Dit poëtische juweeltje van Aldo Palazzeschi Ara, Mara, Amara zag het licht in 1905 in een door de dichter zelf uitgegeven bundel. Hier is mijn Nederlandse vertaling, gevolgd door enige opmerkingen.
Ara, Mara, Amara
Een klein grasveldje
ligt onderaan de helling
tussen hoge cipressen.
In hun schaduw dobbelen
drie oude vrouwtjes.
Elke dag op dezelfde plaats
en geen moment zien ze op.
Dobbelend in het gras,
geknield in de schaduw.
De titel van het gedicht is onvertaald gebleven: Ara, Mara, Amara. Kijk eens naar de grondstoffen, de letters. Het zijn er drie: de klinker ‘a’ komt zeven keer voor, van de twee medeklinkers de ‘r’ drie keer en de ‘m’ twee keer. Palazzeschi vormt de woorden door een ‘M’ toe te voegen aan de tweede, en ‘Am’ aan de derde naam. Hij gebruikt hoofdletters, want het zijn immers de eigennamen van de drie vrouwen. De klemtoon valt bij de eerste twee op de eerste lettergreep, bij ‘Amara’ op de tweede.
Ara Pacis
Bij het woord ‘Ara’ komt mij niet direct aan een vrouwennaam in gedachte, maar twee Romeinse monumenten: de Ara Pacis en de kerk Santa Maria in Aracoeli op het Capitool.
Palazzeschi werd in 1885 geboren in Florence en zou zich in 1941 definitief in Rome vestigen om er in 1974 te sterven. Hij heeft het Ara Pacis monument gekend zoals het tijdens Mussolini’s Italië was gerealiseerd. En in Palazzeschi’s Romeinse tijd waren de 14° eeuwse kerk Aracoeli en haar beroemde trappen onveranderd gebleven.
Het woord ‘Mara’ is in het hedendaagse Italië een gangbare naam voor een vrouw . Daarentegen is het woord ‘Amara’ (bitter) in gebruik als adjectief met een vrouwelijke uitgang, niet als eigennaam.
Het Latijnse ‘Ara’ betekent altaar of tempel. Het woord vindt men in oudere dialecten terug voor een zonovergoten open ruimte waar het graan wordt gedorst. Op middeleeuwse handelsmarkten in de Franse regio Champagne en in Vlaanderen riepen de kooplui het woord ‘ara’ om het einde van de onderhandelingen in te luiden en daarme het begin van de betalingen.
Ik wil nog wijzen op de niet meer gangbare Latijnse uitdrukking ‘Amore, more, ore, re’, die men bijvoorbeeld kan vinden in het boek van Nicolaas Witsen, Noord en Oost Tartarye, Amsterdam 1705. Om vast te stellen of Palazzeschi mogelijk werd geïnspireerd door deze uitdrukking, zowel voor het hier vertaalde gedicht als voor het andere met vier mannennamen in de titel: Oro, Doro, Odoro, Dodoro, zou ik de kritische editie van de bundel uit 1905 waarin de gedichten verschenen, moeten raadplegen. De huidige omstandigheden laten dit echter niet toe.
Dobbelen

Ten slotte nog een opmerking over het dobbelen, dat nooit een goede reputatie genoot. In het oudere Italiaans gebruikte men voor dit spel ook wel de klanknabootsende woorden cricca of trictrac. Bij dit laatste spel, in het Nederlands bekend als triktrakken, speelde men met dobbelstenen. Ed. de Jongh citeert in zijn boek Tot lering en vermaak een embleemboek uit 1596 waarin men dit vers kan lezen: ‘Naar Gods wil valt de dobbelsteen van ons lot gelijk de dobbelstenen bij het spel geworpen worden’. Het embleem heeft als motto ‘Ita est vita hominum’, zo is het leven van de mens.
Aantekeningen bij Aldo Palazzeschi Ara, Mara, Amara
Uit de bundel: I cavalli bianchi [De schimmels], Florence, 1905. Een kritische editie werd uitgebracht door Adele Dei, A. Palazzeschi, Cavalli bianchi, Edizione critica a cura di Adele Dei, Parma, Edizioni Zara 1992.- Voor de Italiaanse tekst Ara Mara Amara
- Ed. de Jongh, Tot lering en vermaak. Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw, Rijksmuseum, Amsterdam 1976, p. 111.
