Rome 1922 Gedenkwaardige dagen in de hoofdstad

Rome 1922 Gedenkwaardige dagen in de hoofdstad

In 1922 vonden in de Italiaanse hoofdstad belangrijke gebeurtenissen plaats. En wel op de gebieden van economie, politiek en religie. Hun invloed is merkbaar tot op de dag van vandaag. Eerst het economischeRome 1922 Gedenkwaardige dagen in de hoofdstad. In 1922 bouwde de bierfabriek Peroni een grote vestiging in de buurt van Porta Pia. Het biermerk werd steeds meer een stimulans voor de economie van de hoofdstad. Het bedrijf was trouwens niet Romeins. Het was opgericht in 1846 in Vigevano.  In 1864 opende men een filiaal in Rome. Maar Peroni is meer dan  economie. Het is ook een glanzend steentje in het cultuur-historische mozaïek van de Italiaanse identiteit. Dit jaar opent ook een historisch café op Piazza del Popolo: Caffè Rosati. Heel anders van aard waren de verkiezing van paus Pius XI, de mars op Rome en de eerste regering Mussolini. Dit overzicht ‘Rome 1922 Gedenkwaardige dagen’ geeft een lijstje van veertien dagen.

De belangrijkste gebeurtenissen in oktober, november en december betreffen het begin van de machtsperiode van Mussolini en de dictatuur van het fascisme. De terugkeer naar de democratie voltrok zich in 1946 met het referendum waarmee de republiek als staatsvorm werd gekozen. 

22 januari

  •  Paus Benedictus XV overlijdt. Zijn werkelijke naam was Giacomo Paolo Giovanni Battista della Chiesa (1854-1922), geboren en Genua op 21 november 1854 en gestorven in Rome. Hij was paus van 1914 tot aan zijn dood. Fel tegenstander van de Eerste Wereldoorlog. 

Rome 1922 Gedenkwaardige dagen in de hoofdstad

2 februari

  • De regering van eerste minister Ivanoe Bonomi (1873-1951) komt ten val. Zijn aftreden is het gevolg van politieke acties van Mussolini. Wikipedia.

5 februari

  • In de Sixtijnse Kapel begint het conclaaf.
  • De volgende dag besluiten de kardinalen dat Achille Ratti (1857-1939) de nieuwe paus wordt. Bij zijn kroning op 12 februari 1922 neemt hij de naam Pius XI aan. Wikipedia.

24 mei

  • Tijdens de herbegraving in Rome van de oorlogsheld Enrico Toti (1882-1916) breken bloedige rellen uit. Met aan de ene kant de comunisten en anarchisten, en aan de andere de koninklijke troepen (Guardia Regia). Men betreurde een dode en er vielen ruim twintig gewonden. Er volgt een algemene staking. De gebeurtenis geeft één ding goed aan:  de  politieke situatie was zeer gespannen. 

18 juni

  • Tegenover het Station Termini opent het Huis van de Passagier, Casa del Passeggero. Het was eigenlijk een hotel. Het was bedoeld voor de treinreizigers en mensen die per tram van buiten de stad bereikten. In het huis nam regisseur Dino Risi in 1959 enkele scènes op voor een film. De bekende Milanese schrijver Alberto Arbassino gaf het huis een rol in zijn verhalen.

Rome 1922 Gedenkwaardige dagen in het kort

1 augustus

  • De regering van eerste minister Luigi Facto (1831-1930) treedt af. Aanleiding was de weigering van de koning de noodwet te tekenen. Die wet was bedoeld om Mussolini met de inzet van het leger een halt toe te roepen. Facta vormt daarna echter weer een nieuwe regering. Wikipedia.

21 september

  • Op deze dag opende men officiëel de galerijen van Piazza Colonna. Het was een ontwerp van de architect Dario Carbone (1857-1934).

27 oktober

  • De fascistische milities kondigen de Mars op Rome aan.
  • Regering Luigi Facta presenteert aan de koning een ontwerp noodwet. Die zou feitelijk tot een staat van bezetting leiden. Vittorio Emanuele III weigert opnieuw te tekenen.
  • Generaal Arturo Cittadini (1864-1928), adjudant des konings, stuurt uit diens naam een telegram aan Mussolini om hem naar Rome te ontbieden.

28 oktober

  • De regering Facta II treedt af.
  • De rechts-liberale leider Antonio Salandra krijgt opdracht een nieuwe regering te vormen.

29 oktober

  • De fascisten wijzen een regering Salandra af.  
  • Mussolini neemt om 20.30 de nachttrein met slaapcoupé van Milaan naar Rome.

Rome 1922 Gedenkwaardige dagen in de hoofdstad

30 oktober

  • De fascistische milities krijgen toestemming om Rome binnen te trekken. Het leger en de politie komen niet in actie.
  • Mussolini arriveert om 10.50 uur in de hoofdstad en begeeft zich vervolgens naar het Quirinaal. Na een gesprek van een uur draagt de koning hem formeel op een regering te vormen.
  • Dezelfde avond om 19.20 uur presenteert Mussolini zijn lijst ministers aan de koning, die instemt met het voorstel. Mussolini’s regering bestaat uit twaalf ministers waaronder drie fascisten. Verder een liberaal, een democraat en leden van andere politieke richtingen. Mussolini neemt overigens de ministeries van binnenlandse en buitenlandse zaken ad interim onder zijn hoede.

31 oktober

  • Honderduizend zwarthemden van de P.N.F., de Partito Nazionale Fascista, komen bijeen in Villa Borghese. Vandaar trekken zij op naar het Altaar van het Vaderland, zie afbeelding waarmee deze post opent. Daarna presenteren zij zich voor het Quirinaal, de koninklijke residentie.
  • De regering Mussolini wordt beëdigd in het koninklijk paleis.

1 november

  • Fascistische knokploegen molesteren Giuseppe Lemmi en Nicola Bombacci (1879-1945). Zij behoorden tot de oprichters van de Italiaanse comunistische partij. Bombacci werd in 1935 fascist en bracht het na 1943 zelfs tot adviseur van Mussolini. Zie hier voor foto’s uit die dagen.

2 november

  • De Romeinse politie  maakt in een rapport melding van 19 doden en veel gewonden als gevolg van acties van fascistische knokploegen.

16 november

  • Mussolini houdt in de Kamer een arrogante rede. Hij krijgt het vertrouwen van 306 kamerleden. Er stemmen 116 leden tegen. Deze rede krijgt bekendheid als de Toespraak van het Bivak.

25 november

  • De tweede kamer stemt in met de wet die aan de regering volledige macht verleent. Stemming: 275 voor, 90 tegen. Twee dagen later stemt ook de senaat voor de wet.

15 december

  • Mussolini roept in zijn suite in het Grand Hotel de vergadering bijeen die vanaf deze dag de Grote raad van het fascisme (Gran consiglio del fascismo) zal heten.

21 december

  • In een toespraak in de Kamer op 17 november was het antifascistische kamerlid Giovanni Conti (1882-1957) van de Italiaanse republikeinse partij fel van leer getrokken tegen Mussolini en diens regering. Een Romeinse fascistische knokploeg verschaft zich met geweld toegang tot zijn woning. Hij wordt gemolesteerd en gedwongen wonderolie, ‘olio di ricino’, te drinken.

23 december

  • Pius XI  kondigt in de encycliek Ubi arcano Dei het XXIIIº Heilige Jaar aan. Het zal worden gevierd in 1925.

28 december

  •  In het Paleis van de familie Chigi is een belangrijke bibliotheek. Mussolini schenkt haar aan de Vaticaanse Bibliotheken. Het Paleis geeft hij de bestemming  regeringszetel. En dat is tot op heden zo gebleven. Wikipedia.

29 december

  • De aardbeving in Centraal Italië wordt ook in Rome gevoeld. Tijdstip: rond 12.20 uur.

30 december

  • Mussolini vaardigt een arrestatiebevel uit voor alle Italiaanse leden van de delegatie die hadden deelgenomen aan het IV Congres van de Derde Internationale te Moscou. Onder hen waren Amadeo Bordiga en Antonio Gramsci.

Terug naar 1921 
Ga naar 1923
Naar alle jaren

Aantekeningen bij Rome 1922 Gedenkwaardige dagen

  • We zijn nu honderd jaar verder. Vooral de mars op Rome en het begin van de fascistische dictatuur zullen dit jaar veel aandacht krijgen.
  • Voor Caffè Rosati zie hier hun website met enkele historische foto’s.
  • Zie voor het gebruik van wonderolie deze pagina.

 

Print Friendly, PDF & Email

Mauro Covacich toneelstuk ‘Svevo’ Bekentenissen van Zeno

De Triëster schrijver Mauro Covacich schreef over Italo Svevo een toneelstuk getiteld ‘Svevo’. Het gaat op woensdag 13 oktober 2021 in premiëre in Triëst. Regie Franco Però. Vijf dagen later, op maandag 18 oktober, volgt een voorstelling in Turijn in het kader van de grootste boekenbeurs die Italië rijk is. Het lijkt de moeite waard hem over het project van Covacich aan het woord te laten. Niet alleen omdat hij werd geboren (1965) en opgroeide in Svevo’s stad, maar hij is bovendien de veel gelezen auteur van een twintigtal romans en essays. Op Facebook bestaat een Fanclub Mauro Covacich.

Mauro Covacich toneelstuk 'Svevo'

Mauro Covacich vertelt iets over het toneelstuk Svevo en zijn verhouding tot de beroemde schrijver in een gesprek met de journaliste Ida Bozzi. Het interview heeft de curieuze titel: ‘Psicozenologia triestina’ Ik kende het woord ‘psychozenologie’ niet. Maar het lijkt mij, dat lezers van Svevo’s derde roman met deze samenstelling: — psycho + Zeno + logie — nauwelijks moeite zullen hebben. Uit het interview neem ik een aantal uitspraken van Covacich over.

Svevo en Triëst

De schrijver stelt vast dat Svevo in Triëst een dominante  aanwezigheid is.

Svevo heeft mij altijd begeleid, mijn leven lang. De naam van mijn middelbare school was Italo Svevo en gevestigd in de Italo Svevostraat. Voor wie in Triëste woont, is Svevo enerzijds verplichte kost maar anderzijds ook een hindernis. Lange tijd stond hij mij, en ik vermoed ook andere schrijvers, als een dominerende persoonlijkheid in de weg. Dat was in zekere zin bijna ontmoedigend. En dan nog iets. Gedurende mijn schooljaren vond ik hem zelfs antipathiek! Hij beantwoordde namelijk aan het cliché van de Triëster en ik viel daarbuiten. Mijn klasgenoten kwamen net als hij uit de gegoede stand, de bourgeoisie, maar ik was uit de arbeidersklasse afkomstig.

Pas later drong het belang van de Bekentenissen tot mij door, namelijk toen ik aan de universiteit studeerde en mij werkelijk in de tekst verdiepte. Ik kon toen ook korte metten maken met mijn vooroordelen. De roman Bekentenissen is een unicum. Dat geldt zowel ten aanzien van zijn romans Een leven en Een man wordt ouder, als in de context van de Italiaanse en de Europese literatuur. Svevo introduceerde de analytische roman én het idee van een structuur opgezet volgens thema’s. En daarmee is de roman ook in deze tijd een werk van betekenis.

Covacich licht het niet toe, maar met thema’s bedoelt hij waarschijnlijk — ik noem er twee — het roken en de psychoanalyse, respectievelijk hoofdstuk 2 en 8 van het boek.

Het toneelstuk

In het eerste deel van het toneelstuk presenteert Covacich Svevo als lid van de bourgeoisie van Triëst en zet hem neer als een ondernemend personage, arrogant en zakenman. Hij verschilt in deze fase sterk van de passieve Zeno. Het stuk ontwikkelt zich volgens concentrische cirkels. De buitenste cirkels bevatten algemene informatie en een enkele annecdote. Naarmate de cirkels aantrekken, vermengt Covacich het verhaal van de Bekentenissen met dat van zijn eigen leven.

De taal

Hij wijst op de kwestie die de receptie van Svevo’s werk sinds de publicatie van zijn eerste roman Een leven begeleidt: de taal. Covacich spreekt erover vanuit het gezichtspunt van het Triëster dialect:

Aangezien ik ook een Triëster schrijver ben (een dwerg vergeleken met deze reus) ervaar ik zeer sterk de taalkwestie. Het Triësts was lange tijd de lingua franca waarin de bevolking comuniceerde. Als ik Claudio Magris op straat tegenkom, spreken we Triësts. In Istria of Dalmatië spreek je Triësts. Het dialect heeft ook een bovennationale functie gehad: als Joyce naar Svevo schrijft, doet hij dat in het Triësts.

Op deze laatste opmerking valt wel iets af te dingen. De briefwisseling tussen beide mannen bevat naar mijn weten slechts één brief van Joyce aan Svevo, die van 5 januari 1921, met een alinea geschreven in het Triësts. Beide heren spraken wel met elkaar in het dialect, daaraan is geen twijfel. Het belang van de taalkwestie werd volgens Covacich niet door de literatuurcritici opgemerkt, maar door de schrijvers die Svevo na stonden.

Eén van hen was de Ierse James Joyce die in zijn Portrait of the artist as a young man Dedalus laat zeggen ‘Ik voel het Engels in mijn mond als een vreemde taal. De andere is de Zuid-Afrikaan John M. Coetzee, die thuis Afrikaans sprak en het Engels op school leerde. Net als ik en net als Svevo: wij hebben het Italiaans uit de schoolboeken geleerd.

Covacich gaat verder:

Svevo zegt het zeker twee of drie keer in de roman: opgelet, ik schrijf in een taal die de mijne niet is, ik heb het Toscaans geleerd als een vreemde taal. Jullie denken dat dit intieme bekentenissen zijn, maar dat is niet zo. Het is wat ik in het Italiaans kan opschrijven.

Dit is opmerkelijk, maar bedenk wel, dat Covacich hier voor Svevo spreekt.

Iemand anders zou zijn ’taalcomplex’ hebben verborgen. Het genie van Svevo is juist dat hij het gebrek transformeert in een grondstof. Hij laat zien dat er in de taal iets intrinsieks zit dat leidt tot een alteriteit. Svevo schrijft in een brief aan Montale ‘Het is een autobiografie, het is niet de mijne.’ En dan denk je: voor de duivel, wat hebben Zeno, zijn vader, zijn vrouw, zijn minnares gezegd! Hij heeft zich wel erg ver bloot gegegeven. Maar dan, aan het einde, zegt hij: nee, wacht, ik heb mij wel bloot gegeven, maar toch heb jij nog niets gezien. Er is meer, maar verborgen. Deze dubbelheid vind je in geen enkele andere roman. De verdubbeling komt voort uit de linguïstische en psychoanalytische elementen. Wie weet welke waarheid hij ons zou hebben verteld als hij had gesproken in het Triësts.

Concluderend herhaalt Covacich dat de roman Bekentenissen een unicum is:

Het is een geheel van bijzondere zaken: de vorm, het gebruik dat hij maakt van de tijd, het autobiografische vertellen. En aan het eind volgt de onthulling dat hij een leugenaar is.

Sommige van de opmerkingen van Mauro Covacich zijn misschien wat vergezocht. Maar ik laat het oordeel daarover graag over aan de lezer. Ik stel alleen vast, dat Svevo’s boek uit 1923 nog steeds inspireert. En dat doet mij veel plezier.

Mauro Covacich toneelstuk 'Svevo'

Aantekeningen bij Mauro Covacich toneelstuk ‘Svevo’

  • Het interview staat in La Lettura #515, de zondagse culturele bijlage van het dagblad Corriere della Sera, 10 oktober 2021.
  • Zie voor de schrijver Mauro Covacich de Italiaanse pagina wikipedia.
  • De brief met de alinea in het dialect is opgenomen in: Italo Svevo, Carteggio: James Joyce, Eugenio Montale, Valery Larbaud, Benjamin Crémieux, Marie Anne Commène, Valerio Jahier. Bruno Maier (red.). Milaan: dall’Oglio, 1965, pp. 26-27. In voetnoot 8 de Italiaanse vertaling.
  • Voor mijn auteurspagina over Svevo hier.
  • Bruno Maier behandelt de taalkwestie in zijn biografie van Svevo. In hoofdstuk VII komen zowel Svevo’s taalgebruik als zijn stijl in gedetailleerde analyses aan de orde.

 

Print Friendly, PDF & Email

Kerst in Rome 1933

Een filmpje

Een filmpje van 6 minuten en 21 seconden over Kerst in Rome in het jaar 1933. De maker van dit bijzondere document was Otello Martelli, die later bekend zou worden als de cameraman van Federico Fellini. De korte documentaire in zwart/wit en zonder geluid werd door het Italiaanse Archief Luce gerestaureerd, geëdit en op 22 december 2020 op hun website toegankelijk gemaakt voor het publiek.

De inhoud van het filmpje

De maker laat een stukje van Rome zien in de dagen voor en tijdens de Kerst in 1933, Die viel trouwens op maandag en dinsdag. Hij toont aan het begin de paardenwagens en vrachtauto’s die volgeladen met groenten de stad binnenrijden. Ze zijn op weg naar de markten, die vervolgens in beeld komen. Een rijk aanbod van groenten, pluimvee en verse vis bestemd voor de

Kerst in Rome 1933: Piazza Navona met de bekende stalletjes met speelgoed.
Screenshot uit de documentaire

bewoners van de Eeuwige Stad. Dan komt Piazza Navona in beeld met haar traditionele stalletjes met cadeautjes voor de kinderen. Daarna gaat de cameraman naar Villa Borghese: het is er overvol met auto’s en wandelaars. Men ziet vervolgens een welvoorziene bloemenmarkt en aansluitend daarop vrolijke scènes met vrouwen en babies en kinderen in het park tijdens een zonnige decemberdag. Daarna trok de cameraploeg naar Ostia waar men goedgeklede op de brede boulevard flanerende burgers filmde. Enkele gezinnen met kinderen in het zand en anderen vermaken zich bij het water.

De koepel en de slopershamer

Het document sluit af met opnames (vanaf 5’.19’’) uit de koepel van de sint Pieter. De klokken van Rome kondigen de Kerstviering al luidende aan. Bij het begin van deze sectie krijgt men vanuit de toren het Sintpietersplein te zien.

Kerst in Rome 1933: Borgo Spina vóór de sloop begonnen op 28 oktober 1936.
De huizenblokken op de as die van het centrum van het plein naar de Tiber loopt, zullen verdwijnen.

De overbekende brede weg – via della Conciliazione – die van het plein naar de Tiber loopt, is er dan nog niet. Enkele jaren later – in 1936 en 1937 – zou een groot deel van de wijk Borghi onder de slopershamer vallen. Men wilde het zicht op de magnifieke koepel van Michelangelo mogelijk maken. Het plan bestond al in de tweede helft van de 19e eeuw, maar zou pas tijdens de dictuur van Mussolini zijn beslag krijgen.

De link naar de korte documentaire.

Aantekeningen

Wikipedia over cameraman Otello Martelli (EN)
Het Archief Istituto LUCE beheert een enorme hoeveelheid historisch beeldmateriaal. Het werd opgericht in 1924 en in 1925 door Mussolini overgenomen en voortvarend ingezet voor de propaganda.

Print Friendly, PDF & Email

De Schildpaddenfontein van Aafjes in Rome

Fonteinenliefde

De Romeinse fonteinen hebben op bezoekers van de stad altijd grote indruk gemaakt. Ook op de in Amsterdam geboren schrijver Bertus Aafjes (1914-1993). Hij stak zijn fonteinenliefde niet onder stoelen of banken. Het onderstaande fragment, dat ik ‘De Schildpaddenfontein van Aafjes’ heb genoemd, is afkomstig uit het verhaal ‘De fonteinen van Rome’, dat hij schreef in mei 1969, tijdens of na een bezoek aan Rome.

De Schildpaddenfontein van Bertus Aafjes

De unieke Schildpaddenfontein in Rome.
Fragment fontein

Vier naakte knapen leunen achteloos tegen de steel van een paddestoelvormige fontein. Met de ene hand houden zij een dolfijn bij de staart, op wiens kop zij hun voet geplant hebben. Met de andere hand tillen zij een schildpad omhoog naar de bekkenrand om het dier te laten drinken. De vier levensgrote bronzen efeben zijn in houding en gebaar van zulk een natuurlijke bevalligheid dat de toeschouwer onwillekeurig aan Rafaël denkt. De Romeinse volksmond schrijft het ontwerp dan ook aan Rafaël toe. Dit ten onrechte. De fontein werd in 1585 vervaardigd door Taddeo Landini, vermoedelijk naar een ontwerp van Giacomo della Porta. […]

De oorspronkelijke schets van de Schildpaddenfontein gaf de vier efeben geen schildpadden in de hand. Waarschijnlijk moesten zij vier dolfijnen omhoog tillen en deze als het ware over de bekkenrand in het water laten glippen. Maar de dolfijnen werden niet toegevoegd en bijna een eeuw lang maakten de knapen een slag in de lucht en zaten met leeg gebarende hand rond de fontein.

Toen vulde een geniaal man, Bernini vermoedelijk, deze met een schildpad: het kleine logge dier schijnt met wonderbaarlijke

De Schildpaddenfontein van Aafjes in Rome

behendigheid over de bekkenrand te klimmen – als men goed toeziet is het reeds aan de vingertoppen van de jongenshand ontglipt – en dit geeft iets onzegbaar vrolijks aan deze fontein, die de belichaming is van het begrip eeuwige jeugd, maar terzelfder tijd gestalte geeft aan de vergankelijkheid van de inhoud ervan. […]

Vanzelfsprekend vertellen de Romeinen van deze charmante fontein een hunner charmantste verhalen. Aan deze Piazza Mattei staat een der vele Mattei-paleizen, waarin eens de hertog van Mattei woonde, de rijkste man van de Eeuwige Stad. Hij was een hartstochtelijk speler en verloor vaak in een nacht een bedrag dat voor een minder rijk man een vermogen betekende.

De verliefde hertog

Op zekere dag werd hij verliefd op de dochter van een verarmde landedelman uit de Castelli. Hij vroeg haar ten huwelijk. Reeds had de oude landedelman ingestemd met Mattei’s huwelijksaanzoek, toen deze op een nacht naast een deel van zijn fortuin ook een van zijn paleizen verspeelde. Dit kwam de oude landedelman ter ore – heel Rome sprak er immers over. Menend dat zijn toekomstige schoonzoon bankroet was, liet hij hem weten dat hij afzag van het huwelijk.

De hertog echter, die zo rijk was dat het verlies hem maar weinig schade berokkende, zon op een middel om de oude landedelman alsnog te winnen voor een huwelijk met de vrouw van wie hij hartstochtelijk hield. Hij liet in één enkele nacht voor vijfduizend gouddukaten de Schildpaddenfontein op het plein voor zijn paleis neer zetten.

De volgende dag nodigde hij zijn geliefde en haar vader naar zijn palazzo, vroeg hen hoe zij ooit hadden kunnen denken dat hij tot de bedelstaf vervallen was, wierp het venster open en toonde hen het meesterwerk dat hij die nacht voor zijn huis had laten oprichten. Evenals de Romeinen en de ontelbare toeristen nadien keek het drietal ademloos naar het kunstwerk. De vader schonk daarop de hand van zijn dochter aan de hertog, deze riep een metselaar en liet het venster waardoor zij gezamenlijk naar de Schildpaddenfontein gekeken hadden dichtmetselen opdat niemand meer langs deze weg zien zou wat zij zo juist aanschouwd hadden. Bezoekt gij het Schildpaddenfonteintje kijk dan langs een van de efeben in de richting van het Palazzo Mattei en gij zult zien dat het venster links van de ingangspoort tot vandaag bleef dicht gemetseld.

Een toelichting

Er zijn in Rome onveer 2500 nasoni fonteinen.
nasone fontein

In het genoemde verhaal beschrijft Aafjes vijf van de ruim 1500 Romeinse fonteinen, waarbij de ongeveer 2500 karakteristieke ‘nasoni’ natuurlijk niet zijn inbegrepen. Naast de Schildpaddenfontein  beschrijft hij de Trevifontein, de fontein op Piazza Esedra, de  Vierstromenfontein op Piazza Navona en ten slotte de Tritonenfontein op Piazza Barberini. Hij had ze al eerder gezien tijdens zijn verblijf Rome in 1936. In de bundel Een voetreis naar Rome (1944) leest men in een vers op pagina 57 dat zijn ‘hart nu roept naar fonteinen’. Zijn liefde voor Rome en haar fonteinen zou hij zijn hele leven met zorg bewaren en er in vele publicaties uiting aan geven.

Fonteinenfeitjes

  1. Tot zover Aafjes en zijn fonteinenliefde. Hij wist blijkbaar niet dat de schildpadden in de vorige eeuw diverse malen werden gestolen. De eerste keer in 1906. Het gebeurde opnieuw in 1944. Ditmaal had een voddenverkoper ze bij toeval aangetroffen en bracht ze terug bij de rechtmatige eigenaar: de gemeente Rome. Veel later, In 1981, maakten dieven zich meester van één van de vier schildpadden. Het stadsbestuur besloot toen kopieën op de bekkenrand aan te brengen en bracht de drie resterende originelen onder in het veiliger Capitolijnse museum.
  2. Een tweede aardigheid betreft de legende – die trouwens nog steeds wordt verteld – van de verliefde hertog. Zelfs voor een legende lijkt het construeren van een zó ingewikkeld kunstwerk in één nacht zeer onwaarschijnlijk. Men had er in werkelijkheid wel wat langer voor nodig: van 1581 tot 1588. Het hertogelijk palazzo werd overigens pas in 1616 gebouwd. Maar bij een legende kijkt men niet op een jaartje.
  3. De fontein staat in het midden van Piazza Mattei.

Aantekeningen bij De Schildpaddenfontein van Aafjes

  • Het tussenkopje in het geciteerde fragment heb ik toegevoegd.
  • Zie de auteurspagina over de schrijver: Bertus Aafjes.
  • Bertus Aafjes: ‘De fonteinen van Rome’, in: Het rozenwonder. Verhalen. Amsterdam: Meulenhoff, 1979, pp. 128-143. Dit fragment op pp. 136-138.
  • Zie hier mijn overzicht van de belangrijkste Romeinse fonteinen, Daar ook verwijzingen naar literatuur. Voor de besproken fontein hier:
  • Wiily Pocino, Le fontane di Roma, Roma: Newton & Compton editori, 1996, p. 209.
  • Claudio Rendina, La grande enciclopedia di Roma, Roma: Newton & Compton editori, p. 721-722.

 

Print Friendly, PDF & Email

Overschaduwde vreugde: Genua’s nieuwe brug

Je kunt wel spreken van ‘overschaduwde vreugde’ bij Genua’s nieuwe brug. Op 3 augustus 2020 was het staatshoofd Sergio Mattarella aanwezig bij de opening van de nieuwe brug in Genua. Zie hier voor mijn bericht over de  tragische gebeurtenissen rond de oude brug. In recordtijd kwam er een nieuwe voor in de plaats.

Ontwerp van Renzo Piano

De wereldberoemde architekt Renzo Piano, afkomstig uit Genua, heeft het project van de brug kort na de instorting van de oude aan zijn stad geschonken. De brug is 1067 meter lang, 40 meter hoog en heeft 19 overspanningen die rusten op 18 pijlers.

De nieuwe

De dag na de oplevering werd hij geopend. Vanuit het gezichtspunt van het verkeer en de economie kwam daarmee een einde aan het semi-isolement van de havenstad. De nieuwe brug is in recordtempo gebouwd op de plaats van de oude Morandibrug, die twee jaar geleden instortte. De eerste gebruikers van het nieuwe bouwwerk toonden zich zeer verheugd en opgetogen, want voor hen was er een einde gekomen aan de niet zelden drievoudige reistijden om de stad te bereiken en aan andere ernstige ongemakken.

De nabestaanden van de drieënveertig slachtoffers van de ramp waren, en dat is begrijpelijk, niet aanwezig bij de opening op 3 augustus. Gisteren, 14 augustus 2020, waren zij bijeen om de rampzalige gebeurtenis te herdenken. De plechtigheid werd bijgewoond door de Italiaanse eerste minister Conte en andere hoogwaarigheidsbekleders. Bij het woord ‘ramp’ denkt men al snel aan een natuurramp. Dat bleek voor de Morandibrug niet het geval. Een lange voorgeschiedenis van ontbrekend onderhoud veroorzaakte op 14 augustus 2018 om 11.36 uur de fatale instorting. Op dat moment onderging het leven van de nabestaanden van de 43 omgekomenen een radikale wending, een leven waarvan het leed voortaan deel zou zijn. De Nederlandse dichteres Hanny Michaelis drukte dit zeer precies uit in een gedachte die natuurlijk haar eigen bestaan betrof: ‘Je komt er niet af, maar je kunt er mee leven’.  Niettemin zullen velen die herkennen en misschien hebben ervaren.

Herinneringspark

Onder de nieuwe brug is een cirkelvormig park aangelegd waarin men 43 verschillende soorten bomen heeft geplant, voor elk slachtoffer één. Hun namen zijn aangebracht op een plaquette. Het park heeft de naam Open plek van de Herinnering gekregen  (Radura della Memoria). Op deze afbeelding een deel van het park en de brug erboven.

Overschaduwde vreugde: Genua's nieuwe brug

Het woord ‘radura’ staat voor een door bomen omringd rond grasveld in het bos. De cirkel is als universeel symbool allom aanwezig in de Italiaanse kunst, architectuur en religie. Een boom geplant om een persoon te herinneren heeft in Italië de laatste decennia meer en meer toepassing gekregen.

De officiële naam van de nieuwe brug is “Genua Sint-Joris”. De legendarische heilige en drakendoder wordt door de inwoners van de havenstad al eeuwen geliefd en vereerd. Dat is althans het beeld dat in de comunicatie van het  stadsbestuur wordt overgebracht. Het rode Sint-Joriskruis op een wit vlak is sinds jaar en dag de vlag van de stad. De keuze van de naam weerspiegelt de locale identiteit en past volledig in het politieke beleid van het huidige stadsbestuur. Sinds de verkiezingen van 2017 leidt de gekozen burgemeester Mario Bucci het bestuur, dat de uitdrukking van een rechtse coalitie. Het nationalisme is in de politieke cultuur van deze politieke partijen op nationaal niveau aanwezig als diepverankerde en sturende waarde.

Print Friendly, PDF & Email