Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021 en Etty Hillesum

Pier Giorgio Carizzoni, een gedreven organisator

Pier Giorgio Carizzoni (1955-2021) heeft vanaf 2014 een belangrijke bijdrage geleverd aan Etty Hillesums bekendheid in Italië. Hij deed dat op de manier die hem het beste lag: het bedenken van een concept, de uitwerking en vervolgens de organisatie van tentoonstellingen. Dat was zijn vak. Vanaf 1980 heeft hij tientallen succesvolle culturele evenementen gerealiseerd. Aanvankelijk op het gebied van de cinema, maar vanaf 1997 realiseerde hij een serie boeiende tentoonstellingen. Over Rilke en Lou (1997), over Pasternak (1999), over Nietzsche (liep van 1997 tot 2003), over Freud (2004), over Rilke (2008), Sex&Revolutuon (2018), om slechts de belangrijkste te noemen.

Ik leerde Pier Giorgio kennen in het najaar van 2014 toen hij mij vroeg om in Milaan in de Casa della Cultura op 18 december van dat jaar over Etty Hillesum te spreken. Zie hier voor een verslag. In dezelfde maand liep de mooie tentoonstelling die hij over haar had georganiseerd. In de periode 2016 -2018 hebben wij aan verschillende Hillesum projecten gewerkt. En in 2017 bezochten wij in dat verband  Amsterdam, in Middelburg Klaas Smelik en het Etty Hillesum Onderzoek Centrum  en natuurllijk het Herinneringscentrum kamp Westerbork.

Denkend hart in 2014Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021

Voor de eerste Etty Hillesum tentoonstelling in Milaan, in de voormalige Stoomfabriek’, fabrica del vapore,  kreeg hij de medewerking van Milanese instellingen. Maar ook de culturele afdeling van de Nederlandse ambassade in Rome was hem zeer terwille. Van het Joods Historisch Museum betrok hij een groot aantal foto’s van Etty Hillesum die in de tentoonstelling werden verwerkt. Het resultaat was bijzonder.

De tentoonstelling in de Stoomfabriek duurde van 9 dit 30 december 2014 en was een ware  publiekstrekker. Eerder dat jaar was zij te zien geweest in Venetië (2014), in 2017 in Copertino, in het zuiden van de regio Apulië, en ten slotte in Olbia op Sardinië (2018). De uitvoering en opstelling van het materiaal werd door hem zeer vaardig aangepast aan de omgeving, maar het basisconcept bleef gelijk en de wervende boodschap even sterk.

Pier Giorgio Carizzoni
Overzichtsfoto

Deze foto geeft een goede indruk van de opbouw. Men kan duidelijk zien dat het ging om een omvangrijke expositie. Zij zou zeker op meer plaatsen te zien zijn geweest, maar de kosten voor de huur en de inrichting waren in de meeste gevallen een obstakel. Bovendien was een vrij grote locatie vereist. Niettemin moet de conclusie luiden, dat zijn Hillesum tentoonstellingen een stimulans waren voor het steeds bekender worden van Hillesums persoon en werk in Italië. En wij zijn hem daar dankbaar voor.

Persoon en ideeën

Pier Giorgio Carizzoni’s beeld van Etty Hillesum vond aansluiting bij zijn eigen levensvisie. Ik heb hem leren kennen als een denkende vrije geest. Hij geloofde stellig in de positieve werking die een tentoonstelling kon uitoefenen op de bezoekers. En zijn keuze voor personages die evenzeer vrij denkende geesten waren, was coherent met zijn wereldbeeld. Pier Giorgio studeerde filosofie in Milaan en Bologna eind jaren zeventig begin jaren tachtig. Master in filosofie met een thesis over esthetiek in 1986. Die ervaringen droegen ongetwijfeld bij tot de vorming van deze kritische denker en onafhankelijke persoonlijkheid.

Covid-19

Pier Giorgio Carizzoni raakte eind oktober 2020 besmet met het Covid-19 Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021virus. Na opname in november heeft hij het ziekenhuis niet meer verlaten. Afgelopen maand ging eindelijk het beter en kon hij zelfstandig ademen en stap voor stap aan rehabilitatie beginnen. Helaas verslechterde zijn toestand rond Pasen opnieuw, raakte in coma en overleed op zaterdag 10 april in zijn geboortestad Milaan. Ciao Pier.

Aantekening

Voor details over de Vereniging Dioniso waarvan Pier Giorgio de oprichter en drijvende kracht was, zie hier (ook Engels).

De Romeinse katten van Hermans, een verhaal (1956)

Onbegrensde kattenliefde

Dit stukje gaat over de Romeinse katten van Hermans (1921-1995). Willem Frederik Hermans hield van katten. Deze liefde was geen capriccio, geen gril, maar een constante in het bestaan van de schrijver en zijn vrouw Emmy. Maar liefde voor levende wezens geeft nogal eens aanleiding tot opmerkelijk gedrag. Zeker bij mensen. We lezen dat Hermans in een zomerse nacht in het jaar 1955 door Rome dwaalde. Onder zijn arm had hij een oude krant met een maaltje sardines. Hij was op weg naar de katten die in de basiliek van Maxentius woonden. Een onweerstaanbare feliene liefde dreef de 34-jarige schrijver de duisternis in. De tocht toonde aan dat zijn liefde en zorg niet beperkt bleven tot zijn eigen katten, maar zich ook uitstrekten tot de verkommerde Romeinse. Leed Willem Frederik Hermans aan feliene empathie?

Ik koos uit het verhaal de passages die van zijn nachtelijke expeditie getuigen.

De katten van Rome

In donkere spleten en gangen bewegen soms schimmen.

Wie een poosje blijft staan bij een van de hekken die de valleien waarin de ruïnes staan, afsluiten, ziet hoe telkens een stuk vuil de gedaante aanneemt van een kat. Deze oude puinhopen zitten vol katten: rode katten, zwarte, vuilwitte, cyperse. Katten met huidziekten, katten met uitpuilende buiken, katten zonder staart, katten op drie poten, katten zonder oren, katten met zwerende ogen, oude katten, stervende katten en kleine katten die zich, drie of vier tegen elkaar aan, liggen te zonnen op een gebarsten brok marmer.

Waar leven zij van in deze meestal dorre woestenijen, waar vogels geen reden hebben neer te strijken?

[…] Maar de katten in Rome kunnen zelfs geen drinken vinden tussen hun omgevallen antieke zuilen.

’s Nachts om twee uur is Rome uitgestorven. De dofrode gebouwen staan als nachtmerries in het natriumlicht. Ik heb ’s nachts uren lang rondgelopen. Een oude krant met sardines had ik bij mij. De katten lopen dan in troepen over de straten. Er zijn in Rome overal drinkbakken, gemaakt van oude marmeren doodkisten, waar voortdurend een dun straaltje water in valt en daardoor altijd overlopen. Uit de plassen die zich er omheen vormen, komen de katten drinken. Zij zijn erg schuw. Het is mij niet dikwijls gelukt er een te aaien. Hun vel voelt vreemd aan, ruw, stoffig, kleverig. Eerder het vel van een vuile hond dan van een kat. Ja, de katten in Rome zijn zo verkommerd, zo uitgedroogd, dat zij zich zelfs niet meer kunnen wassen.

Iets meer over Hermans’ verhaal

Het stukje verscheen voor het eerst op 18 februari 1956 in het dagblad Het Vrije Volk. Hier het knipsel in Delpher. In de titel stond toen nog het woord ‘verkommerde’ en luidde: ‘De verkommerde katten van Rome’, maar in latere herdrukken heeft Hermans dit Het verhaal van Willem Frederik Hermans over de Romeinse katten is dit boekjeadjectief geschrapt. De Leidsche emeritus hoogleraar en Hermans-biograaf Willem Otterspeer nam ‘De katten van Rome’ op in het elegant uitgegeven boekje De geur van een pasgestoomde deken. De beste kattenstukken. Deze door Otterspeer geredigeerde bundel bevat nog meer kattenverhalen: De kat Kilo; De poes van Lenin; De dood in Dublin; verder een keuze uit zijn bijdragen aan de terecht beroemde  Poezenkrant; het essay De liefde tussen mens en kat, en het interview met Maria Roskam Abbing. Otterspeer leidt het boekje mooi in met een flink aantal wetenswaardigheden over Hermans’ leven met katten en poezen. Laat het toch niet ongelezen!

Aantekeningen

  • Eerste publicatie in Het vrije volk Democratisch-socialistisch dagblad, 18-02-1956. Voorpagina. Rubriek VRIJ SPEL.
  • Een herdruk met de titel ‘De katten van Rome’ werd opgenomen in Het sadistische universum, Amsterdam: De Bezige Bij, 19729, 137-138. Eerste druk 1964.
  • Willem Frederik Hermans, De geur van een pasgestoomde deken. De beste kattenstukken. Ingeleid door Willem Otterspeer, Amsterdam: De Bezige Bij, 2009. pp. 47-50.

 

 

Gemeenteraadsleden brengen fascistische groet

27 januari 2021: het stadje Cogoleto in Ligurië

Drie gemeenteraadsleden brengen de fascistische groet tijdens de zitting van de raad op woensdag 27 januari 2021. De avond ervoor herdenkt de raad de bevrijding van Auschwitz-Birkenau. De ochtend daarna, dus 27 januari, komt men opnieuw bijeen. Op de agenda staan de voorstellen om over te stemmen. De burgemeester licht ze een voor een toe en brengt ze in stemming. Drie leden van de oppositie maken hun tegenstem kenbaar door handopsteken. Dat is de normale gang van zaken, ware het niet dat zij dit op de morgen van 27 januari met de fascistische groet doen. En wie herinnert zich niet hoe razend ‘populair’ die in het Italiaanse interbellum was! Die goede oude tijd dachten de drie, hun rechterarn fier omhoog stekend: de befaamde ‘saluto Romano’ (hier de authentieke). In Noord-Europa beter bekend onder de naam ‘Hitlergroet’. De drie raadsleden zijn hieronder te zien met hun rechterarm omhoog.

Cogoleto gemeenteraadsleden brengen fascistische groet
De drie raadsleden stemmen tegen met de rechterarm gestrekt.

Nostalgie naar het fascisme van weleer ?

Het gaat om de raadsleden Francesco Biamonti, Valeria Amadei en Mauro Siri. Wie zijn deze lieden? Ten eerste de heer Biamonte (geb. 1959). Hij zit in de raad voor de Lega Nord (partijleider: Matteo Salvini). Ten tweede is er mevrouw Amadei, die hoort bij Fratelli d’Italia (partijleider: Giorgia Meloni), de partij die de erfenis van Mussolini wellicht het meest koestert. Ten slotte de heer Siri. Hij is een onafhankelijke politicus, maar bij rechts populistische stromingen in te delen. Na de derde stemming, waarbij de drie raadsleden telkens hun rechterarm ostentatief opstaken, ontstak de rest van de raad in heftige verontwaardiging.

De eerste reacties

Aangezien de raadsvergadering gevolgd kon worden in streaming, kwamen de reacties in de media snel los. Eerst op de websites van de locale media en later in de regionale en nationale kranten. Giovanni Toti, de gouverneur van de regio Ligurië, schrijft ‘… wat er is gebeurd tijdens de raadsvergadering is onaanvaardbaar. De raadsleden die de fascistische groet brachten, begingen niet alleen een strafbaar feit, maar eveneens een grove belediging van de slachtoffers van de nazifascistische misdaden.’ De woorden van Toti (ooit oogappel en discipel van Silvio Berlusconi) laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

In de loop van woensdag namiddag kwam de verklaring van de Anpi. Anpi staat voor de Vereniging van de Italiaanse Verzetsmensen, zeer actief en bijzonder allert. In hun persbericht spreken zij niet alleen hun afschuw en verontwaardiging uit, maar eisen zij bovendien ‘… het aftreden van de drie nostalgici van Cogoleto.’

Reactie uit eigen gelederen

De regionale woordvoerder van Fratelli d’Italia, het politieke huis van het raadslid Valeria Amadei,  verklaarde dat men van haar een passende verklaring voor het gedrag in de vergadering verwachtte. Op straffe van uitzetting. Haar partij kan immers geen leden dulden, die voor de rechter moeten komen wegens apologie van het fascisme.

Tot slot

Wat moet men, concluderend, van het gedrag van deze raadsleden denken? Was het een provocatie? Ongetwijfeld! Het is immers ondenkbaar dat de drie niet wisten welke betekenis 27 januari in Europa heeft.  Het is daarom te hopen dat een onderoeksrechter de zaak spoedig ter hand neemt.

Aantekeningen

Het stadje Cogoleto ligt aan de kust in de regio Ligurië op zo’n 35 kilometer van Genua. Het telt rond 9000 inwoners.  Sinds 2020 is Paolo Bruzzone de burgemeester, die de centrum-linkse coalitie leidt. Zie wikipedia: Nederlands.

Kerst in Rome 1933

Een filmpje

Een filmpje van 6 minuten en 21 seconden over Kerst in Rome in het jaar 1933. De maker van dit bijzondere document was Otello Martelli, die later bekend zou worden als de cameraman van Federico Fellini. De korte documentaire in zwart/wit en zonder geluid werd door het Italiaanse Archief Luce gerestaureerd, geëdit en op 22 december 2020 op hun website toegankelijk gemaakt voor het publiek.

De inhoud van het filmpje

De maker laat een stukje van Rome zien in de dagen voor en tijdens de Kerst in 1933, Die viel trouwens op maandag en dinsdag. Hij toont aan het begin de paardenwagens en vrachtauto’s die volgeladen met groenten de stad binnenrijden. Ze zijn op weg naar de markten, die vervolgens in beeld komen. Een rijk aanbod van groenten, pluimvee en verse vis bestemd voor de

Kerst in Rome 1933: Piazza Navona met de bekende stalletjes met speelgoed.
Screenshot uit de documentaire

bewoners van de Eeuwige Stad. Dan komt Piazza Navona in beeld met haar traditionele stalletjes met cadeautjes voor de kinderen. Daarna gaat de cameraman naar Villa Borghese: het is er overvol met auto’s en wandelaars. Men ziet vervolgens een welvoorziene bloemenmarkt en aansluitend daarop vrolijke scènes met vrouwen en babies en kinderen in het park tijdens een zonnige decemberdag. Daarna trok de cameraploeg naar Ostia waar men goedgeklede op de brede boulevard flanerende burgers filmde. Enkele gezinnen met kinderen in het zand en anderen vermaken zich bij het water.

De koepel en de slopershamer

Het document sluit af met opnames (vanaf 5’.19’’) uit de koepel van de sint Pieter. De klokken van Rome kondigen de Kerstviering al luidende aan. Bij het begin van deze sectie krijgt men vanuit de toren het Sintpietersplein te zien.

Kerst in Rome 1933: Borgo Spina vóór de sloop begonnen op 28 oktober 1936.
De huizenblokken op de as die van het centrum van het plein naar de Tiber loopt, zullen verdwijnen.

De overbekende brede weg – via della Conciliazione – die van het plein naar de Tiber loopt, is er dan nog niet. Enkele jaren later – in 1936 en 1937 – zou een groot deel van de wijk Borghi onder de slopershamer vallen. Men wilde het zicht op de magnifieke koepel van Michelangelo mogelijk maken. Het plan bestond al in de tweede helft van de 19e eeuw, maar zou pas tijdens de dictuur van Mussolini zijn beslag krijgen.

De link naar de korte documentaire.

Aantekeningen

Wikipedia over cameraman Otello Martelli (EN)
Het Archief Istituto LUCE beheert een enorme hoeveelheid historisch beeldmateriaal. Het werd opgericht in 1924 en in 1925 door Mussolini overgenomen en voortvarend ingezet voor de propaganda.

De Schildpaddenfontein van Aafjes

Fonteinenliefde

‘De Schildpaddenfontein van Aafjes’ – De Romeinse fonteinen hebben op bezoekers van de stad altijd grote indruk gemaakt. Ook op de in Amsterdam geboren schrijver Bertus Aafjes (1914-1993). Hij stak zijn fonteinenliefde niet onder stoelen of banken. Het onderstaande fragment, dat ik ‘De Schildpaddenfontein van Aafjes’ heb genoemd, is afkomstig uit het verhaal ‘De fonteinen van Rome’, dat hij schreef in mei 1969, tijdens of na een bezoek aan Rome.

De Schildpaddenfontein van Bertus Aafjes

De unieke Schildpaddenfontein in Rome.
Fragment fontein

Vier naakte knapen leunen achteloos tegen de steel van een paddestoelvormige fontein. Met de ene hand houden zij een dolfijn bij de staart, op wiens kop zij hun voet geplant hebben. Met de andere hand tillen zij een schildpad omhoog naar de bekkenrand om het dier te laten drinken. De vier levensgrote bronzen efeben zijn in houding en gebaar van zulk een natuurlijke bevalligheid dat de toeschouwer onwillekeurig aan Rafaël denkt. De Romeinse volksmond schrijft het ontwerp dan ook aan Rafaël toe. Dit ten onrechte. De fontein werd in 1585 vervaardigd door Taddeo Landini, vermoedelijk naar een ontwerp van Giacomo della Porta. […]

De oorspronkelijke schets van de Schildpaddenfontein gaf de vier efeben geen schildpadden in de hand. Waarschijnlijk moesten zij vier dolfijnen omhoog tillen en deze als het ware over de bekkenrand in het water laten glippen. Maar de dolfijnen werden niet toegevoegd en bijna een eeuw lang maakten de knapen een slag in de lucht en zaten met leeg gebarende hand rond de fontein.

Toen vulde een geniaal man, Bernini vermoedelijk, deze met een schildpad: het kleine logge dier schijnt met wonderbaarlijke behendigheid over de bekkenrand te klimmen – als men goed toeziet is het reeds aan de vingertoppen van de jongenshand ontglipt – en dit geeft iets onzegbaar vrolijks aan deze fontein, die de belichaming is van het begrip eeuwige jeugd, maar terzelfder tijd gestalte geeft aan de vergankelijkheid van de inhoud ervan. […]

Vanzelfsprekend vertellen de Romeinen van deze charmante fontein een hunner charmantste verhalen. Aan deze Piazza Mattei staat een der vele Mattei-paleizen, waarin eens de hertog van Mattei woonde, de rijkste man van de Eeuwige Stad. Hij was een hartstochtelijk speler en verloor vaak in een nacht een bedrag dat voor een minder rijk man een vermogen betekende.

De verliefde hertog

Op zekere dag werd hij verliefd op de dochter van een verarmde landedelman uit de Castelli. Hij vroeg haar ten huwelijk. Reeds had de oude landedelman ingestemd met Mattei’s huwelijksaanzoek, toen deze op een nacht naast een deel van zijn fortuin ook een van zijn paleizen verspeelde. Dit kwam de oude landedelman ter ore – heel Rome sprak er immers over. Menend dat zijn toekomstige schoonzoon bankroet was, liet hij hem weten dat hij afzag van het huwelijk.

De hertog echter, die zo rijk was dat het verlies hem maar weinig schade berokkende, zon op een middel om de oude landedelman alsnog te winnen voor een huwelijk met de vrouw van wie hij hartstochtelijk hield. Hij liet in één enkele nacht voor vijfduizend gouddukaten de Schildpaddenfontein op het plein voor zijn paleis neer zetten.

De volgende dag nodigde hij zijn geliefde en haar vader naar zijn palazzo, vroeg hen hoe zij ooit hadden kunnen denken dat hij tot de bedelstaf vervallen was, wierp het venster open en toonde hen het meesterwerk dat hij die nacht voor zijn huis had laten oprichten. Evenals de Romeinen en de ontelbare toeristen nadien keek het drietal ademloos naar het kunstwerk. De vader schonk daarop de hand van zijn dochter aan de hertog, deze riep een metselaar en liet het venster waardoor zij gezamenlijk naar de Schildpaddenfontein gekeken hadden dichtmetselen opdat niemand meer langs deze weg zien zou wat zij zo juist aanschouwd hadden. Bezoekt gij het Schildpaddenfonteintje kijk dan langs een van de efeben in de richting van het Palazzo Mattei en gij zult zien dat het venster links van de ingangspoort tot vandaag bleef dicht gemetseld.

Een toelichting

Er zijn in Rome onveer 2500 nasoni fonteinen.
nasone fontein

In het genoemde verhaal beschrijft Aafjes vijf van de ruim 1500 Romeinse fonteinen, waarbij de ongeveer 2500 karakteristieke ‘nasoni’ natuurlijk niet zijn inbegrepen. Naast de Schildpaddenfontein  beschrijft hij de Trevifontein, de fontein op Piazza Esedra, de  Vierstromenfontein op Piazza Navona en ten slotte de Tritonenfontein op Piazza Barberini. Hij had ze al eerder gezien tijdens zijn verblijf Rome in 1936. In de bundel Een voetreis naar Rome (1944) leest men in een vers op pagina 57 dat zijn ‘hart nu roept naar fonteinen’. Zijn liefde voor Rome en haar fonteinen zou hij zijn hele leven met zorg bewaren en er in vele publicaties uiting aan geven.

Fonteinenfeitjes

Tot zover Aafjes en zijn fonteinenliefde. Hij wist blijkbaar niet dat de schildpadden in de vorige eeuw diverse malen werden gestolen. De eerste keer in 1906. Het gebeurde opnieuw in 1944. Ditmaal had een voddenverkoper ze bij toeval aangetroffen en bracht ze terug bij de rechtmatige eigenaar: de gemeente Rome. Veel later, In 1981, maakten dieven zich meester van één van de vier schildpadden. Het stadsbestuur besloot toen kopieën op de bekkenrand aan te brengen en bracht de drie resterende originelen onder in het veiliger Capitolijnse museum.

Een tweede aardigheid betreft de legende – die trouwens nog steeds wordt verteld – van de verliefde hertog. Zelfs voor een legende lijkt het construeren van een zó ingewikkeld kunstwerk in één nacht zeer onwaarschijnlijk. Men had er in werkelijkheid wel wat langer voor nodig: van 1581 tot 1588. Het hertogelijk palazzo werd overigens pas in 1616 gebouwd. Maar bij een legende kijkt men niet op een jaartje.

Aantekeningen

  • Het tussenkopje in het geciteerde fragment heb ik toegevoegd.
  • Zie de auteurspagina over de schrijver: Aafjes.
  • Bertus Aafjes: ‘De fonteinen van Rome’, in: Het rozenwonder. Verhalen. Amsterdam: Meulenhoff, 1979, pp. 128-143. Dit fragment op pp. 136-138.
  • Wiily Pocino, Le fontane di Roma, Roma: Newton & Compton editori, 1996, p. 209.
  • Caludio Rendina, La grande enciclopedia di Roma, Roma: Newton & Compton editori, p. 721-722.

Umberto Eco over poëzie en Eugenio Montale

Interview met Eco

In een heel kort interview uit 1988 spreekt Umberto Eco over het grote belang van de poëzie voor zijn intellectuele vorming, en al snel blijkt dat vooral de gedichten van Eugenio  Montale hoog op zijn lijstje te staan.  Zie hier enkele citaten uit het interview.

In de tijd dat we werden geëvacueerd en in de provincie Monferrato ondergebracht, kreeg ik een schoolboek over poëzie in handen. Achterin was een bloemlezing opgenomen en daarin vond ik verzen van Quasimodo, Ungaretti en Montale. Ik las ze zonder er iets van te begrijpen en schreef ik er parodiën op. Op het lyceum werd ik enthousiast voor de contemporaine poëzie, iets waar niemand zich voor interesseerde. Tijdens de lessen las ik in het geniep Ungaretti, Quasimodo en Montale, maar ook Cardarelli, want dat was een andere liefde van toen. […]

Eugenio Montale

Op de vraag welke dichter op zijn generatie de meeste invloed heeft gehad, zegt Eco:

Montale, zonder enige twijfel.

Hoe was uw verhouding met Montale?

Op het persoonlijke vlak erg moeizaam. Hij was een ongedurig mens, en na twee minuten wist ik daarom al niet meer wat ik moest zeggen. Misschien kwam dat door het enorme verschil in leeftijd: voor hem was ik een broekie. […] Montale was een gesloten man. Hij was achterdochtig en alleen open met zijn vrienden. Onze verhouding was van mijn kant vol respect, en hij van zijn kant gedroeg zich zeer welopgevoed. Er werd weinig gezegd. […] Maar afgezien van onze persoonlijke verhoudingen was Montale mijn dichter!

En welke Montale heeft uw voorkeur?

Ik zou zeggen de eerste bundels : Ossi di seppia en Bufera.

En Montale dichter van de liefde?

Dat deel van zijn werk interesseert mij veel minder.

– Leest u hem nog?

Hij is een van de dichters die ik regelmatig herlees, ook al ken ik het meeste van zijn werk uit mijn hoofd.

Andere poëtische invloeden

Tot zover de vertaalde passages van Eco. Het valt op dat hij niet zegt wàt hem in Montale boeit. De dame die hem interviewde, vroeg er helaas niet naar. Eco noemt in het gesprek ook de Franse dichters Rimbaud, Mallarmé en Verlaine, die hij in het laatste jaar van het lyceum las. Eliots The Waste Land, zegt hij, ‘heeft op mijn vorming een enorme invloed gehad’. In de jaren na de oorlog las hij de met hem bevriende dichters Luciano Erba en Bartolo Cattafi. Hun werk volgde hij ‘bijna dagelijks’. Hij meldt verder, dat hij zeer nauw betrokken was bij de neo-avantgardistische Gruppo ’63. Na een intense omgang met poëzie in de jaren vijftig en zestig werd zijn bemoeienis met het genre steeds minder.

De bloemlezing

Na de tekst van het interview zijn tien gedichten van Eugenio Montale afgedrukt. Wie de keuze heeft gemaakt, is niet duidelijk. Uit de door hem genoemde bundel La bufera e altro (1940-1954) werd niets opgenomen. Dat was trouwens Montale’s derde bundel. De eerste acht gedichten zijn afkomstig uit Ossi di seppia waarvan de eerste druk verscheen in 1925. Er volgden tientallen herdrukken, soms herzien en uitgebreid met nieuw werk. Het eerste gedicht heeft als titel Falset (Falsetto, pp. 14-15), van de zes die volgen zijn dit de eerste versregels:

– ‘t Verwaaide geluid van een sistrum… (Debole sistro al vento… p. 46.)
– De knarsende katrol van de put… (Cigola la carrucola del pozzo, p. 47.)
– Ik denk weer aan je glimlach… (Ripenso il tuo sorriso… , p. 32.)
– Mijn leven, beginselen vraag ik je niet…  (Mia vita, a te non chiedo lineamenti… p. 33.)
– Bereikt geluk, voor jou loopt men… (Felicità raggiunta, si cammina… p. 40.)
– Het riet steekt zijn pluimen op…  (II canneto rispunta i suoi cimelli… p. 41.)

De bundel Le occasioni

Uit Le occasioni (1928-1939) zijn drie gedichten opgenomen. Ze komen alle drie uit de serie ‘Mottetten’, die in totaal 20 gedichten beslaat. Van het eerste vond ik een vertaling van Marko Fondse & Peter Verstegen (in De Tweede Ronde, 1981, n. 4, p. 154) :

Je weet: ik moet je weer verliezen en ik kan het niet.
Als door een voltreffer ben ik ondersteboven
van ieder werkgeluid, iedere kreet en ook de
zilte adem die van de havenhoofden
aangolft en die het donker voorjaar maakt
van Sottoripa.

Dorp van ijzer en masten
tot woud in het stof van de avond.
Aanhoudend gonzen komt van buitenaf,
tergend als nagels op glas.
Ik zoek ’t verloren teken, enig pand in genade
van jou gekregen.
En de hel staat vast.   (p. 139)

– Ik veeg de ijsdruppels van je hoofd (Ti libero la fronte dai ghiaccioli…, p. 150.)
– Afscheid, gefluit in het donker, gebaren, gehoest … (Addii, fischi nel buio, cenni, tosse … p. 143.)

Geen vertalingen

Van negen gedichten heb ik in de Digitale Bibliotheek Nederland geen vertalingen gevonden, maar het is natuurlijk mogelijk dat er in de bloemlezing De roos in de kermistent (Kwadraat, 1984) of op andere plaatsen enkele van de hierboven aangeduide gedichten zijn opgenomen.

De paginanummers verwijzingen naar: Eugenio Montale, Tutte le poezie, a cura di Giorgio Zampa, Milano: Mondadori, 19912. Mijn vertaling van de acht eerste versregels is provisorisch.

In de laatste zin in het interview zegt Eco tegen mevrouw Pansa, dat hij Montale’s werk uit zijn hoofd kent. Een tiental jaren later geeft hij een gehoor van enkele honderen studenten in Bologna het advies om ‘elke dag een paar verzen hardop te lezen en uit het hoofd te leren’. Dat versterkt het geheugen is zijn overtuiging. Mocht men geen gedicht bij de hand hebben, dan voldoet ook een lijstje spelers van het geliefde elftal. (Bericht gevonden in het tijdschrift Poesia, Anno XIII, n. 135, Milaan: Crocetti, 2000, p. 34.)

Aantekeningen

Het interview met Eco is opgenomen in de bloemlezing die werd Umberto Eco en de poëzie van Eugenio Montale samengesteld door Francesca Pansa, Amore amore: I poeti e gli scrittori italiani contemporanei raccontano il loro poeta più amato e ne presentano i versi a loro più cari, Roma: Newton e Compton editori, 1988, 50-52. [Liefde liefde: Hedendaagse Italiaanse dichters en schrijvers vertellen over hun geliefde  dichter en presenteren van hen de gedichten waarvan ze het meest houden].

Eco’s geboortestad Alessandria in Piëmont werd eind april, begin mei 1944 zwaar gebombardeerd door de gealieerden. Hij was toen 12 jaar.

Meer over de Italiaanse dichters die Eco noemt:

Luciano Erba
Vincenzo Cardarelli
Bartolo Cattafi
Eugenio Montale
Salvatore Quasimodo
Giuseppe Ungaretti

Handvest van de Ademtocht

Begin september vroeg een vriendin uit Calcata of ik voor een goede vriend van haar een vertaling wilde maken van iets meer dan een pagina tekst. Natuurlijk heb ik direct ja gezegd, want Marijcke van der Maden en ik kennen elkaar al sinds begin jaren negentig. In haar Culturele Centrum ‘Il Granarone’, ofwel graanschuur, kwam ik vrij regelmatig om haar muziekavonden bij te wonen of een tentoonstelling te bekijken. Zelfs organiseerde zij met grote energie een druk bezochte bijeenkomst over Etty Hillesum. Maria Gabriella Nocita en ik traden op als sprekers.  Maar nu bleek te gaan om wat ik heb vertaald als het ‘Handvest van de Ademtocht’. Het is een pleidooi voor het behoud van gezonde lucht.

Het Handvest: de link naar de Italiaanse website. Op de website is het handvest te lezen in een twintigtal talen. Ten overvloede hier de Nederlandse tekst:

Handvest van de Ademtocht

    1. Alle levende wezens hebben enerzijds het natuurlijke recht op het inademen van zuivere lucht, en anderzijds de plicht die te behouden voor ons en voor de toekomstige generaties.
    2. De ademtocht is onze meest kostbare rijkdom, onze levensbron. Het is een geschenk dat ons altijd vergezelt. Ademhalen is onze eerste en laatste handeling: wij beginnen met ‘nemen’ en eindigen met ‘geven’. De balans van het ademen is voor elk bestaan altijd in evenwicht.
    3. De mogelijkheid, de noodzaak en het vermogen om adem te halen, maakt ons allen gelijkwaardig vanaf het eerste ogenblik ons het bestaan. De lucht en de ademtocht zijn een rijkdom die niet kan worden geaccumuleerd en zij kunnen aan niemand worden geweigerd noch van iemand afgenomen.
    4. Alles wat leeft, ademt. Elke cel van elk wezen heeft zuurstof nodig, en leeft in symbiose met anderen in een enkel organisme dankzij de zuurstof. Voor ieder van ons geldt, dat waar wij ook mogen zijn, wij dankzij de ademtocht niet alleen onderling zijn verbonden, maar ook met de natuur waarvan wij deel uitmaken.
    5. De ademtocht is onze intiemste en diepst gewortelde band met de planeet die ons huisvest. Het verstoren van de biodiversiteit, het ondermijnen en vernietigen van de biosferen, brengt ons voortbestaan in gevaar, zowel van individuele mensen als van onze en van de andere soorten.
    6. Het ademen is een automatische en onvrijwillige handeling. Het is de vorm van een permanente relatie tussen ons innerlijke bestaan en alles wat ons omringt. Het ademen beïnvloed onze gevoelens, ons humeur, onze relaties en onze gezondheid. Hoe bewuster wij ademhalen hoe groter onze verantwoordelijkheid voor ons lichamelijk en geestelijk welzijn, voor ons innerlijk evenwicht, voor het leven in harmonie met ons zelf en met de anderen.
    7. De stem en de stilte zijn uitdrukkingsvormen van de ademtocht. Begrip, empathie, comunicatie en solidariteit met anderen worden bevorderd door het luisteren naar en het verkennen van onze ademhaling. Dat geldt in gelijke mate voor het zorgvuldig luisteren naar de ademhaling van de anderen en van de Natuur. Kennis van en respect voor het individuele en collectieve ademen is een sterke remedie tegen angst, tegen afsluiting en afscheiding die mensen tussen elkaar lijken te willen bevorderen. Dat geldt voor mensen overal op de wereld, die verkeren in de meest uiteenlopende sociale omstandigheden.
    8. Elk individu heeft een unieke ademhaling, origineel en herkenbaar, die het resultaat is van zijn persoonlijke, familiaire en maatschappelijke ontwikkeling. Aandachtig luisteren en gelegenheid bieden voor het vertellen van zijn verhaal, zijn de wegen naar zelfkennis en de mogelijkheden om met anderen een band te scheppen.

Vertaling: Gerrit Van Oord
© La città di Isaura, Vereniging voor het genoegen van het lezen
Foto Emi Curatolo.

Aantekening

De Italiaanse titel van het handvest is Carta del Respiro. Voor het woord ‘respiro’ koos ik Ademtocht. Dat is misschien wat ouderwets, maar het lijkt me te passen bij de toon van het handvest. Ik vond in het onvolprezen WNT behalve de betekenis ook een aantal heel aardige voorbeelden.

Overschaduwde vreugde: nieuwe brug in Genua. Mattarella bij opening

Op 3 augustus 2020 was het staatshoofd Sergio Mattarella aanwezig bij de opening van de nieuwe brug in Genua. Zie hier voor mijn bericht over de  tragische gebeurtenissen rond de oude brug.

Ontwerp van Renzo Piano

De wereldberoemde architekt Renzo Piano, afkomstig uit Genua, heeft het project van de brug kort na de instorting van de oude aan zijn stad geschonken. De brug is 1067 meter lang, 40 meter hoog en heeft 19 overspanningen die rusten op 18 pijlers.

De nieuwe

De dag na de oplevering werd hij geopend. Vanuit het gezichtspunt van het verkeer en de economie kwam daarmee een einde aan het semi-isolement van de havenstad. De nieuwe brug is in recordtempo gebouwd op de plaats van de oude Morandibrug, die twee jaar geleden instortte. De eerste gebruikers van het nieuwe bouwwerk toonden zich zeer verheugd en opgetogen, want voor hen was er een einde gekomen aan de niet zelden drievoudige reistijden om de stad te bereiken en aan andere ernstige ongemakken.

De nabestaanden van de drieënveertig slachtoffers van de ramp waren, en dat is begrijpelijk, niet aanwezig bij de opening op 3 augustus. Gisteren, 14 augustus 2020, waren zij bijeen om de rampzalige gebeurtenis te herdenken. De plechtigheid werd bijgewoond door de Italiaanse eerste minister Conte en andere hoogwaarigheidsbekleders. Bij het woord ‘ramp’ denkt men al snel aan een natuurramp. Dat bleek voor de Morandibrug niet het geval. Een lange voorgeschiedenis van ontbrekend onderhoud veroorzaakte op 14 augustus 2018 om 11.36 uur de fatale instorting. Op dat moment onderging het leven van de nabestaanden van de 43 omgekomenen een radikale wending, een leven waarvan het leed voortaan deel zou zijn. De Nederlandse dichteres Hanny Michaelis drukte dit zeer precies uit in een gedachte die natuurlijk haar eigen bestaan betrof: ‘Je komt er niet af, maar je kunt er mee leven’.  Niettemin zullen velen die herkennen en misschien hebben ervaren.

Herinneringspark

Onder de nieuwe brug is een cirkelvormig park aangelegd waarin men 43 verschillende soorten bomen heeft geplant, voor elk slachtoffer één. Hun namen zijn aangebracht op een plaquette. Het park heeft de naam Open plek van de Herinnering gekregen  (Radura della Memoria). Op deze afbeelding een deel van het park en de brug erboven.

Het woord ‘radura’ staat voor een door bomen omringd rond grasveld in het bos. De cirkel is als universeel symbool allom aanwezig in de Italiaanse kunst, architectuur en religie. Een boom geplant om een persoon te herinneren heeft in Italië de laatste decennia meer en meer toepassing gekregen.

De officiële naam van de nieuwe brug is “Genua Sint-Joris”. De legendarische heilige en drakendoder wordt door de inwoners van de havenstad al eeuwen geliefd en vereerd. Dat is althans het beeld dat in de comunicatie van het  stadsbestuur wordt overgebracht. Het rode Sint-Joriskruis op een wit vlak is sinds jaar en dag de vlag van de stad. De keuze van de naam weerspiegelt de locale identiteit en past volledig in het politieke beleid van het huidige stadsbestuur. Sinds de verkiezingen van 2017 leidt de gekozen burgemeester Mario Bucci het bestuur, dat de uitdrukking van een rechtse coalitie. Het nationalisme is in de politieke cultuur van deze politieke partijen op nationaal niveau aanwezig als diepverankerde en sturende waarde.

Etty Hillesum congres in Rome: december 1988

Wat wist men in Nederland van het Etty Hillesum Congres van 4 en 5 december 1988 in Rome?

Artikelen van Jan Louter teruggevonden

In het magazijn van onze uitgeverij, dat zich onder mijn huis bevindt, staat een pallet met een dozijn dozen gevuld met oud archiefmateriaal. Af en toe maak ik er een open, bekijk de inhoud en gooi wat weg kan in de papierbak. Tussen het pakje brieven dat ik vond, was er een van Jan Louter, die ik mij niet meer herinner. In de enveloppe een heel vriendelijk begeleidend ansichtkaartje van 14 januari 1989 met een winterse afbeelding van de Magere Brug in Amsterdam. Belangrijker zijn echter de fotokopieën van de twee artikelen die hij de maand daarvoor had gepubliceerd. Het kortste verscheen in Het Parool van dinsdag 6 december 1988. Het tweede, aanzienlijk langere artikel, was geplaatst in het NIW, Nieuw Israëlietisch Weekblad van vrijdag 9 december 1988.

In beide artikelen doet Jan Louter verslag van het Etty Hillesum Congres van 4 en 5 december 1988 in Rome, dat hij mogelijk als journalist had bijgewoond. Het bestaan van zijn artikelen was ik volledig vergeten.

Van links naar rechts: Nadia Neri, Giacoma Limentani, een adm mederw., Ted Meijer, Sergio Quinzio  en Romana Guarnieri. Op de eerste verdieping van het Nederlands Instituut te Rome. Foto © Maria Korporal.

Ted Meijer

Het tweedaagse Romeinse symposium over Etty Hillesum heeft het verloop van mijn leven in Italië in de jaren daarna bijzonder sterk beïnvloed. Tot op de dag van vandaag, zoals blijkt uit dit weblog.  Daarover zal ik het nu niet hebben. Naar aanleiding van de hervonden artikelen wil ik echter één persoon, bij wijze van dierbare herinnering en durende dankbaarheid, hier kort ter sprake brengen.  Ik bedoel Ted Meijer (1940-1997), de toenmalige directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome. Hij overleed op 15 augustus 1997. Over minder dan drie weken is dat 23 jaar geleden.

Het is te danken aan Meijers enthousiaste steun aan het project dat deze eerste internationale bijeenkomst over Etty Hillesum kon worden gerealiseerd. Ik had het project in 1987 bedacht en aan hem voorgelegd toen hij nog maar net in dienst was getreden. Hij stond direct achter het plan en verschafte er het institutionele kader voor. Dat was erg belangrijk, want het stelde mij in staat het als een cultureel project van het Instituut te presenteren en te organiseren.

De publicatie van de Hillesum-lezingen

Later zorgde Ted Meijer ook voor de financiering van de uitgave van het boek met de resultaten van de twee symposiumdagen. Het verscheen in 1990: L’esperienza dell’Altro, De ervaring van de Ander, waarin ik de vijftien lezingen had opgenomen. Het was de eerste uitgave van onze uitgeverij Apeiron Editori, die Maria Korporaal en ik in datzelfde jaar hadden opgericht. Dat was nodig, omdat geen enkele Italiaanse uitgever de teksten wilde publiceren. In het najaar van 2020 hopen wij het elfde boek over Etty Hillesum te publiceren.  Maar daarover volgt later meer.

Jan Louters artikelen in pdf :
Het Parool In Rome congres over E. Hillesum
NIW: Italianen verslaafd verrukt over Diario Etty Hillesum

Italo Svevo: het verhaal De moeder

Italo Svevo: het verhaal De moeder

Het thema van dit verhaal uit 1927 is de ‘egoïstische’ liefde van een moeder voor haar eigen kinderen. Behalve romans en verhalen schreef Svevo ook een twintigtal fabels. Men zou het verhaal in dit genre kunnen plaatsen, want de moeder is een eigenzinnige hen en de hoofdpersoon een moedig kuiken.  Het verhaal begint zo:

In een met stralende voorjaarskleuren getooid dal, dat was omringd door met bossen begroeide heuvels, stonden naast elkaar twee verwaarloosde, grote stenen huizen. Ze zagen er zo eender uit, dat ze de hand van dezelfde bouwmeester verrieden. Ook de door heggen omsloten voortuinen waren gelijk van omvang en van vorm. Maar niet voor alle bewoners lag een gelijk lot in het verschiet. […]

Het verhaal heeft een omvang vier pagina’s . Van mijn vertaling kunt u hier een pdf downloaden en op uw gemak lezen:  De moeder