Het Colosseum blijft bestaan volgens de Romeinse archeoloog Sabatino Moscati. Hij heeft gelijk. En bovendien, als het Colosseum overeind blijft, dan ook de stad. Dat verband legde lang geleden al de Eerbiedwaardige Beda. Moscati verwees naar Beda in 1979 toen hij in een krante-artikel schreef over een aantal vonsten in de gewelven van het Amfitheater van Flavius. Moscati was niet alleen een verdienstelijke archeoloog, maar ook een schrijver van zeer leesbare teksten over zijn vak. Met het onderstaande stuk begint een verzameling van zijn journalistieke bedragen.
In de rij voor het Colosseum
De wegen die vanaf de omliggende heuvels naar de beroemde vallei leiden, kunnen we na bijna tweeduizend jaar nog steeds afdalen. Ze brengen ons naar de plaats die ooit moerassig was en werd drooggelegd om plaats te maken voor het beroemdste monument van de oude stad. Laatst zag ik eindeloos lange rijen geduldige Romeinen voor de ingangen staan. Net zoals dat vroeger gebeurde als ze naar de gladiatorenshows gingen kijken. Er zeker een verschil in kleding, taal en vervoermiddelen tussen toen en nu, maar het verschijnsel is nog steeds hetzelfde en je vraagt je af waarom.
Waar komt die hartstochtelijke belangstelling voor het monument na duizend jaar aan zijn lot overgelaten te zijn vandaan? Het antwoord kan meteen gegeven worden: in 1979 werden de kelders van het gigantische gebouw voor het publiek opengesteld. Twee kleine ruimtes werden ingehuldigd, met getuigenissen en reconstructies van het leven op deze plek. Recent ontdekte materialen bracht mer er samen. En het is bekend hoe het publiek wordt geboeid door aan het licht gebrachte nieuwe vonsten over reeds bekende en beroemde monumenten. Wat men van de traditie reeds weet, wordt daardoor immers aangevuld en geïntegreerd.
De verrassende vonsten
Deze enorme belangstelling van het publiek wordt opgewekt omdat de vonsten niet betrekking hebben op de kille monumentaliteit van de kunst, maar op de levendige actualiteit van het toen zo bescheiden dagelijks leven. Eind vierde eeuw stond het Colosseum op het punt te worden verlaten. Een onverwachte instorting een afvoerkanaal het afvalmateriaal uit het gebouw in de afvoer. Archeologen hebben dat afval nu teruggevonden.
Het zijn eenvoudige dagelijkse zaken, maar zeer interessant. Ze troffen pitten aan van perzike, pruimen en olijven, van meloenen en pompoenen, maar ook resten van vijgen en bramen. Wat betekent dit anders dan het onweerlegbare bewijs van wat de toeschouwers tijdens de spelen bij zich hadden en aten? Het was misschien ongemanierd om de restjes zomaar weg te gooien en niet in de vuilnisbakken, maar dat doet aan het belang ervan niets af.
Overblijfselen van dieren werden ook aangetroffen: botten van leeuwen, stieren, everzwijnen, herten en beren. Een goed bewaarde berenschedelvond men ook. Dat de toeschouwers deze dieren hadden verorberd lijkt niet wel denkbaar. De meest waarschijnlijke verklaring is dat het om dieren gaat die tijdens de voorstellingen zijn gedood. Er is een lijst bewaard gebleven van de dieren die in 249 na Chr. werden geofferd ter gelegenheid van het eerste millennium van de stichting van Rome, en die lijkt verrassend veel op wat uit de vondsten naar voren komt.
Dierenresten
Overblijfselen van dieren werden ook aangetroffen: botten van leeuwen, stieren, everzwijnen, herten en beren. Een goed bewaarde berenschedelvond men ook. Dat de toeschouwers deze dieren hadden verorberd lijkt niet wel denkbaar. De meest waarschijnlijke verklaring is dat het om dieren gaat die tijdens de voorstellingen zijn gedood. Er is een lijst bewaard gebleven van de dieren die in 249 na Chr. werden geofferd ter gelegenheid van het eerste millennium van de stichting van Rome, en die lijkt verrassend veel op wat uit de vondsten naar voren komt.
Een andere suggestieve en raadselachtige vondst is een sieraad van glasmoes met de afbeelding van een dansende maenade. Van grote rijkdom getuigt het niet, maar het heeft toch zijn waarde. Men kan zich afvragen waarom het tussen het afval terecht kwam. Bij wijze van hypothese kan men zich voorrstellen dat het tijdens de voorstellingen per ongeluk uit de hand van een dame is gegleden. Als die veronderstelling juist is, hoe lang zal zij er dan tevergeefs naar hebben gezocht!
Graffiti
Nog steeds in het kader van concrete en curieuze nieuwigheden, toont de nu verzamelde documentatie de inscripties die op de treden waren aangebracht. Daarop ziet men de namen van degenen voor wie de plaatsen waren gereserveerd. Het lijken de voorlopers van de huidige abonnementsplaatsen in het stadion. Met documenteert ook tekeningen die wellicht wat grof maar soms zeker effectief in de steen zijn gegraveerd met het doel om de wedstrijden en overwinningen te herdenken. Toen bestonden er immers geen kranten waarin de atleten werden verheerlijkt en hun afbeeldingen gereproduceerd. Men gebruikte deze meer elementaire, maar in bepaalde gevallen niet minder expressieve vorm.
Eén van de laatste ontdekkingen in het gebied rondom het Colosseum is de gigantische ‘tulband’, gemaakt van pozzolaankalk en vuursteenblokken, die de duizenden tonnen van het gebouw ondersteunde. Claudio Mocchegiani Carpano doet al een paar jaar onderzoek naar deze ring. Natuurlijk wist men in het verleden dat er funderingen waren, maar pas nu is de consistentie en aard ervan vastgesteld. Met hulp van boringen konden afzonderlijke punten van de bodem grondig worden onderzocht en laboratoriumanalyses van het materiaal hebben de natuur ervan vastgesteld. De hoogte van de ‘tulband’ heeft men ook kunnen vaststellen: ongeveer dertien meter.
De ontdekking van oudere structuren dan de huidige is een nieuwtje dat van grote invloed zal zijn op de geschiedenis. En de betekenis ervan dat er vóór de bekende constructie een andere bestond, bescheiden maar zeker. Zoals men weet gaat de oorsprong van het gebouw terug op Vespasianus. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat Nero, die de vallei drooglegde en bouwde in de buurt van het beroemde Casa d’Oro, de inspirator zou kunnen zijn geweest van dit ‘Colosseum vóór het Colosseum’.
Functie
Alle hierboven besproken ontdekkingen worden ter plaatse geïllustreerd. Het is een afdoende verklaring voor de hernieuwde belangstelling voor het belangrijkste monument van de stad. Maar er is nog iets belangrijks toe te voegen: het Colosseum was, zoals we goed kunnen zien, geen gebouw zoals vele andere die ter ere van het rijk werden opgericht, of althans, het diende niet alleen dat doel.
Het was ook, en vooral voor de menigte, wat vandaag de dag het voetbalstadion is, de plaats waar de Romeinen sinds mensenheugenis enthousiast naar sportwedstrijden kijken. Ze waren misschien anders, ze waren misschien bloederig, maar toch altijd wedstrijden, met hun teams en hun favorieten. Op feestdagen, toen nog meer dan nu (zonder het alternatief van bioscoop en televisie), begaf men zich daarheen voor een langverwachte afleiding.
Sociologen zullen spreken van een uitlaatklep voor spanningen die anders niet konden worden weggenomen. En godsdiensthistorici nemen een erfenis van begrafenisceremonies die hun oorsprong vinden in de Etruskische culten waar. De angstaanjagende wreedheid van de slachtingen van dieren en mensen blijft echter als een schaduw op de Romeinse beschaving rusten. En ook al omdat er ook keizers betrokken waren, die in andere opzichten zeer… En de duisternis is dieper, als men bedenkt hoe omvangrijk het fenomeen was. Het aantal genummerde plaatsen in het amfitheater, dat men met een kaartje kon betreden, bedroeg ongeveer vijftigduizend.
De lijdensweg
Het Colosseum kent een teloorgang, of beter gezegd een lange lijdensweg, na de val van het Romeinse Rijk. Maar deze lijdensweg eindigt, in tegenstelling tot andere, niet met de dood. Er zal de huidige vernedering zijn van de reductie tot verkeerseiland, er zal erosie zijn veroorzaakt door luchtvervuiling en trillingen van vliegtuigen, maar er zal geen dood zijn. En de reden werd twaalf eeuwen geleden plechtig verkondigd door de Eerbiedwaardige Beda, en tot nu toe door niemand weerlegd: ‘Zolang het Colosseum standhoudt, zal Rome standhouden; wanneer het Colosseum valt, zal Rome vallen; wanneer Rome valt, zal de wereld vallen.’
Aantekeningen bij Sabatino Moscati over het Colosseum In Rome
- Sabatino Moscati, Nuove passeggiate romane. Storie e paesaggi da riscroprire. Newton Compton editori. Roma, 1980, pp. 11-15. De onderstaande tekst verscheen op 28 januari 1979 in het dagblad Corriere della Sera.
- Over Sabatino Moscati is een wikipediapagina beschikbaar.
- Zie hier voor een overzicht van de artikelen over het Colosseum op deze website.

