Rome 1870 Kapitein Segre lost het eerste kanonschot

Op 20 september 1870 ’s morgens om twintig over vijf begint de militaire actie die uitmondt in de bevrijding van Rome. De Italiaanse artillerie opent het vuur op de Aureliaanse muur rechts van Porta Pia. Om half tien bracht de commandant van de 5° attilleriebatterij Giacomo Segre zijn kanonnen tot zwijgen. De muur was over een lengte van dertig meter neergehaald. De Italiaanse troepen trokken door het gat naar binnen en namen de stad in. Het stukje ‘Rome 1870 Kapitein Segre lost het eerste kanonschot’ gaat over de rol van deze Joodse kapitein. De schrijfster Laura Quercioli Mincer vertelt erin wat er die beroemde ochtend volgens haar gebeurde.

Een Joodse kapitein bij de doorbraak van Porta Pia

Toen generaal Raffaele Cadorna richting Rome marcheerde, dreigde paus Pius IX de soldaat die het bevel had gegeven om het vuur op de heilige stad te openen met excommunicatie. Iedere betrokkene bij de aanval zou getroffen worden, maar de ernstigste gevolgen onderging hij die het eerste bevel had gegeven. Boven die persoon zou de hemel openscheuren en donder en bliksem zouden op hem neerdalen. Maar de hemel, die duidelijk andere dingen aan zijn hoofd had en die zelfs in veel ernstiger gevallen niet uit elkaar spatte, toonde geen enkel teken van vijandigheid tegenover de jonge kapitein Giacomo Segre, afkomstig uit Piëmont en een Jood.

Op die 20e september, nu honderddrieënvijftig jaar geleden, was hij het, onberispelijk gekleed in het uniform van het leger van Savoye en ongetwijfeld met een keurig verzorgde snor, die het bevel gaf. De eerste kanonschoten werden afgevuurd nabij de poort die, hoewel ontworpen door Michelangelo, vandaag de dag toch vooral herinnerd wordt vanwege de beroemde doorbraak op die dag geforceerd in de muur.

De generaal en de kapitein

Hoe kunnen we ons het tafereel voorstellen? Idyllisch, met generaal Cadorna in persoon die de Joodse officier toespreekt: ‘Aan U, vertegenwoordiger van een minderheid die zoveel te lijden heeft gehad van het pausdom en al zoveel heeft gewonnen bij de eenwording van Italië, de eer om …’. Of met een lacherig ‘Ga zo voort officier, ik krijg er de lachstuipen van …’. We kunnen ons voorstellen dat het Piëmontse leger ook veel vrijdenkers onder zijn gelederen telde, maar mogelijk was het dreigement van de paus van dien aard dat zelfs de dappersten er rillingen van kregen. De enige uitzondering was de Joodse officier.

Of onthult deze episode misschien een karaktertrek van de familie Savoye, die in de eeuw erna bijzonder duidelijk zal zijn, namelijk het precieze verlangen om zichzelf vrij te pleiten van elke verantwoordelijkheid, om anderen altijd het ‘vuile werk’ te laten opknappen? Hoe het ook is gegaan, hoe we het ons ook willen voorstellen, het verhaal is ook ontroerend en mooi. De Joodse soldaten waren zich er terdege van bewust dat zij óók streden voor hun Romeinse geloofsgenoten. Die zaten nog steeds legaal opgesloten in het langst in stand gehouden getto van Europa. En bovendien streden zij voor de persoonlijke waardigheid van elke Jood. Voor één keer werd de lafheid van sommigen misschien gecompenseerd door de moed van anderen.

Vooraan

Het is moeilijk om zich soortgelijke gevallen voor te stellen, waarin Joden de eer kregen in de frontlinie te staan, het eerste schot te lossen. En wie weet of de onbekende bersagliere wiens beroemde standbeeld aan het begin van de Via Nomentana staat, ook Joods was. We weten niets over hem, maar over zijn meerdere, naar wie sommigen de feestdag van 20 september willen vernoemen, zijn we beter ingelicht.

Kolonel Giacomo Segre stierf in 1894 en ligt begraven op de Joodse afdeling van het kerkhof van Chieri. Bovenaan zijn grafsteen staat een Hebreeuwse inscriptie. Daaronder een bas-reliëf met de twee Tafelen der Wet en de woorden ‘Aan Giacomo Segre Onversaagd Bescheiden Integer …’. Onder die woorden de afbeelding van een affuit.

In 2008 plaatsten de stad Chieri, de Provinciale Raad van Turijn en de Nationale Bersaglieri Vereniging, naast het graf een plaquette. Daarop leest men: ‘Op deze plaats ligt kolonel Giacomo Segre begraven, commandant artillerie tijdens de doorbraak bij Porta Pia. Ter nagedachtenis aan hem en de Joodse Bersaglieri die vochten voor de eenwording van Italië.’

Giacomo’s brief aan Anneta

De dag na de beschieting van de muur en de inname van Rome, schreef Giacomo Segre aan zijn verloofde een brief. Ik vond hem in een andere bron en vertaalde deze paragraaf eruit.

“Mijn liefste Annetta, gisteren was het een enerverende dag. Tegen mijn verwachting in verzetten de pauselijke troepen zich en moesten we de muur met onze kanonnen beschieten. Door de opening stormden vervolgens de infanterie en de bersaglieri naar binnen. Mijn batterij nam deel aan de actie en onderscheidde zich eervol. Een korporaal sneuvelde en mijn luitenant raakte ernstig gewond en stierf vanmorgen. Arme knappe jongeman van vierentwintig! Een andere korporaal is eveneens gewond en zal de avond misschien niet halen. Licht gewond werden vier kanonniers.

Maar genoeg daarover! Rome is van ons en morgen ga ik haar bezoeken. Het gaat verder goed met me en ik kan je niet vertellen met hoeveel vreugde ik je laatste brief heb ontvangen. Na lange tijd heb ik hem weer gelezen en herlezen. Ik droeg hem bij mij toen ik naar de veldslag ging, waar men vrolijk naartoe marcheert, maar in het besef dat je weet waar je naartoe gaat, maar niet of je het geluk zult hebben om terug te keren. Je brief was een talisman die me beschermde tegen de regen van kogels die om me heen floten.”

Aantekeningen bij Rome 1870 Giacomo Segre

  • Het verhaal ‘Un capitano ebreo alla breccia di Porta Pia’ staat in: Laura Quercioli Mincer, 101 Storie ebraiche che non ti hanno mai raccontato. Rome: Newton Compton editori, 2011, pp. 40-41. Over de schrijfster zie hier. De vertaling uit het Italiaans is van mij.
  • Eerder schreef ik over de doorbraak bij Porta Pia een kort stukje. Zie hier.
  • Een gedetailleerde historische uiteenzetting over de militaire actie van 20 september 1870 vindt u hier (it). Kapitein Segre ontvangt de Zilveren Medaille voor betoonde Militaire Moed met de motivatie dat hij uitmuntende leiding aan zijn batterij had gegeven. (Italiaans: Medaglia d’Argento al Valor Militare. “Per la splendida direzione data al fuoco della sua batteria”.)
  • In het Albertijnse Statuut van 8 maart 1848 werd in artikel 1 vastgesteld dat het rooms-katholieke geloof de Staatsreligie was en dat de andere geloven werden ‘getolereerd’. De Inname van Rome betekende voor de Romeinse Joden na eeuwen eindelijk de vrijheid om hun geloof openlijk te belijden.