Italo Svevo: De vrijheid. Een fabel uit 1911

Dit korte verhaaltje van Italo Svevo: De vrijheid dateert uit 1911.

[De vrijheid]

Het deurtje van de kooi was opengebleven. Met een klein sprongetje ging het vogeltje op de drempel zitten en keek de wijde wereld in, eerst met zijn ene oog en toen met het andere. Zijn lichaampje trilde van verlangen naar die immense ruimte, waarvoor hij immers vleugels had gekregen. Maar toen bedacht hij: ‘Als ik wegvlieg en ze sluiten de kooi, dan zit ik buiten gevangen.’ Het beestje wipte weer naar binnen en even later zag hij tot zijn voldoening, dat het deurtje werd gesloten en zijn vrijheid verzekerd.

 

Over de fabel

Italo Svevo had al in het begin van de jaren negentig van de negentiende eeuw enkele fabels geschreven. De eerst bekende heet: ‘De ezel en de papagaai’ en is gedateerd op 16 juli 1891. Hij heeft het genre gedurende heel zijn leven beoefend. De fabel ‘De vrijheid’ bevond zich oorspronkelijk in het poëziealbum van zijn dochter Letizia en is ondertekend met Papà. Svevo had de tekst bijgesloten in een brief van 20 december 1911 aan zijn vrouw Lidia. Hij was net vijftig geworden en bevond zich in Murano (Venetië). Hij schreef haar dat hij de 21ste of de dag erna naar Triëst zou reizen. Over de fabel zegt hij in zijn brief:

Ik stuur je hierbij de fabel voor Letizia. Als je denkt dat ze ongeschikt voor haar is, dan moet je ze haar niet geven.

De fabel is de schrijver bijgebleven, want hij heeft haar in zijn roman La coscienza di Zeno opnieuw gebruikt. In hoofdstuk 7 laat hij het romanpersonage Guido tijdens een scène op kantoor twee fabels uittikken. De eerste over het vogeltje en de tweede over de olifant die zich beklaagt over zijn zwakke poten.

Aantekeningen

  • De titel van de fabel is niet van de schrijver, maar van de latere bezorgers van zijn werk. Vandaar de vierkante haken.
  • Zie op dit weblog ook Svevo’s verhaal De moeder.
  • Italo Svevo: De vrijheid. Een fabel uit 1911De geciteerde brief aan zijn vrouw is opgenomen in de briefwisseling:  Italo Svevo, Epistolario. Milano: Dall’Oglio, 1981, 611. Brief n° 42, Murano, 20 december 1911.
  • In de Italiaanse editie: Italo Svevo, La coscienza di Zeno. Milano: Dall’Oglio, 1981, 343-344. In de Nederlandse: Italo Svevo, Bekentenissen van Zeno. Baarn/Amsterdam: Ambo/Atheneum-Polak & Van Gennep, 1985, p. 299. In de vertaling van Jenny Tuin: ‘De eerste fabel ging over een vogeltje, dat op een goede dag merkte dat het deurtje van zijn kooi openstond. Eerst wilde het van de gelegenheid profiteren om weg te vliegen, maar daarop bedacht het zich, overwgend dat het zijn vrijheid zou verliezen als gedurende zijn afwezigheid het deurtje weer gesloten werd.’