Umberto Eco Waarom boeken het leven verlengen

Het artikel van Umberto Eco Waarom boeken het leven verlengen verscheen vijfendertig jaar geleden in het Italiaanse weekblad L’Espresso. Zijn stukken blonken uit door een toegankelijk taalgebruik en een stijl waarvan humor en ironie het leesplezier verhoogden. Bovendien spoorde hij zijn lezers aan tot nadenken over het onderwerp dat hij op zijn snijtafel had.

Lucifers

Eco hield zijn rubriek ‘La Bustina di Minerva’ vanaf maart 1985 tot aan zijn dood in 2016, aanvankelijk wekelijks en vanaf 1988 om de week. De naam was geïnspireerd op het lucifermerk Minerva en verwijst naar het lucifersboekje, ‘bustina’ in het Italiaans. Dit schrijft hij er zelf over:

‘De titel verwijst niet naar de godin van de wijsheid, maar naar lucifers. Als het lucifersboekje geen reclame op de binnenkant heeft, gebruiken nadenkende mannen het om hun ideeën op te schrijven. Telefoonnummers van vrouwen die ze ooit zouden willen liefhebben, titels van boeken die ze willen kopen of juist niet. […] Ik vind het nuttig om ideeën in een lucifersboekje te noteren […]: over het laatste boek dat ik nog niet heb gelezen, over de ingeving die door mijn hoofd schoot terwijl ik schielijk remde om niet achterop een TIR te rijden. Over het zijn en het niets, over de beroemde danspassen van Fred Astaire. We zien het wel.’

Umberto Eco Waarom boeken het leven verlengen
De eerste aflevering van Eco’s rubriek in L’Espresso, XXXI, 31 maart 1985, p. 210. Het portret van Eco is van Tullio Pericoli.

Waarom boeken het leven verlengen

Als we vandaag artikelen lezen waarin auteurs hun bezorgdheid uiten over de toekomst van de menselijke intelligentie in het licht van nieuwe machines die ons geheugen lijken te gaan vervangen, voelt dat als een déjà vu. Wie hier iets vanaf weet, herkent meteen de oneindig vaak geciteerde passage uit Plato’s Phaedrus. Daarin vraagt de farao bezorgd aan de god Thoth, de uitvinder van het schrift, of die duivelse vondst de mens niet verhindert om zich dingen te herinneren en dus ook om na te denken.

Degenen die voor het eerst een wiel zagen, moeten  dezelfde angst hebben gevoeld. Zij zullen gedacht hebben dat we zouden vergeten hoe we moesten lopen. Misschien waren de mensen in die tijd beter in staat dan wij om  in de woestijnen en in de steppen marathons te lopen.

Nu wil ik niet zeggen dat we ons nergens zorgen over hoeven te maken en dat we een mooie en gezonde mensheid zullen hebben, gewend te picknicken op de grasperken bij Tsjernobyl. Het schrijven heeft ons juist in staat gesteld om beter te begrijpen wanneer we moeten stoppen. En wie niet kan stoppen, is analfabeet, ook al verplaatst hij zich op vier wielen.

Onrust

De onrust over deze nieuwe vormen van geheugenopslag is van alle tijden. Bijvoorbeeld wie werd geconfronteerd met op papier gedrukte boeken waarvan men dacht dat ze niet langer dan vijf- of zeshonderd jaar zouden meegaan. En dan het idee dat dat spul nu door iedereen kon worden gelezen. Zoals de Bijbel van Luther. De eerste kopers gaven een fortuin uit om de hoofdletters met de hand te laten verfraaien. Dat gaf ze het gevoel dat ze nog steeds manuscripten op perkament bezaten. Tegenwoordig kosten die  incunabelen een fortuin. Maar zeker is dat gedrukte boeken niet meer op die manier verfraaid hoeven te worden.

Wat hebben we daarmee gewonnen? Wat wint de mensheid bij de uitvinding van het schrift, de boekdrukkunst en de elektronische geheugens?

Valentino Bompiani

Valentino Bompiani verspreidde ooit het motto: ‘Iemand die leest, telt voor twee.’ Uit de mond van een uitgever kon dit slechts als een rake slogan  worden opgevat. Maar ik denk, dat schrijven (en taal in het algemeen) het leven verlengt. Sinds de tijd dat de mensheid haar eerste betekenisvolle geluiden begon te produceren, hadden families en stammen behoefte aan ouderen. Voordien waren ze misschien niet nodig en werden ze aan de kant gezet als ze voor de jacht niet meer nuttig waren.

Maar met taal werden de ouderen het geheugen van de mensheid. Men zat in de grot bij elkaar rond het vuur en zij vertelden wat er was gebeurd […] vóór de jongere generatie werd  geboren. Tot het moment dat men dit sociale geheugen begon te cultiveren, werd de mens  geboren zonder ervaring en had geen tijd om die op te doen en stierf. Later leek het een twintigjarige alsof hij al vijfduizend jaar had geleefd. De gebeurtenissen die vóór hem hadden plaatsgevonden en alles wat de ouderen hadden geleerd, werden onderdeel van zijn geheugen.

Onze ouderen

In onze tijd zijn boeken onze ouderen. Wij staan er niet bij stil, maar zij zijn onze rijkdom. De analfabeten (of geletterden die niet lezen) leiden zonder die rijkdom slechts hun eigen leven. En zij zullen daarmee voortgaan, terwijl wij vele levens hebben geleefd. We herinneren ons, samen met onze kinderspelletjes, dat van Proust. Wij hebben gesmacht naar onze liefde, maar ook naar die van Pyramus en Thisbe. We hebben iets van de wijsheid van Solon in ons opgenomen en we beefden tijdens bepaalde winderige nachten op Sint-Helena. En voor onszelf herhalen wij, samen met het sprookje dat onze grootmoeder ons vertelde, wat Sheherazade had verteld.

Sommigen krijgen hierdoor de indruk dat wij reeds bij onze geboorte ondraaglijk oud zijn. Maar verwerpelijker is de analfabeet (van zichzelf of door terugval), die al sinds zijn kindertijd aan arteriosclerose lijdt en zich niet herinnert (omdat hij het niet weet) wat er op de Idus van maart is gebeurd. Leugens kunnen wij ons natuurllijk ook herinneren, maar lezen helpt om onderscheid te maken. En omdat hij de fouten van anderen niet kent, is de analfabeet van zijn eigen rechten ook al niet op de hoogte.

Het boek is een verzekering voor het leven, een klein voorproefje van de onsterfelijkheid. Achterwaarts, helaas, niet voorwaarts. Maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben.

Aantekeningen bij Umberto Eco Waarom boeken het leven verlengen

  • Valentino Bompiani (1898-1992) was de uitgever waaraan Eco vrijwel al zijn boeken had toevertrouwd. Ook Albeto Moravia gaf er veel zijn werk uit. Als onafhankelijke uitgeverij bleef Bompiani bestaan tot 1972. Momenteel is de imprint Bompiani eigendom van de Florentijnse uitgeversgroep Giunti.
  • In 2020 verscheen een bloemlezing van zijn stukken getiteld La Bustina di Minerva 1990-2020, bij de Milanese uitgeverij La Nave di Teseo.
  • Zie hier voor andere teksten van en over Umberto Eco op dit weblog.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.