Lucrezia Lerro over Liefde: Etty Hillesum en Julius Spier

De schrijfster

Lucrezia Lerro schrijft romans en gedichten. Ze werd in 1977 geboren in het dorp Omignano in de Zuid-Italiaanse provincie Salerno, heeft opvoedkunde

Lucrezia Lerro over Liefde: Etty Hillesum en Julius Spier
Lucrezia Lerro.

gestudeerd in Florence en woont en werkt in Milaan. Ik neem deze summiere gegevens over van de Wikipediapagina die aan haar is gewijd. Ze heeft tot op dit moment negen romans gepubliceerd, vier bundels poëzie en een vijftal theaterstrukken. Haar romans zijn uitgegeven door Bompiani en Mondadori – dat zijn vooraanstaande Italiaanse uitgeverijen. Het laatste boek, La giravolta delle libellule, kwam in 2017 uit bij La nave di Teseo. Bij deze recent (2015) opgerichte Milanese uitgeverij was Umberto Eco nauw betrokken. Hij overleed echter kort voordat de eerste titel op de markt kwam.

Het boek waaraan ik hier enige aandacht wil geven, heeft zij in 2016 uitgebracht bij de katholieke uitgeverij San Paolo, die deel uitmaakt van het omvangrijke spectrum van Italiaanse religieuze uitgeverijen. San Paolo heeft een behoorlijk aantal boeken over Etty Hillesum in haar fonds.

Lerro’s boek heeft als titel ‘De aanstekelijkheid van de liefde: Etty Hillesum en

Omslag van de roman.

Julius Spier’ (Il contagio dell’amore. Etty  Hillesum e Julius Spier) en wordt gepresenteerd als fictie. De auteur verwijst in het nawoord op pagina 175 naar het dagboek en de brieven die haar tot inspiratie dienden: de Italiaanse edities van Het verstoorde leven en de brieven, die respectievelijk in 1985 en 1990 door Adelphi werden gepubliceerd, en besluit het boek met een biografische schets van de familie Hillesum (pp. 177-180).

Citaten van Hillesum

De roman bevat drie citaten uit Hillesums werk. De belangrijkste is de tekst van de briefkaart aan Christien van Nooten, die Etty Hillesum op 7 september 1943 uit de trein heeft gegooid op weg naar Auschwitz-Birkenau en waarmee de roman wordt afgesloten.

Aangezien het gaat om een fictionele tekst over personen die werkelijk hebben bestaan, laat de auteur haar werk voorafgaan door een waarschuwing: ‘Deze roman neemt slechts ten dele het werkelijke leven van Etty Hillesum als uitgangspunt.’ Hiermee geeft de schrijfster zichzelf de vrije hand.

Het verhaal draait om de liefdesrelatie tussen Hillesum en Spier. Daarnaast wordt aan de verhouding tussen Etty Hillesum en haar ouders erg veel aandacht besteed. Andere personages worden wel ter sprake gebracht – Pa Han, Maria Tuinzing – maar krijgen geen invulling. De andere thema’s zijn het schrijven en het geloof. De optiek van waaruit de roman is geschreven is de liefde.

Een thema

In ‘De aanstekelijkheid…’ wordt verteld dat Etty Hillesum van Spiers ‘patiënte’ opklimt naar diens medewerkster en hoe deze ontwikkeling gepaard gaat met de ontluikende en beantwoorde wederzijdse liefdesgevoelens. Hoewel ook over het erotische aspect van hun relatie wordt gesproken, blijkt nergens dat de relatie verder is gegaan dan het worstelen als onderdeel van de therapie. De dood van Spier door een ‘hartinfarct’ betekent het einde van de relatie en zijn we ook bijna aan het einde van het verhaal.

Met Han Wegerif – de andere geliefde – had Hillesum méér dan een platonische relatie. Hij is een constante aanwezigheid voor én na haar kennismaking met  Spier. Lerro thematiseert in haar roman de kwestie van de abortus (117) en wordt het een ‘ongelukje’ genoemd. De abortus wordt niet gemotiveerd door de oorlogsomstandigheden, maar door het privé-leven van Pa Han.

De roman

Lerro beperkt het verhaal ruimtelijk tot Amsterdam. Etty en haar broers wonen bij hun ouders in de Gabriël Metsustaat. Spiers woning is in de Courbetstraat, maar die ligt in de roman aan een gracht want daarop kijkt Etty uit als zij voor het raam staat. Kamp Westerbork komt wel ter sprake, maar alleen als plaats waar de Joden vanuit Amsterdam naar toe worden gedeporteerd.

In het eerste hoofdstuk presenteert Lerro de ouders Hillesum waargenomen door de dan 14 jarige Etty. Vader Hillesum, in de roman Levi, wordt gedomineerd door zijn vrouw, hier Rebecca, die zich obsessief met het eten inlaat en bovendien voortdurend ruzie zoekt met haar echtgenoot. We vernemen niets over hun achtergronden, behalve een verwijzing naar de Russische afkomst van Rebecca. Deze negatieve karakterisering van de ouders is in lijn met de Italiaanse studies van vóór de publicatie van de integrale editie van het dagboek in 2012. Aangezien de selectie door meer mensen wordt gelezen dan de integrale editie, blijft dit verwrongen beeld domineren.

In het eerste en tweede hoofdstuk zien wij twee termen die de toon van de roman zetten: gebed, ‘preghiera’, de 14-jarige Etty knielt voor het slapengaan naast haar bed en bidt voor haar ouders, p. 14; en vergeving, ‘perdono’, p. 21. Etty had een vriendin toevertrouwd: ‘Macht wil voor mij zeggen vergeven.’

Hoofdstuk 7

Uit de laatste alinea van hoofdstuk 7 blijkt dezelfde tendens om aan het romanpersonage Etty Hillesum een christelijke karakter te geven:

– Weet U wat het verschil is tussen iemand die gelooft en een ander die niet gelooft ? vroeg Etty aan hem (= Spier)

– Zeker. […] Iemand die gelooft, heeft het leven lief en is in staat op eigen benen te staan, zichzelf tot steun te zijn. […] Nederig kan men slechts worden als men de toegebrachte kwetsingen vergeet.’ (72-73)

Vooral de laatste zin over het achter zich laten van de kwetsingen, van het door anderen berokkende leed, deed mij denken aan de autobiografische roman van Giacometta Limentani (1927-2018), waarin zij vertelt over het antisemitische geweld waarvan zij en haar familie onder het fascisme van Mussolini vanaf 1938 slachtoffer werden. Het is onwaarschijnlijk dat zij de agressie zal vergeten, maar dat betekent niet dat zij de nederigheid, de liefde voor anderen en voor het leven niet kende. Integendeel, zij was in geen enkel opzicht vervuld van haat en bewonderde de moed van Etty Hillesum.

Nederigheid is een nastrevenswaardige deugd. In boven geciteerde zin doet het echter meer denken aan de christelijke nederigheid, die past bij de ‘christelijke’ Etty die de auteur voor de lezer neerzet. Een Etty die vrijwel geheel is ontdaan van haar Joodse achtergrond. De liefde tussen Hillesum en Spier blijkt een voorstadium van de Liefde met een hoofdletter, de menselijke liefde voor God en Gods Liefde voor de mens.

Tot slot

Hier is een gedreven schrijfster aan het woord. De zesentwintig korte hoofdstukken – van gemiddeld 6,2 pagina’s – zijn geschreven in een goed lopend hedendaags Italiaans dat de aandacht van de lezer vasthoudt tot aan het laatste bladzijden. Het verhaal moge zich dan afspelen in Amsterdam, het is ontdaan van alle eventuele storende locale – lees: Nederlandse – culturele elementen. Dat geldt evenzeer voor de historische context, die  vrijwel volledig ontbreekt. De volgens dit bestek gecreëerde romanpersonages, voegen zich moeiteloos in de Italiaanse context en komen bij een Italiaanse lezeres of lezer daarom bijna vertrouwd over.

Niet iedereen zal deze werkwijze toejuichen en meer feitelijke informatie hebben verwelkomd. Maar in een land waar de historische en hedendaagse kennis over de Lage Landen bijzonder gering is, lijkt deze reductieve aanpak voor hen die werkzaam zijn in de culturele sector een onvermijdelijke keuze. Ik vind dat jammer en zou mij van de kant van Italiaanse schrijvers, filmmakers en uitgevers meer durf en inspanning wensen.

Lucrezia Lerro is zeer actief op Facebook.

 

Italië 1938 Mussolini antisemiet, een document

Een belangrijk historisch document

In dit artikel Italië 1938 Mussolini antisemiet vindt u mijn vertaling van één der belangrijkste documenten van het regiem. Waar gaat het om? De fascistische dictatuur geleid door Benito Mussolini kwam in de zomer van 1938 in een nieuwe fase. In juli kondigde men de politiek van het op biologische aannames gebaseerde racistisch antisemitisme aan. In de tekst ‘Het fascisme en het probleem van het ras’ zette het regiem de lijnen voor de nieuwe politiek uiteen. De tien stellingen beoogden (natuurlijk tevergeefs) een wetenschappelijke basis te verschaffen aan een exclusief biologisch-racistisch begrip van het Italiaanse volk. Het document circuleerde ook wel onder de naam “Manifest van de fascistische academici”. Het zou namelijk zijn samengesteld door hoogleraren en wetenschappers. U kunt hier mijn Nederlandse vertaling in PDF downloaden.

Een racistisch tijdschrift

Het is 80 jaar geleden dat Mussolini het antisemitisme tot een van de kernpunten van zijn politieke beleid maakte. Niet dat het verschijnsel in Italië voordien afwezig was, integendeel, maar in 1938 werd het een staatszaak. Daarmee begon de periode waarin het regiem de Italiaanse Joden stap voor stap rechtenloos maakten. Men dreef ze in een maatschappelijk isolement. De afbeelding hieronder uit het tijdschrift De verdediging van het ras, 10 november 1938, brengt een serie verbodsbepalingen in beeld.

Italië 1938 Mussolini antisemiet, een document

De razzia’s, vervolgingen en deportaties, dus de maatregelen waarbij men het gemunt had op het leven van de Joden, luidden een nieuwe fase in. Die begon enkele dagen na 8 september 1943. Op die woensdag maakte de regering Badoglio bekend dat zij een wapenstilstand had gesloten met de geallieerde strijdkrachten. De Duitsers gingen onmiddelijke over tot de bezetting van de noordelijke helft van het land, inclusief Rome. Aan de bezetting kwam twee jaar later een einde: op 25 april 1945.

In 2018 herdenkt men in Italië niet alleen tachtig jaar anti-joodse wetgeving. Op 16 oktober aanstaande is het tevens vijfenzeventig jaar geleden, dat de nazis op  zaterdagmorgen de grote razzia in het voormalige ghetto van Rome uitvoerden (zie hier de voorgaande post).

De deportatie van Etty Hillesum op 7 september 1943

Ik zou hier nog een belangrijke gebeurtenis willen vermelden. In hetzelfde jaar 1943 werden Etty Hillesum, haar broer Mischa en haar ouders op 7 september uit kamp Westerbork naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Tijdens het Internationale Etty Hillesum Congres op 10, 11 en 12 september aanstaande in Middelburg zal men hieraan ongetwijfeld ruim aandacht besteden. Etty Hillesum wist van de eerste val van Mussolini op 25 april 1943. Ze was ook op de hoogte van het verloop van de oorlog in Italië. Ze schrijft immers op 8 augustus 1943 in een brief aan Maria Tuinzing:

‘Ik bedacht een verhaaltje over Victor Emanuel, over een volksregering en een naderende vrede…’

Aantekeningen bij Italië 1938 Mussolini antisemiet

  • De aan het eind geciteerde zin van Etty Hillesum komt uit Het Verzameld Werk, p. 673. Het Werk heeft inmiddels de zevende druk bereikt. Zie deze link: Het Verzameld Werk.

Bijgewerkt in januari 2023

Giacoma Limentani schrijfster vertaalster (1927-2018)

De allom geliefde Giacoma Limentani schrijfster vertaalster overleed op zaterdag 17 februari 2018 in Rome. Zij zag er negentig jaar geleden op 11 oktober 1927 het levenslicht. Zij is op maandag 19 februari ter aarde besteld op de Joodse afdeling van de Giacoma Limentani schrijfster vertaalster overleden (1927-2018)Romeinse begraafplaats Verano.

Om 12 uur nam men in het overvolle Joodse Tempeltje (Tempietto ebraico) afscheid. Drie  rabbijnen en de chazan leidden de dienst. Alle gezangen en gebeden reciteerde men in het Hebreeuws, de toespraken na afloop in het Italiaans.

Na de dienst van ruim een uur volgde men te voet de wagen naar het graf. Rabbijn De Vries schreef daarover: ‘De stoet van een grote menigte mensen, die voldoen aan hun innerlijke behoefte en gewoon te voet de lijkbaar volgen, is het meest imposante getuigenis voor degeen, die heengaat.’ Zo ook de lange stoet op weg van het Tempeltje naar het in gereedheid gebrachte graf waar de rouwenden zich omheen schaarden. Het kaddisj gebed werd gereciteerd en wat aarde uit Israël op de kist gestrooid, die vervolgens werd neergelaten.

Iets Nederlands

Giacoma Limentani kwam al in haar kindertijd met ‘iets Nederlands’ in aanraking. In 1936 begon in Italië de duizelingwekkende carrière van de drie Nederlandse zusters Leschan, die in 1935 in Noord-Italiaanse Turijn verzeild raakten. Zij beoefenden net als hun ouders de acrobatie en zagen zeker geen zangcarrière in het verschiet, ook al waren er in de familie van hun moeder veel musici.

Trio Lescano

Een radio talent-scout ontdekte de meisjes en pijlsnel vormde ze om tot zangeressen, die optraden onder de artiestennaam ‘Trio Lescano’. Hun moeder, Eva de Leeuwe, trad op als zakelijk leidster. Vanwege hun Joodse afkomst kwam er, ondanks het bezit van een ‘ariër’-verklaring en de Italiaanse nationaliteit, in november 1943 een einde aan het in Italië bijzonder geliefde trio. Moeder en dochters doken onder in de provincie en werden ondanks de nazi-klopjachten niet gevonden vanwege de hulp van de locale bevolking.

Ook Giacoma Limentani was ondergedoken. Zij overleefde de vervolgingen in een Romeins klooster.

In het gezin Limentani was de lichte muziek niet alleen geliefd, maar werd zij ook beoefend. De tiener Giacoma was dol op jazz en swing en op dat punt komt het Trio Lescano in zicht. Als meisje leerde zij de liedjes van de radio na te zingen. Mussolini was overtuigd van het enorme propagandistische potentiëel van de radio en bevorderde een zo groot mogelijke verspreiding van apparaten. Een topper in het Lescano repertoir was het liedje Tuli tuli tulipan, een duidelijke verwijzing naar hun geboorteland. Een ander lied: ‘De verliefde pinguïn’ (Il pinguino inamorato), komt aan de orde in Limentani’s eerste roman ‘Bij verstek’ (In contumacia).

De roman Bij verstek

In de roman zetten vier jeugdige fascisten de elfjarige hoofdpersoon onder druk om de schuilpaats van haar vader te verraden. Zij houdt haar mond. De vier voegen haar toe dat haar vader dan bij verstek zal worden veroordeeld. De vier besluiten haar een lesje te leren en verkrachten het meisje in haar eigen huis. Daar was op dat moment behalve zijzelf niemand anders dan haar oma aanwezig, die getuige was van de gewelddaad. De gebeurtenissen spelen zich af  kort na de afkondiging van de Italiaanse rassenwetten (zomer 1938).

Niet lang daarna overlijdt haar oma. De elfjarige vertelt aan niemand wat haar was overkomen. De tot trauma uitgegroeide gebeurtenis doortrekt en bepaalt op dramatische wijze het verdere leven van het opgroeiende meisje en vrouw. Limentani giet haar verhaal in de vorm van een autobiografische roman, die bij de publicatie in 1967 veel opzien baarde.

Het Etty Hillesum Seminar in 1988

Het tweede contact met ‘iets Nederlands’ kwam tot stand, toen ik mevrouw Limentani in 1988 uitnodigde om deel te nemen aan het eerste Internationale Etty Hillesum symposium in Rome. Van het bestaan van het Trio Lescano was ik toen nog niet op de hoogte en behalve enkele korte essays kende ik Limentani’s werk niet. Een lid van de Romeinse Joodse gemeenschap, mevrouw Bici Migliau, die ik via een studente in mijn klassen Nederlandse les aan volwassenen had leren kennen, suggereerde mij om haar te vragen.

Limentani zegde toe en werd één van de vijftien sprekers op deze bijeenkomst, die ik in nauwe samenwerking met de toenmalige directeur Ted Meijer op het Nederlands Instituut te Rome had georganiseerd. In haar lezing ging zij in op de Joodse achtergronden van Hillesums dagboek, die zij belichtte vanuit het gezichtspunt van haar eigen levenslange studie en vertalen van teksten uit de Joodse traditie, zoals de Tora en de Midrasj. In de herinnering van de Joodse gemeenschap leeft zij voort als lerares Hebreeuws, de Joodse traditie, cultuur en wijsheid. Met duidt haar aan met de eretitel ‘maestra’.

Lunch met maestra Giacometta

Giacoma Limentani schrijfster vertaalster (1927-2018)
Giacoma Limentani in 2017.

Op een zondag eind oktober 2016 zijn Limentani, een bevriend Romeins echtpaar en ik niet ver van haar huis gaan lunchen. Zo werd onze kennismaking door de toevallige ontdekking van gemeenschappelijke vrienden na achtentwintig jaar hernieuwd. Bij die gelegenheid stelde ik voor haar lezing uit 1988 in het Nederlands te vertalen. Het opstel zal in het najaar van 2018 in deel tien van de serie Etty Hillesum Studies verschijnen. De vertaling draag ik op aan de geliefde Romeinse Joodse ‘maestra’.

Voor de controle van de Joodse terminologie mijn dank aan Klaas Smelik, die in 1988 een van de sprekers op het Etty Hillesum Symposium was.

Aantekeningen bij Giacoma Limentani schrijfster vertaalster

  • De drie romans van Limentani zijn: In contumacia (Bij verstek), 1967; Dentro la D (Binnen de D. – de D staat voor Dàlet, de letter uit het Hebreeuwse alfabet), 1992; La spirale della tigre (De spiraal van de tijger), 2003. In 2013 verschenen ze in één boek onder de titel Trilogia.
  • Limentani vertaalde uit het Engels een boek van een Nederlandse fotograaf en schrijver die in Rome woonde. Het ging om het boek Sam Waagenaar, Il ghetto sul Tevere. Milaan: Mondadori, 1972. Op de titelpagina de naam van de vertaalster: Giacometta Cantatore Limentani. De achternaam Cantatore was van haar echtgenoot, een galleriehouder in Rome. Zie voor Waagenaar hier.
  • Rabbijn Ph. de Vries Mzn, Joodse riten en symbolen, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1968. Voor de geciteerde zin: p. 270.
  • Zie voor het Trio Lescano: Gabriele Eschenazi, Le regine dello swing. Il Trio Lescano: una storia fra cronaca e costume, Einaudi, Turijn, 2010.
  • De zusters bleven in Nederland lang onbekend. Toenke Berkelbach maakte een radioportret voor de VPRO. Zie ook wikipedia

Naschrift in augustus 2021. De vertaling van de lezing verscheen in 2018:

Giacomo Limentani, ‘De taal van het lichaam’. In: Etty Hillesum en de contouren van haar tijd, (eindred. Klaas A.D. Smelik). [Etty Hillesum Studies, 10 – Omslag] Oud-Turnhout: Gompel & Svacina, 2018, pp. 157- 165. Oorspr. ‘Il linguaggio del corpo’. Vertaling van Gerrit Van Oord. Ik heb de vertaling ingeleid met een profielschets: Gerrit Van Oord, ‘Vertalen en vertellen: Giacoma Limentani’. In: Idem, pp. 153-155. Zie hier de website van Cahiers Etty Hillesum.

 

Etty Hillesum in tien liederen: een kinderboek

Matteo Corradini

Een kinderboek over Etty Hillesum in tien liederen. Het sprak mij direct aan toen ik het boek zag. De Italiaanse schrijver en hebraïst Matteo Corradini heeft in februari 2017 een voor jeugdige lezers gedacht boek over Etty Hillesum  gepubliceerd. Het is alleen in het Italiaans  beschikbaar en daarom geef ik eerst een werkvertaling van de titel: ‘Wij zijn zingende vertrokken. Etty Hillesum, een trein, tien liederen.’ [Siamo partiti cantando. Etty Hillesum, un treno, dieci canzoni, Palermo, rueBallu edizioni, 2017. Illustraties van Vittoria Facchini.] Corradini is niet de eerste die een zinssnede van Etty Hillesum gebruikt voor de titel van een boek over haar. Ik moest denken aan het in 2003 uitgekomen ‘Wachten jullie op mij?, samengesteld door Ria van den Brandt en Klaas Smelik, en waarvan in 2016 een nieuwe sterk uitgebreide editie beschikbaar kwam. Een vroeg Italiaans voorbeeld is het boek uit 1998 van Graziella Merlatti, die de woorden ‘denkend hart’ (Het Werk, 545) in de titel had opgenomen, en Isabella Adinolfi, die ‘een onneembare vesting’ (Het Werk, 518) heeft gebruikt voor de titel van haar boek uit 2011.

Corradini benut de zin ‘Wij zijn zingende uit dit kamp vertrokken […]’, die we kunnen lezen in Hillesums laatste ons bekende getuigenis: de briefkaart van 7 september 1943 aan Christine van Nooten (Het Werk, 702). Het was een gewoonte geworden om briefkaarten uit de deportatietrein te werpen. Op Etty Hillesums kaart van 7 september 1943 staat het poststempel van Glimmen, dat in de buurt van Haren ligt, een station op de spoorlijn Zwolle-Groningen. Sinds de jaren twintig was daar een aftakking voor het baanvak richting Nieuweschans gemaakt en dat gaf de gelegenheid – de trein reed immers langzaam vanwege de wissel – om kaarten uit de wagons te gooien. Ze werden door omwonenden opgeraapt en gepost.

De Italiaanse versie van de zinsnede ‘wij zijn zingende […] vertrokken’ luidt: ‘siamo partiti cantando’ en is bijzonder geschikt als titel voor een boek, niet in het minst vanwege de precieze en mooie vertaling. Minder elegant vind ik, dat de auteur de vertaalster Chiara Passanti niet noemt. Van haar hand zijn de eerste Italiaanse vertalingen van de selecties uit Hillesums dagboeken (It. ed., 1985) en brieven (It. ed., 1986). En van haar is dus ook de vertaling van de briefkaart. In zijn boek ontbreekt trouwens elke verwijzing, noch naar de integrale Italiaanse edities van Etty Hillesums werken, noch naar andere bronnen en teksten.

Om de woorden uit de briefkaart draait heel het boek van Corradini, dus in feite om het vertrek van Etty Hillesum, haar ouders en Mischa op dinsdag 7 september 1943. Hij heeft het eerste introducerende hoofdstuk ‘Vaarwel’ genoemd, en het afsluitende twaalfde ‘Gebed’; tezamen vormen zij het kader waarbinnen het verhaal zich in tien hoofdstukjes voltrekt. Corradini kiest niet voor een anonieme verteller, maar voor ik-persoon, die de lezer, klein of groot, vanaf de eerste zinnen gemakkelijk kan herkennen als Etty Hillesum. Het resultaat is een naar de vorm autobiografische tekst, geschreven door iemand die zich in een trein bevindt en af en toe melding maakt van wat zij ziet als ze naar buiten kijkt, maar die vooral haar herinneringen aan geliefde personen, plaatsen en gebeurtenissen uit haar recente verleden aan het papier toevertrouwt. In deze zin sluit dit boek mooi aan op de authentieke dagboekteksten die voor Corradini de inspiratiebron waren.

Zijn boek opent met de zin: ‘Ik weet niet meer welk lied het was, maar we zijn zingend vertrokken.’ (15) Op de vraag die de auteur in deze zin heeft verpakt, worden tien antwoorden gegeven in de tien hoofdstukjes die hij liederen heeft genoemd en zijn opgebouwd uit een kort stukje proza, waarin het onderwerp ter sprake wordt gebracht en dat vervolgens uitgewerkt wordt in paragraafjes die ‘strofe’, ‘refrein’ en soms ‘variant’ heten. Zo ontstaat een hechte en zorgvuldig gestructureerde narratio waarin de treinreis en het eindpunt – dat niet wordt genoemd, maar we weten allemaal wat het eindstation was – voor een uitnodigende spanningsboog zorgen.

Na het eerste ‘Lied over de boom’ volgt het ‘Lied over het portret’ (Julius Spier), over ‘de zee’ (Mischa), over ‘schoonheid en  domheid’ (Etty Hillesum), over ‘de handen’ (Spier), over ‘de heide’ (kamp Westerbork), over ‘het nachthemd’ (de nacht voor het vertrek), ‘de maan’, ‘het potlood’ (schrijven) en het tiende lied gaat over ‘het huis’ (de wereld). Het zijn belangrijke thema’s in Hillesums dagboek.

Het aantal liederen is bepaald op tien, maar zou gemakkelijk kunnen groeien, want uit niets blijkt een dwingende logica die dat  aantal zou voorschrijven. De beperking wordt mijns inziens ingegeven door de omvang die de uitgever voor de serie ‘Jeunesse ottopiù’ heeft vastgesteld en waarvan de naam een indicatie is voor de doelgroep: kinderen van acht jaar en ouder. Corradini had overigens in 2015 al een boek over Chopin in dezelfde reeks gepubliceerd, dat volgens hetzelfde strakke schema is opgezet.

De twaalf kleurenillustraties van Vittoria Facchini richten zich eveneens op deze leeftijdsgroep. De Etty Hillesum die zij afbeeldt, is niet een vrouw van 29 jaar, maar een tiener. Waar het een jeugdherinnering betreft, zou dit nog aannemelijk zijn, maar in veel gevallen ontstaat er een zekere discrepantie. Hillesum was immers ver in de twintig toen zij het dagboek schreef en de 29 lang voorbij op de dag dat zij werd gedeporteerd.

Corradini vertelt aan zijn jeugdige lezers het verhaal van het vertrek, de reis, maar vooral wat Etty Hillesum dacht en voelde. Aan de hand van twee thema’s zal ik onderzoeken of hij daarin naar mijn mening is geslaagd. Eerst bespreek ik de rol van Julius Spier en daarna het thema van de boom. Beide onderwerpen doortrekken heel het verhaal en lenen zich daarom voor verdieping.

Het lied van de handen

Dit boek doet recht aan Julius Spier. In de vroegere Italiaanse Hillesum-receptie werd hij veelal als een ‘oplichter’ terzijde geschoven. Men kwam vrij snel tot dat oordeel, omdat tot 2012 alleen de tekst van de eerste dagboekselectie beschikbaar was, waarbij bovendien bedacht moet worden, dat een groot deel van de tekst van het eerste dagboekcahier was geschrapt door de toenmalige bureauredacteur van Adelphi, want irrelevant geacht. Met de publicatie in november 2012 van het volledige dagboek in het Italiaans zijn de gronden voor dit type oordeelsvorming weggenomen.

In het zesde hoofdstuk, het ‘Lied van de handen’, legt Corradini’s Etty Hillesum gedetailleerd uit hoe zij bij Spier de afdrukken van haar handen maakte en beschrijft het resultaat: ‘Een precies en zwart teken, met microscopische lijnen, duizenden tekens: het waren mijn handen. Het was mijn geschiedenis. Niet mijn toekomst, nee: S. was geen oplichter. Hij  sprak over het heden, niet over de toekomst.’ (64) Aanvankelijk was zij zeer sceptisch over de pretentie van de psychochiroloog dat hij via de handen iets zinnigs over iemands innerlijk zou kunnen zeggen. Kritisch schrijft  Corradini/Hillesum: ‘Hoe kun je iets zeggen over hoe een huis is gemeubileerd, als je alleen de voordeur ziet? Dat is absurd.’ Maar dan – ik parafraseer – maakt ze de vergelijking met een kers die Spier in haar hand legt. Hij zag glimlachend toe, omdat ik wist hoe een kers smaakt en waar zij groeit. Een blik op de buitenkant van de vrucht was voldoende. (62-62) Deze vergelijking lijkt me enigszins gewaagd, maar is in het verhaal functioneel, omdat het haar twijfels omtrent Spier wegneemt. Maar Corradini gaat nog een stap verder: Hillesums handafdrukken op het papier worden in het laatste refrein geassocieerd met handen op een landkaart. En daarmee doet de oorlog zijn intrede, want op die kaart is het front aangegeven, de reis naar het oosten, de grenzen die de trein is gepasseerd, de nazi’s (67) die dit alles hebben georganiseerd. ‘Ik volg met mijn vingers de contouren van de horizon, voor me zie ik de bruggen, de kanalen, de heuvels en ga er met mijn vingers langs. En dan de kampen, en ik probeer de ons welgezinde personen tussen de struiken te onderscheiden. Maar het lukt mijn handen niet eens om de deuren van deze wagon openen, laat staan dat ze iets zouden kunnen veranderen. Ieder van ons is het front. En de toekomst is niet geschreven in onze handen, maar is waar men ons heenvoert.’

In luttele pagina’s maakt Corradini door zijn verhalende tekst een serie onderwerpen inzichtelijk, die in een zakelijke tekst veel uitleg zouden vergen en beperkt toegankelijk zou zijn. In het derde hoofdstuk, ‘Lied over het portret’, is de liefde tussen Spier en Hillesum het uitgangspunt. Maar wie over de liefde vertelt, komt al snel op het hart. Dat schept de ruimte om ‘het denkende hart van de barak’ ter sprake te brengen. Maar eerst wordt Spier voorgesteld en uitgelegd wat een chiroloog doet: ‘hij bekijkt je handen om te kunnen begrijpen wat er in je hoofd gebeurt’. (33) De verbinding tussen Spier en het denkende–hart–thema wordt gelegd, als Hillesum in haar schaarsverlichte kamer op een foto zijn gelaat aanschouwt, en waardoor zij de ervaring heeft, dat er in haar innerlijk een licht wordt ontstoken. In kamp Westerbork komt deze dankzij Spier verworven innerlijke kracht of inspiratie tot vorm in de zo frequent geciteerde zin ‘Het denkende hart van de barak.’ (Het Werk, 545, en varianten erop: ‘[…] laat mij dan het denkende hart van deze barak mogen zijn. Ik wil het weer zijn. Ik zou het denkende hart van een heel concentratiekamp willen zijn.’ (Het Werk, 575)

Het lied van de boom
De tiener Etty stal kersen van een boom (het platteland van Deventer?)  die eigendom was van een boer, die dan wel niet wist hoe zij heette, maar die er niet aan twijfelde dat zij Joods was en haar ‘lelijke woorden toeschreeuwde’. (25) Ook haar ouders, haar huis en zelfs haar poes  moesten het ontgelden. De verwijzingen naar het antisemitisme zijn impliciet, maar voor wie ze wil zien, zijn ze er.

Misschien was het lied dat in de wagon werd gezongen, gewijd aan ‘de bomen die wij zagen vanuit de wagon, toen wij Westerbork verlieten, of misschien aan een enkele boom, of aan één boom.’ (27) Onder een boom heeft Etty de mooiste kus van haar leven gegeven, schrijft zij. Aan Julius Spier.

Bomen keren terug in het afsluitende hoofdstuk, als de trein zijn bestemming lijkt te naderen. Uit de wagon ziet zij nieuwe aanplant van bomen en struiken. Wie plant er nu midden in de oorlog nieuwe bomen? Dat doen alleen zij die iets te verbergen hebben: de massagraven waarin Joden zonder naam liggen en waarover reeds lang bomen en struiken groeien. Om de moorden te verbergen.

Maar dat was tevergeefs. Het boek sluit af met dit beeld: ‘Boven ons groeien de planten. Hun wortels komen tussen onze armen alsof ze ons willen omvatten. Stukje bij beetje veranderen ook wij in takken en schors. Spelende kinderen klimmen in onze takken om kersen te stelen.’ Van de kersenboom uit het eerste lied, via het kersendiefje Etty, naar de bomen in de bossen van Oost-Europa en daarna – maar dan zijn we al buiten het boek beland – in heel de wereld waar duizenden bomen voor de rechtvaardigen worden geplant. Wat ook in gedachte komt, is het Joodse ‘Nieuwjaar van de bomen’, het Toe Bisjvat, dat valt op 15 Sjevat, eind januari, begin februari. Op deze feestdag planten Israëlische schoolkinderen in het hele land jonge boompjes.

Conclusie
Corradini heeft over Etty Hillesum een liefdevol boek geschreven. Zij doet daarin het woord, ook al spreekt zij met die van de auteur. De enige ‘bijbedoeling’ lijkt mij er een van didactische aard. Corradni’s teksten bieden de lezers in de beoogde doelgroep talloze aanknopingspunten: enerzijds de beweegredenen van Etty Hillesum om haar gevoelens, gedachten en ervaringen op dat specifieke moment in haar leven in een dagboek onder woorden te brengen, anderzijds om de complexe historische context waarin zij dat deed, aan de jongere generaties te begrijpen. Wie dit boek ter hand neemt om hieraan een steentje bij te dragen, moet uitleggen dat Etty Hillesum geen poes had (Lied van de boom), en dat er rondom kamp Westerbork in de oorlogsjaren geen bomen stonden, zoals nu het geval is. Maar dit zijn details die niets af doen aan Corradini’s verdiensten, integendeel zou ik zeggen; maar ik ben ietwat bevooroordeeld, want ik houd van bomen en ben dol op katten.

Bijgewerkt op 1 maart 2021.