogenblik geheel verbrak.

Die arme beesten! Bezigheid verstoord.
Maar honderd keren erger nog is dat
ze beide naar beneden zijn gestort.

En na de doffe klap die werd gehoord,
koos één van hen meteen het hazenpad;
de ander stierf, zonder één stichtelijk woord.’

MORTE SCERTA, ORA INCERTA

Staveno un par de gatti a ggnavolà
In pizzo ar tettarello accant’a mmé,
Ggiucanno in zanta pace e ccarità
A cquer giuchetto che de dua fa ttre:

Quanto quer regazzaccio der caffè
Accosto a la Madon de la Pietà
J’ha ttirato de posta un nonzocché
Che l’ha ffatti un e ll’antro spirità.

Povere bbestie, j’è arimasta cqui!
Ma cquer ch’è ppeggio scento vorte e ppiú,
Sò rrotolati tutt’e ddua de llí.

Doppo lo schioppo c’hanno dato ggiú,
Uno s’è mmesso subbito a ffuggí,
E ll’antro è mmorto senza dí Ggesú.

Aantekeningen bij een Kattengedicht van Giuseppe Belli

  • Kattengedicht van Giuseppe BelliDe afgebeelde voorgevel van de kerk Santi Bartolomeo e Alessandro dei Bergamaschi was eerst die van de in vers 6 genoemde kerk Santa Maria della Pietà, die in 1725 haar naam verloor. De kerk is vlak om de hoek bij de Piazza Colonna.
  • Giuseppe Belli, Een monument voor het gewone volk: Sonnetten uit het negentiende-eeuwse Rome. Vertaald en toegelicht door Arthur Hartkamp. Amsterdam: Atheneum—Polak & Van Gennep, 2020, p. 48.
  • De bloemlezer en vertaler Arthur Hartkamp verschaft in zijn heldere inleiding waardevolle informatie over de dichter Belli en diens werk en tijd. Zie over Hartkamp deze wikipediapagina.
  • De Italiaanse tekst nam ik over uit: Giuseppe Gioachino Belli, Tutti i sonetti romaneschi. A cura di Marcello Teodonio. Rome: Newton e Compton editori, 2005. Vier delen. Het hier afgedrukte sonnet n° 255 in deel I, p. 277.
  • Ga naar het overzicht van Italiaanse kattengedichten op dit weblog.
  • Harry L. Prenen (1915-1992) publiceerde in het tijdschrift De Tweede Ronde (1984, n. 2) zijn vertaling van drie sonetten van Belli. Zie hier op de DBNL website.