Levensloop van Elio Vittorini Italiaanse schrijver

In de onderstaande Levensloop van Elio Vittorini bracht ik de belangrijkste gegevens over de schrijver bijeen. Drie thema’s domineren: zijn literaire productie, zijn werk als redacteur en ten slotte zijn politieke engagement.

Geboorte en jeugd

1908 Hij wordt geboren op 23 juli in Siracusa als de eerste van vier broers. Brengt zijn jeugd door op verschillende plaatsen in Sicilië vanwege het beroep van zijn vader: stationswachter.

1918 Zijn vader Sebastiaan geeft hem Robinson Crusoe. Elio leest het boek in het station van Butera waar het gezin dan woont. Vervolgens leest hij ook Duizend en één nacht.

1921 Loopt voor de eerste keer weg van huis naar Noord-Italië. Dit gebeurt drie keer in vier jaar. Hij maakt gebruik van de gratis treinkaartjes die voor spoorwegbeambten en hun familie beschikbaar zijn.

1924 Hij onderbreekt de opleiding boekhouden aan de technische school. Komt in contact met enkele anarchisten uit Siracusa. Hij verruilt Sicilië voor Noord-Italië en vindt werk bij een bouwbedrijf in de buurt van Gorizia.

1926 Hij is weer terug in Siracusa. Wordt een vaste bezoeker van de welvoorziene Alagoniana Bibliotheek van het bisdom. Hij komt in contact met Curzio Malaparte. Hij publiceert “L’ordine nostro” in diens tijdschrift La Conquista dello Stato.

Huwelijk

1927 Op 10 september huwt hij met Rosa Quasimodo (1905-1998), de zuster van de dichter Salvatore. Enrico Falqui helpt hem om in het dagblad La Stampa en het literaire tijdschrijft La Fiera letteraria bijdragen geplaatst te krijgen.

1928 Hij gaat bijdragen leveren aan het dagblad Il Mattino, en aan periodieken als Il Lavoro fascista.  Hij leest enkele van de belangrijkste Europese schrijvers, waaronder Kafka, Joyce, Gide en Proust. In augustus van 1928 wordt hun zoon Giusto geboren.

1929 In La Conquista dello Stato verschijnt een artikel dat niet onopgemerkt blijft: ‘Scarico di coscienza’, waarin hij zich keerde tegen het Italiaanse provincialisme. In december verhuist hij naar Florence.

Florence

1930 Zijn vrouw en zoon voegen zich bij hem in Florence. Het gezin woont eerst in het atelier van Elio’s oom, de beeldhouwer Pasquale Sgandurra, daarna op kamers in de via Cavour. Later verhuizen ze naar kamers in via Nazionale en ten slotte maar een appartament in de via delle Carta. Vittorini werkt als redactiesecretaris van het tijdschrift Solaria, en dankzij mevrouw Manzini vindt hij een baan als corrector bij het dagblad La Nazione. De typograaf Chiari helpt hem bij zijn zelfstudie Engels.

1931 Hij begint samen te werken met het weekblad Il Bargello, uitgegeven door de Florentijnse Federazione Fascista. In deze jaren leeft het gezin Vittorini in armoede, een detail dat de meeste biografen achterwege laten (behalve Romano Bilenchi). Dit gegeven heeft de publicistische productiviteit van de schrijver beïnvloed, daarvan getuigen de vele  gepubliceerde artikelen, zijn vertaalwerk en bovendien de inhoud van deze artikelen.

1932 Hij wint ex aequo met Virgilio Lilli de prijs voor het beste reisdagboek Diario del viaggio in Sardegna (Dagboek van een reis naar Sardinië). De prijs was uitgeloofd door het tijdschrift L’Italia letteraria. In de jury zat onder andere Grazia Deledda.

1933 In maart maakt hij de reis naar Milaan waarop hij zal terugkijken als beslissend voor zijn leven. In Solaria verschijnt de eerste aflevering van Il garofano rosso. De vertaling Il purosangue van Lawrence komt uit bij uitgeverij Mondadori.

Einde correctorschap

1934 Een loodvergiftiging dwingt hem zijn baan als corrector bij de krant op te geven. In juli wordt zijn tweede zoon geboren: Demetrio.

1935 De tweede vertaling van Lawrence verschijnt: La vergine e lo zingaro e altri racconti.

1936 In juli begint de Spaanse burgeroorlog. Vittorini onderbreekt Erica e i suoi fratelli. Hij maakt plannen om clandestien naar Spanje te gaan en zich bij de republikeinen te voegen. Zijn pseudo-reportage uit Malaga wordt niet  gepubliceerd. Wel verschijnt een stuk tegen Franco, maar dat leidt ertoe dat hij uit de Partito Nazionale Fascista (PNF) wordt gezet. Hij woont een uitvoering van de Traviata bij en die inspireert hem om op zoek te gaan naar een nieuwe stijl. Bij uitgeverij Parenti verschijnt de sterk herziene versie van de tekst waarmee hij in 1932 de literaire prijs had gewonnen, nu met de titel Nei Morlacchi. Viaggio in Sardegna.

1937 Bij Mondadori verschijnt de vertaling van Edgar Allan Poe’s Gordon Pym. In het eerste nummer van het tijdschrift Letteratura publiceert hij de onvoltooid gebleven roman Giochi di ragazzi, die gedacht was als het vervolg op Garofano rosso. In september begint hij te schrijven aan Conversazione in Sicilië.

1938 In nummer 5 van Letteratura publiceert hij Notizia su Saroyan en in nummer 6 de eerste aflevering van Conversazione. Hij verhuist naar Milaan omdat hij werk had gevonden in de wereld van de uitgeverij.

1939 In april verschijnt in Letteratura de laatste aflevering van Conversazione. Mondadori publiceert La tragica vicenda di Carlo III, dat hij samen met Giansiro Ferrata had geschreven. Zijn vertalingen van Faulkner, Steinbeck, Powys, en anderen zien eveneens het licht. Hij is naar Milaan verhuisd en werkt bij uitgeverij Bompiani.

Americana

1940 V. begint de werkzaamheden voor zijn beroemde bloemlezing Americana. Meer vertalingen volgen, waaronder La peste di Londra van Defoe e Che ve ne sembra dell’America? van Saroyan.

1941 Bij Parenti verschijnt Nome e lagrime dat ook Conversazione bevat. Bompiani publiceert het kort daarna apart. De fascistische censuur blokkeert de publicatie door Bompiani van Americana vanwege de kritische begeleidende teksten van Vittorini.

1942 Americana verschijnt in een aangepaste versie. De eerste titels in de door Vittorini geleide reeks Corona van Bompiani komen op de markt  (Cattaneo, Amari). Vittorini legt contacten met de Italiaanse Communistische Partij, de PCI.

Arrestatie en bevrijding

1943 Op 26 juli, daags voor de val van het Mussolini, wordt hij gearresteerd. Hij wordt bevrijd op 8 settember. Tijdens het bombardement op Milaan in augustus wordt zijn huis verwoest en gaan manuscripten en boeken verloren. Hij functioneert als verbindingsman tussen het centrum en verzetsgroepen. Bovendien werkt hij voor de clandestiene pers en redigeert de bulletins van het communistische Jeugdfront(Fronte della Gioventù) en werkt daarbij direct samen met verzetsman Eugenio Curiel.

1944 Hij reist naar Florence om een algemene staking te organiseren. Hij riskeert arrestatie en trekt zich tijdelijk uit de strijd terug. Hij schrijft de roman Uomini e no.

1945 Curiel wordt vermoord en Vittorini keert terug naar Milaan om zijn plaats als verzetsman weer in te nemen. Hij wijdt zich opnieuw aan de clandestiene pers. Na 25 april werk hij ook voor het dagblad L’Unità», voor de Noord-Italiaanse editie die in Milaan verscheen. Bij Bompiani komt Uomini e no uit. Bij Einaudi verschijnt in settembre n. 1 van het door Vittorini opgezette tijdschrift Il Politecnico.

1946 Voor de PCI is hij kandidaat voor de Costituente. Polemiseert met Mario Alicata e Palmiro Togliatti. Hij schrijft aan Il Sempione strizza l’occhio al Fréjus en begint met Le donne di Messina.

1947 Hij publiceert Il Sempione en enkele fragmenten van Lo zio Agrippa passa in treno. In december houdt Il Politecnico op te bestaan.

1948 De roman Il garofano rosso komt uit bij Mondadori, met het beroemde Voorwoord.

1949 De roman Le donne di Messina verschijnt bij Bompiani. Hij begint aan Garibaldina.

Reis naar Sicilië

1950 In februari maakt hij in gezelschap van L. Crocenzi en anderen een reis in Sicilië voor de geïllustreerde uitgave van Conversazione, dat in 1953 verschijnt. Het (kerkelijk) huwelijk met Rosa Quasimodo wordt geannuleerd. Ginetta Varisco is al geruime tijd zijn nieuwe vriendin en later zijn echtgenote.

Levensloop van Elio Vittorini Italiaanse schrijver1951 Einaudi begint met de nieuwe reeks Gettoni. Op 6 settember verschijnt in de La nuova Stampa zijn beroemde artikel Le vie degli ex comunisti. In december begint hij te werken aan Le città del mondo.

1954 In het culturele tijdschrift Nuovi Argomenti verschijnt Erica e i suoi fratelli dat hij zeer waarschijnlijk had geschreven in de periode januari – juli 1936. Het manuscript wordt bij toeval teruggevonden.

Zoon Giusto overlijdt

1955 Zijn zoon Giusto overlijdt

1956 Volgt de internationale politieke ontwikkelingen. Overweegt naar Hongarije te gaan vanwege de revolutie.

1957 Zijn bloemlezing  Diario in pubblico (Publiek dagboek) verschijnt. Als literair adviseur wijst hij de roman Il gattopardo af. Zijn besluit veroorzaakt later veel ophef.

1959 Hij begint met de pubblicatie van Il Menabò bij uitgeverij Einaudi. Zijn medehoofdredacteur is Italo Calvino. Hij staat kandidaat voor de PSI bij de regionale verkiezingen in Sicilië. Met Carpi en Nelo Risi werkt hij aan het filmscript van Le città del mondo. De film zal nooit worden gemaakt.

1960 Mondadori belast hem met de leiding van de reeks La Medusa. Hij wordt voor de PSI gekozen als lid van de gemeenteraad van Milaan, maar hij treedt direct af met de motivatie dat hij meer geschikt is voor het werk van schrijver.

1961 Waarschijnlijk begint hij dit jaar met de aantekeningen voor Le due tensioni, dat bestaat uit fragmenten literatuur theoretische aard. De titel is van latere tekstbezorgers.

1962 Werkt samen met Francesco Leonetti aan het ambitieuze project voor een nieuw internationaal tijdschrift genaamd ‘Gulliver’ waarvoor hij behalve Italiaanse ook Franse en Duitse intellectuelen wilde werven.

Laatste jaren en overlijden

1963 Ondergaat de eerste chirurgische ingrepen in de kliniek Fatebenefratelli in Milaan.

1964 Hij publiceert de herziene tekst van Le donne di Messina. Het project van het internationale tijdschrift loopt op niets uit. Hij begint met de nieuwe reeks Nuovi scrittori stranieri voor uitgeverij Mondadori.

1965 Vittorini werkt voor uitgeverij Einaudi aan de succesvolle reeks Nuovo Politecnico. Van de 169 nummers ziet hij alleen de eerste drie verschijnen.

1966 Elio Vittorini overlijdt op 12 februari in Milaan in aanwezigheid van zijn vrouw Ginetta. Zij waren gehuwd op 9 februari om hun ruim twintigjarige liefdesrelatie te formaliseren. Hij is begraven op het kerkhof van Concorezza in het familiegraf Varisco. In 1978 werd Ginetta Vittorini Varisco daar bijgezet.

Aantekeningen bij Levensloop van Elio Vittorini Italiaanse schrijver

  • Deze chronologie werk ik af en toe bij. Laatste wijziging: 18 september 2022.
  • Zie hier de pagina over de Nederlandse vertalingen van Elio Vittorini’s werk.

 

Amelia Rosselli over Pasolini… in een gesprek

In een interview met Plinio Perilli vertelt Amelia Rosselli over Pasolini. Het gesprek vond plaats in Rome in juni 1995. Zeven maanden vóór haar zelf gekozen dood op 11 februari 1996.

Pasolini presenteert Rosselli’s poëzie in 1963

Zij debuteerde in 1963 met de cyclus “Ventiquattro poesie”, Vierentwintig gedichten, in het legendarische literaire tijdschrift Menabò. Pier Paolo Pasolini schreef er een kort maar doordacht essay bij. Zijn bemoeienis én de status van Menabò zorgden ervoor dat de toonaangevende literaire wereld vanaf dat moment niet meer om haar heen kon. De redactie van Menabò had het goed gezien.  Laura Barile schrijft: ‘Amelia Rosselli behoort tot de belangrijkste persoonlijkheden van de twintiste eeuwse dichtkunst.’

Amelia Rosselli

Zij schreef poëzie in drie talen: Frans, Engels en Italiaans. Het meeste evenwel in de laatste taal.  Rosselli werd in 1930 in Parijs geboren. Haar moeder was een Engelse van Ierse afkomst en haar vader Carlo Rosselli van Italiaanse. Hij werd in 1937 met zijn broer Nello, beide antifascistische bannelingen, in opdracht van Benito Mussolini vermoord. Kort voor de Duitsers Frankrijk binnenvielen vluchtten beide weduwen met hun zeven kinderen eerst naar Engeland en vervolgens naar Amerika. Daar bezocht Amelia het gymnasium. Na de bevrijding kwam het gezin naar Florence, maar Amelia vertrok al na enkele maanden naar Londen. Zij begon er aan een studie viool, piano en compositie.

Amelia Rosselli over Pasolini... in een gesprek
Rosselli, 1992. Leest in het Engels uit haar bundel Sleep

Weer terug in Italië

In 1948 keerde zij terug naar Florence. Ze bleef er niet lang. Na een enkele maand verhuisde ze naar Rome. Ze zou er niet meer weggaan. Tot ongeveer 1960 hield zij zich hoofdzakelijk bezig met muziek. De eerste gedichten schreef ze in 1952. De poëzie zou vanaf het begin van jaren zestig haar scheppende werk worden. In  de jaren vijftig kreeg zij haar eerste zenuwinzinking en constateerde men de symptomen van de ziekte van Parkinson.

In het interview met Perilli vertelt Rosselli over haar werk en de schrijvers met wie zij in Rome omging. Hier volgen de passages waarin Amelia Rosselli over Pasolini spreekt:

Het interview

[…] Vertel over je ontmoeting met Pasolini

Ik heb hem thuis bij [Alberto] Moravia ontmoet. Er waren zeker nog twintig andere gasten. Met het koude zweet in mijn handen ben ik naar hem toegestapt. Ik heb hem gevraagd of ik hem een manuscript met mijn poëzie mocht laten zien. Het feit dat [Elio] Vittorini er zijn goedkeuring er aan had gegeven, hielp natuurlijk. Hij zei dat het goed was. En ik weet niet na hoeveel tijd, maar hij belde me enthousiast op en vroeg om bij hem langs te komen. Mijn indrukken van hem? Erg gunstig. Dat geldt voor alle keren dat ik hem ontmoette. Dat was niet zó vaak. Hij was heel gereserveerd. En heel  “opvoedend”.

Hij had een pedagogische missie.

Hij wist uit elke persoon het beste naar boven te halen. Later ben zijn gedichten gaan lezen.

Nadat u hem hebt ontmoet ?

Ja. Bepaalde dingen, dat is duidelijk, raakten mij enorm. Andere wat minder. Maar tegenwoordig ben ik op het grootste deel van zijn werk heel erg gesteld, want ik heb zijn karakter beter begrepen. Ook hij was iemand die experimenteerde… Hij kon het toch niet zijn hele leven over Gramsci blijven hebben!

Hij leed enorm, maar koesterde tegelijk een grote liefde voor de werkelijkheid.

Enkele van zijn boeken, bijvoorbeeld Poesia in forma di rosa, uit 1963, hebben mij bijzonder  geboeid. Maar dat was wel veel later. Vaak zijn we nog niet rijp voor bepaalde werken, in die fase van ons leven geven we dan ze geen aandacht. Het is geen estetisch oordeel, en ook niet absoluut. Later, en dat kan soms pas na tien of twintig jaar zijn, nemen we het boek weer ter hand, en… […]

Honderd jaar Pasolini

Vooruitlopend op de honderdste geboortedag van Pier Paolo Pasolini, die valt op 3 maart 2022, heb ik Rosselli’s herinneringen aan hem vertaald. Twee opmerkingen slechts. Ten eerste over de term experimenteerde, in cursief in het interview. Het is een grondtrek van Rosselli’s werk. Haar drietalige achtergrond stimuleerde en werkte door in haar linguïstische experimenten: lexicaal, metrum, versvorm, gewilde grammaticale afwijkingen, muzikaliteit.

Zij waardeerde ongetwijfeld Pasolini’s meertaligheid, die, zoals men weet, veel poëzie in het Friulaans schreef. En in zijn romans uit 1955 en 1959 speelde het Romeinse dialect een wezenlijke rol. Ten tweede blijkt hoe groot Pasolini’s invloed in 1963 al was. Zijn gezag was enerzijds gebaseerd op zijn literaire reputatie, anderzijds op zijn filmische werk. De romans Ragazzi di vita en Una vita violenta verschenen in 1955 en 1959, en de dichtbundel Le ceneri di Gramsci in 1957. Zijn films Accatone in 1961 en Mamma Roma in 1962.

Aantekeningen bij Amelia Rosselli over Pasolini…

  • Plinio Perilli, “L’ultimo intervista”. In: Poesia. Mensile internazionale di cultura poetica. Milaan: Crocetti Editore. Anno IX, marzo 1996, n° 93, pp. 24-26. De citaten op p. 26. Titel vertaald: Het laatste interview. In het nummer staan drie beschouwingen over Rosselli en een ruime keuze uit haar gedichten.
  • Wie de stem van Amelia Rosselli wil horen, kan naar dit video fragment uit 1992 luisteren en kijken.
  • Amelia Rosselli over Pasolini... in een gesprekAmelia Rosselli, “Ventiquattro poesie”. In: Menabò 6, pp. 41-65.
  • Pier Paolo Pasolini, “Notizia su Amelia Rosselli”. In: Menabò 6, pp. 66-69.
  • Menabò werd geleid door Elio Vittorini en Italo Calvino en was een publicatie van uitgeverij Einaudi. Het verscheen van 1959 tot 1967. Nummer tien was gewijd aan de in 1966 overleden Vittorini en daarom tevens het laatste dat verscheen.
  • Laura Barile, “Amalia Rosselli”, in: Cesare Segre e Carlo Ossola (red.), Antologia della poesia italiana: Novecento. Seconda parte. Turijn: Einaudi, 1999, deel 6, pp. 998-1011, 1195-1198.  L. Barile was hoogleraar Italiaanse letterkunde aan de universiteiten van Bologna en Siena, en visiting professor aan de University of Chicago.