Vincenzo Consolo over Palermo Een inleiding uit 1997

Het onderstaande artikel ‘Vincenzo Consolo over Palermo’ is een vertaling van zijn inleiding op een boekje over de stad. Twaalf bekende auteurs die over Palermo schreven, komen aan het woord. We vinden citaten van Boccaccio, Natalia Ginzburg, Goethe, Piovene, Sciascia, etc.

Het rood van Palermo

Palermo is rood. Palermo is een meisje. Rood zoals we ons voorstellen dat Tyrus of Sidon waren, of Carthago, of als het purper van de Feniciërs. Een meisje omdat ze slapend en onbeweeglijk is. Zij is tevreden met haar eigen schoonheid. Sinds jaar en dag wordt  zij gedomineerd. Weelderig en loom strekt zij zich uit in een bekken dat in een halve cirkel wordt beschermd door hoge heuvels. In het zuiden behoeden deze haar voor de winden uit Afrika en in de richting van de zee eindigen ze in de twee bolwerken van de Monte Cofano en de Monte Pellegrino (volgens Goethe de mooiste kaap ter wereld).

De beschutte kom zorgt ervoor dat planten — zelfs de meest exotische en zeldzame — wortel kunnen schieten en groeien. Of integendeel juist ontaarden, zoals gebeurt met de Paul Neyron rozen in de tuin van de vorst van Salina. We spreken over dit bekken in de tegenwoordige tijd, maar eigenlijk moeten we naar het verleden verwijzen, want een afschuwelijke golf van beton heeft inmiddels de beroemde Conca d’Oro bedolven en daarmee, zoals Rosario Assunto zegt, één van ’s werelds lichten gedoofd.

Vincenzo Consolo over Palermo Een inleiding uit 1997
Het Gouden Bekken van Palermo.

Historisch Palermo

Palermo is niet alleen prehistorisch en Sicaans, maar Punisch of Fenicisch, Grieks, Latijns en Byzantijns. Van dit gevarieerde verleden bleven slechts enkele vage namen over: onder de Feniciërs schijnt de stad Ziz te hebben geheten, wat ‘bloem’ betekent. Er resten ons geen tufstenen stèles of beelden van Astarte, noch marmeren zuilen voor de goden van de Olympus. Bijna alle archeologische vondsten die in het museum worden bewaard, zijn afkomstig van andere locaties: Himera, Solunto, Selinunte, Lilibeo…

Een historiografische realiteit werd Palermo pas vanaf 827, het jaar dat de moslims in op Sicilië landden. ‘Als een zwerm bijen’ overspoelden zij het hele eiland, schreef de monnik Erchempertus.  Hun emirs kozen Palermo, dat zij Balarm noemden, als zetel van de diwan en als hoofdstad van de drie valleien van Sicilië. Onder de moslims groeit Palermo, wordt verfraaid en een stad van handel en weelde. In het Middellandse Zee gebied betwist zij Córdoba en Kairouan het primaat.

De kosmopolitische stad

Palermo had in werkelijkheid geen sterke band met de zee, ook al gaven de Grieken haar de naam Panormos (volledige haven). De door muren beschermde stad was gebouwd op een heuvel. Aan de voet waarvan twee rivieren liepen: de Kemonia en de Papireto. Deze verhoging vormt ook vandaag de dag nog het meest monumentale deel van de stad. Vanaf die tijd en gedurende de gehele Romeinse en Byzantijnse periode onderging de stad geen veranderingen. De overschrijding van de nauwe grenzen en de smalle muren vindt pas plaats onder de islamitische overheersing.

Bij de Sicilianen, Grieken, Longobarden en Joden voegden zich nu een nieuwe, omvangrijke bevolking van Arabieren, Berbers, Perzen en negers. Deze bewoners, zo verschillend van ras, gewoonten, taal en religie, maken van Palermo de eerste grote kosmopolitische stad van de hoge middeleeuwen. Buiten de muren breidt de stad zich uit naar de zee, in de richting van de oude haven, de Cala. Hier verrijst de nieuwe versterkte citadel met het paleis van de emir en het arsenaal. Daaromheen ontstaat de wijk Kalsa en samen met de wijken van de Slaven (Schiavoni), de Borgo Nuovo en de Joden vormen zij het nieuwe gezicht van Palermo.

Onder de moslims wordt Palermo een belangrijk handelsknooppunt. De haven is een verplichte tussenstop voor pelgrims die vanuit Spanje naar Mekka reizen. Het is de stad van de driehonderd moskeeën, de talrijke openbare baden en de van mensen krioelende soeks. Een echo van deze markten is nog steeds terug te vinden in de huidige markten van de Vuccirìa, Ballarà (Suk-el-Balhars), de Capo en de Luttarini (Suk-el-Attarin).

De schoonheid van Palermo

Onder de Noormannen en de Zwaben werd  dit Palermo monumentaler. Byzantijnse, Arabische en Normandische ambachtslieden schiepen gezamenlijk architectonische meesterwerken als de Cappella Palatina, de Kathedraal S. Giovanni degli Eremiti, Santa Maria dell’Ammiraglio en de Dom van Monreale. Voor de heersers uit het Noorden schiepen zij voorstedelijke villa’s met namen als Zisa, Favara en Cuba. Dit Palermo met zijn unieke Normandische en Moorse aura, met zijn kerk-moskeeën, zijn mozaïeken, zijn kloostergangen, zijn tuinen en zijn schitterende rode koepels, overleefde eeuwenlang.

Het doorstond het Angevijnse en het Aragonese tijdperk, waarin machtige feodale families – zoals de Ventimiglia, Chiaramonte, Sclafani, Palizzi, Rosso, Alagona, Peralta en Abatellis – hun versterkte paleizen en koninklijke residenties bouwden. Het overleefde de Spaanse onderkoningen en de Bourbons, en bleef tot aan de negentiende eeuw vrijwel intact.

Aan het einde van de 16e eeuw werd de Maqueda weg geopend. Hij stond loodrecht op en kruiste de belangrijkste reeds bestaande Càssaro (of Toledo) straat, die vanaf de hooggelegen citadel afdaalt naar de zee. Deze twee wegen snijden de stad orthogonaal door en verdelen haar in vier wijken, in vier labyrinten. Op het kruispunt verrees het barokke Piazza Vigliena, ook wel bekend als de Quattro Canti. Het plein vormde, samen met de Kathedraal, het Palazzo Reale, en de pleinen Piazza dei Bologni, Piazza Pretoria, Piazza Marina en het Foro Borbonico, één van de bezienswaardigheden die de Italiaanse en buitenlandse reizigers van de achttiende en negentiende eeuw het meest boeiden.

Van de Gouden Eeuw van de Florio’s naar de Moderne Tijd

Op het tijdperk van koningen en onderkoningen, van vorsten en baronnen, volgde de burgerlijke periode van de Florio’s. Dit wilde zeggen commercieel, industrieel en financieel ondernemerschap. Maar de naam Florio stond ook voor een hernieuwd elan in de bouwkunst. Het betekende de architectuur en stedelijke herstructurering van de beide Basiles, van Giachery en van Damiani Almeyda. Het bracht nieuwe paleizen, villa’s, theaters, boulevards, tuinen en pleinen voort, uitgevoerd in dat specifieke neobarok dat we kennen als Liberty of Art Nouveau.

Na de ondergang van het Florio-tijdperk volgden diepe slaap en verwaarlozing, maar bovenal een tijd van blinde en gewelddadige vernietiging. De Amerikaanse bombardementen van 1943 (waar  Lampedusa over schrijft) verwoestten een van de grootste en interessantste historische centra van het Middellandse Zeegebied.  In de jaren zestig kwam de TNT en de maffia heerschappij. De maffia en de politieke macht vonden elkaar in een triomfantelijke, perfecte symbiose. Hun volgehouden en beledigend arrogante samenwerking. Gezamenlijk verwoestten zij het oude Palermo en bouwden in de plaats ervan een nieuwe stad. De puinhopen in het centrum nagelaten door de oorlog lieten zij  onaangeroerd.

De TNT niet meer aangewend om Liberty-villa’s en historische paleizen op te blazen of tuinen te vernietigen en er grauwe flatgebouwen neer te zetten. Het TNT werd nu gebruikt om bloedbaden aan te richten en de moedigen die de strijd tegen de maffia aanbonden te vermoorden. Maar dat is de geschiedenis van gisteren, die we allemaal kennen.

Aantekeningen bij Vincenzo Consolo over Palermo

  • Over Vincenzo Consolo (1933-2012) bestaat een website, zie hier. De Italiaanse tekst kan men ook daar vinden.
  • Vincenzo Consolo, “Introduzione”, in: Zeppelin, città raccontate da scrittori. Palermo, pp. 7-10. Diario della settimana, Roma 1997. Reeks: I libri di diario, n. 7.

Vincenzo Consolo over Palermo

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.