Harry Mulisch De Aanslag vijfendertig jaar in het Italiaans

Harry Mulisch in het Italiaans
De aanslag, 2e editie

De aanslag was het eerste boek van Mulisch dat in maart 1986 het licht zag in een Italiaanse vertaling. Die was van de hand van Gianfranco Groppo, docent aan de Universiteit van Padua. Hij werd geboren in 1940 en overleed te vroeg in 1995.

Groppo gaf zijn vertaling de titel L’attentato mee. Opmerkelijk is dat Groppo in zijn vertaling de Duitse woorden in de tekst handhaafde. Hij geeft er in voetnoten een Italiaanse versie van. Daarmee respecteerde Groppo de talige gelaagdheid van het origineel en dat gebeurt  maar zelden in Italiaanse vertalingen. Deze aanpak getuigt bovendien van respect voor de historisch-culturele achtergrond van de auteur.

Het boek kreeg in de Feltrinelli uitgave (zie illustratie) ook een herdruk maar verdween daarna uit het zicht. Nu vijfendertig jaar later brengt de Milanese uitgeverij Neri Pozza een tweede druk op de markt.

Van Mulisch omvangrijke oevre verschenen tot nu toe slechts vier romans in een Italiaanse vertaling. De andere drie titels zijn De ontdekking van de hemel, Siegfried en  De procedure. De Italiaanse versies van deze romans zijn al geruime tijd niet meer verkrijgbaar. Vertaalster Laura Pignatti (1963) zette de drie titels over in het Italiaans. Pignatti is een bijzonder productieve vertaalster met een indrukwekkend curriculum. Behalve de genoemde romans verschenen een fragment uit Het stenen bruidsbed en de tekst van een lezing in het Italiaans. Zie voor details hier.

Een recensie

Wlodek Goldkorn schreef voor ‘Robinson’, de literaire bijlage van het dagblad La Repubblica, 27 februari 2021, een recensie van het boek. Titel: ‘De moraal van de Geschiedenis’. Het is een klassieke, informatieve boekbespreking met een introducte en een conclusie en het middenstuk waarin hij het trama van het boek samenvat. Goldkorn is een Poolse schijver.  Hij kwam in 1953 ter wereld in Katowich en woont sinds 1968 in italië waar hij de journalistiek beoefent en schrijft. Het is dus niet gek, dat hij de Joodse  groot- en overmoeder van moederskant ter sprake brengt. Zij werden gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Hij refereert ook aan de vader van Mulisch die collaboreerde met de nazi’s. Het is daarom wat vreemd dat Goldkorn niet in gaat op de andere vertaalde romans, met name het voor deze context belangrijke De ontdekking van de hemel.

Volgens Goldkorn is het centrale motief van De Aanslag de slechtheid van de mens. Hij besluit zijn bespreking met deze woorden:

En we voegen eraan toe: in heel het boek wordt gesproken over onze ethische en politieke keuzes,  over onze onverschilligheid of juist over onze betrokkenheid. Dat gebeurt zonder moralismen, eigen aan echte literatuur.

Aantekening

  • Gianfranco Groppo (1940-1995). Zie Neerlandica extra Muros 1996 over hem.
  • In zijn autobiografische Mijn getijdenboek het verhaal van zijn familie. Mulisch beschrijft tamelijk uitgebreid de achtergrond van zijn familie en geeft kommentaar op de vele foto’s die de tekst vergezellen. Het boek verscheen in 1975 bij uitgeverij Landshoff in Amsterdam.

De Ferrarese katten van Torquato Tasso

Lang geleden

De Ferrarese katten van Torquato Tasso. Een klein poëtisch juweeltje.

Gedichten die katten en poezen tot onderwerp hebben, gaan ver terug in de geschiedenis van de Italiaanse literatuur. Het oudste voorbeeld dat ik ken, is een gedicht van de zestiende eeuwse Italiaanse dichter Torquato Tasso (1544-1595). Hij schreef een bijzonder sonnet. Frans van Dooren maakte er voor alle katten liefhebbende poëzielezeressen en -lezers een mooie  Nederlandse vertaling van.

De katten van het ziekenhuis Sint-Anna

Zoals de man die ’s nachts aan ’t scheepsroer staat,
terwijl de oceaan door storm bewogen
brullend wordt opgezweept en meegezogen,
zijn blikken doodvermoeid ten hemel slaat,

net zo richt ik me, O kat, in deze staat
van blinde rampspoed naar jouw heilige ogen,
die mij als ’t poolgesternte in den hoge
zowel lichtbaken zijn als toeverlaat.

Och, daar is nóg een katje, ’t lijkt nu wel
de Grote en Kleine Beer. O fijne, goede,
dierbare poezen, lampen van mijn cel,

dat God jullie voor stokslagen behoede
en voeden mag met melk en vlees!
O lichten, blijf mij nabij en help mij bij dit dichten!

In het origineel gebruikt Torquato Tasso de vrouwelijke vorm van het naamwoord: ‘gatta’, poes. Van Doorn vertaalt het terecht met katten, kat en katje, respectievelijk in de titel, vers 5 en vers 9. alleen in vers 11 vertaalt hij  ‘dierbare poezen’. Ritmisch lijkt mij dit een verstandige keuze. In de Italiaanse versie is het duidelijk dat het om twee poezen gaat, want gatta en gattina zijn vrouwelijke vormen. Men mag wel aannemen dat Tasso het heeft over moeder en dochter. In de vertaling van Van Dooren blijft dat onbeslist want duidelijke aanwijzigingen ontbreken.

Een zeker verlies

In het Italiaanse origineel is er een identificatie van ‘licht’ met de poezen, met hun ‘heilige ogen’ (v. 6), met het vrouwelijke, waarvan verlichting van de kwellingen wordt verwacht. De vertroosting komt voor Torquato Tasso alleen tot stand via het door het ‘licht’ geïnspireerde dichten, dat immers zijn métier is. Helaas gaat dit aspect in de vertaling bijna verloren.

In Ferrara De Ferrarese katten van Torquato Tasso

Tasso schreef het sonnet in de periode dat hij in Ferrara in het psychiatrisch ziekenhuis Sint Anna zat  opgesloten. Dat was van 1579 tot 1586. De afbeelding hiernaast reproduceert het schilderij dat Eugene Delacroix (1798-1863) maakte van de dichter in zijn cel.

Aantekeningen

  • De vertaling in: Frans van Dooren, Gepolijst albast. Baarn: Ambo, 1994, p. 180.
  • Zie in deze pdf het Italiaanse origineel.
  • Van Dooren vertaalde ook Tasso’s hoofdwerk uit 1581: Jeruzalem bevrijd, Amsterdam: Atheneum-Polak & Van Gennep, 2003.
  • Pagina wikipedia over de dichter in het Nederlands

Italiaanse neofascisten herdenken Mussolini ook weer in 2021

Italiaanse neofascisten herdenken Mussolini ook weer in 2021. Tijd: 2 mei 2021, vanaf 11.30uur. Plaats: vóór het toegangshek van Villa Belmonte. Deze villa ligt aan de via xxiv maggio in het gehucht Giulino di Mezzegra, gemeente Tremezzina  (provincie Como), op ongeveer 20 kilometer van Dongo. Zie hier een still uit de korte video van het agentschap ANSA die men op het internet kan zien. In het midden de twee witte affiches vastgemaakt op het hek. Op het rechter de tekst ‘Alleen God kan het fascisme stoppen. Niet de mensen of de dingen.’ Op het linker staat dat de regering faalt inzake Covid-19.

Deze mensen zijn afkomstig uit Como en zijn lid van de vereniging Mario Nicolini, die de bevordering van de cultuur beoogt. Hieronder nog een foto van dezelfde ceremonie die zich rond het middaguur afspeelde.

Mussolini herdenking door neofascisten
Foto van Walter Selva

De duce terechtgesteld

Maar wat wordt er eigenlijk herdacht door dit handjevol neofascisten? Het feit dat op 28 april 1945 ’s middags om tien over vier Benito Mussolini door het Italiaanse Verzet ter dood werd gebracht. Het besluit voor de terechtstelling nam het Comité voor de Nationale Bevrijding, het CLN, in Milaan. Voor de uitvoering van het vonnis wees men de verzetsman kolonel ‘Valerio’ aan. Zijn echte naam was Walter Ausilio (1909-1973).

De brillante Italiaanse  regisseur Carlo Lizzani maakte van de weken en dagen die aan de terechtstelling voorafgingen een cinematografische reconstructie: ‘Mussolini ultimo atto’ (1974). De acteur Rod Steiger speelde de rol van Mussolini, Franco Nero die van Walter Ausilio, Lisa Gastoni die van Claretta Petacci en Henry Fonda die van kardinaal Schuster.

De jaarlijkse herdenkingen

De nostalgici van het Italiaanse fascisme herdenken deze dag al vanaf 1984. De burgemeester van Tremezzina Mauro Guerra, gekozen in 2014 en in 2019 herkozen, probeerde tevergeefs de neofascistische manifestatie te blokkeren. Zijn verzoek van 23 april 2021 aan de prefect had geen effect, omdat de neofascisten een beroep konden doen op het recht tot manifestatie. En ze konden immers niet vooraf worden beschuldigd van ‘apologie van het fascisme’, dat in Italië een strafbaar feit is. Het is zeker niet toevallig dat de voorzitter van de Vereniging Mario Nicolini, Salvatore Ferrara, in een interview verklaarde dat het ging om een jaarlijks herhaalde plechtigheid ter herdenking van ‘onze gevallenen’. Hij specificeerde de term met: ‘onze afgemaakte partijfunctionarissen’ en ‘Benito Mussolini en Clara Petacci, lafhartig vermoord door het verzet’. En verder benadrukt hij nog eens: ‘onze herdenking is zeker geen ‘apologie van het fascisme’.

Ter verduidelijking. De hoge partijfunctionarissen waren de leiders van de Repubblica Sociale Italiana (RSI), opgericht in Salò in september 1943. Onder leiding van Mussolini hielpen zij de nazi’s actief bij de deportatie van de in Noord-Italië verblijvende Joden naar de vernietigingskampen. Met steun van de nazi’s voerden zij een bloedige burgeroorlog tegen het Italiaanse verzet. Aan dit alles kwam een einde met de bevrijding van Italië op 25 april 1945.

Waakzaamheid

‘Italiaanse neofascisten herdenken Mussolini’ is een jaarlijks terugkerend verschijnsel dat men niet moet overschatten. Niettemin kan de conclusie  slechts deze zijn: in geen geval dient men het als folkloristisch of als irrelevant ter zijde te schuiven. Het bestaan ervan duidt op de aanwezigheid van de fascistische ideologie in de Italiaanse samenleving. Een aanwezigheid die continue en permanent is. En onderwerp van groeiend historisch en sociologisch onderzoek.

Tot slot roep ik het woord ‘waakzaamheid’ in herinnering, denkend aan de lessen van Menno ter Braak en de zijnen in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Aantekeningen

  • Voor de film van Carlo Lizzani wikipedia pagina Engels.
  • Gemeente Tremezzina wiki.
  • Voor de verklaringen van de neofascist Salvatore Ferrara zie hier.
  • Het CLN. De afkorting  staat voor: Comitato per la Liberazione Nazionale.

Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021 en Etty Hillesum

Pier Giorgio Carizzoni, een gedreven organisator

Pier Giorgio Carizzoni (1955-2021) heeft vanaf 2014 een belangrijke bijdrage geleverd aan Etty Hillesums bekendheid in Italië. Hij deed dat op de manier die hem het beste lag: het bedenken van een concept, de uitwerking en vervolgens de organisatie van tentoonstellingen. Dat was zijn vak. Vanaf 1980 heeft hij tientallen succesvolle culturele evenementen gerealiseerd. Aanvankelijk op het gebied van de cinema, maar vanaf 1997 realiseerde hij een serie boeiende tentoonstellingen. Over Rilke en Lou (1997), over Pasternak (1999), over Nietzsche (liep van 1997 tot 2003), over Freud (2004), over Rilke (2008), Sex&Revolutuon (2018), om slechts de belangrijkste te noemen.

Ik leerde Pier Giorgio kennen in het najaar van 2014 toen hij mij vroeg om in Milaan in de Casa della Cultura op 18 december van dat jaar over Etty Hillesum te spreken. Zie hier voor een verslag. In dezelfde maand liep de mooie tentoonstelling die hij over haar had georganiseerd. In de periode 2016 -2018 hebben wij aan verschillende Hillesum projecten gewerkt. En in 2017 bezochten wij in dat verband  Amsterdam, in Middelburg Klaas Smelik en het Etty Hillesum Onderzoek Centrum  en natuurllijk het Herinneringscentrum kamp Westerbork.

Denkend hart in 2014Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021

Voor de eerste Etty Hillesum tentoonstelling in Milaan, in de voormalige Stoomfabriek’, fabrica del vapore,  kreeg hij de medewerking van Milanese instellingen. Maar ook de culturele afdeling van de Nederlandse ambassade in Rome was hem zeer terwille. Van het Joods Historisch Museum betrok hij een groot aantal foto’s van Etty Hillesum die in de tentoonstelling werden verwerkt. Het resultaat was bijzonder.

De tentoonstelling in de Stoomfabriek duurde van 9 dit 30 december 2014 en was een ware  publiekstrekker. Eerder dat jaar was zij te zien geweest in Venetië (2014), in 2017 in Copertino, in het zuiden van de regio Apulië, en ten slotte in Olbia op Sardinië (2018). De uitvoering en opstelling van het materiaal werd door hem zeer vaardig aangepast aan de omgeving, maar het basisconcept bleef gelijk en de wervende boodschap even sterk.

Pier Giorgio Carizzoni
Overzichtsfoto

Deze foto geeft een goede indruk van de opbouw. Men kan duidelijk zien dat het ging om een omvangrijke expositie. Zij zou zeker op meer plaatsen te zien zijn geweest, maar de kosten voor de huur en de inrichting waren in de meeste gevallen een obstakel. Bovendien was een vrij grote locatie vereist. Niettemin moet de conclusie luiden, dat zijn Hillesum tentoonstellingen een stimulans waren voor het steeds bekender worden van Hillesums persoon en werk in Italië. En wij zijn hem daar dankbaar voor.

Persoon en ideeën

Pier Giorgio Carizzoni’s beeld van Etty Hillesum vond aansluiting bij zijn eigen levensvisie. Ik heb hem leren kennen als een denkende vrije geest. Hij geloofde stellig in de positieve werking die een tentoonstelling kon uitoefenen op de bezoekers. En zijn keuze voor personages die evenzeer vrij denkende geesten waren, was coherent met zijn wereldbeeld. Pier Giorgio studeerde filosofie in Milaan en Bologna eind jaren zeventig begin jaren tachtig. Master in filosofie met een thesis over esthetiek in 1986. Die ervaringen droegen ongetwijfeld bij tot de vorming van deze kritische denker en onafhankelijke persoonlijkheid.

Covid-19

Pier Giorgio Carizzoni raakte eind oktober 2020 besmet met het Covid-19 Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021virus. Na opname in november heeft hij het ziekenhuis niet meer verlaten. Afgelopen maand ging eindelijk het beter en kon hij zelfstandig ademen en stap voor stap aan rehabilitatie beginnen. Helaas verslechterde zijn toestand rond Pasen opnieuw, raakte in coma en overleed op zaterdag 10 april in zijn geboortestad Milaan. Ciao Pier.

Aantekening

Voor details over de Vereniging Dioniso waarvan Pier Giorgio de oprichter en drijvende kracht was, zie hier (ook Engels).
Ik ben niet geheel zeker van het geboortejaar van Pier Giorgio en was tot nu toe niet in de gelegenheid het te verifiëren.

De Romeinse katten van Hermans, een verhaal (1956)

Onbegrensde kattenliefde

Dit stukje gaat over de Romeinse katten van Hermans (1921-1995). Willem Frederik Hermans hield van katten. Deze liefde was geen capriccio, geen gril, maar een constante in het bestaan van de schrijver en zijn vrouw Emmy. Maar liefde voor levende wezens geeft nogal eens aanleiding tot opmerkelijk gedrag. Zeker bij mensen. We lezen dat Hermans in een zomerse nacht in het jaar 1955 door Rome dwaalde. Onder zijn arm had hij een oude krant met een maaltje sardines. Hij was op weg naar de katten die in de basiliek van Maxentius woonden. Een onweerstaanbare feliene liefde dreef de 34-jarige schrijver de duisternis in. De tocht toonde aan dat zijn liefde en zorg niet beperkt bleven tot zijn eigen katten, maar zich ook uitstrekten tot de verkommerde Romeinse. Leed Willem Frederik Hermans aan feliene empathie?

Ik koos uit het verhaal de passages die van zijn nachtelijke expeditie getuigen.

De katten van Rome

In donkere spleten en gangen bewegen soms schimmen.

Wie een poosje blijft staan bij een van de hekken die de valleien waarin de ruïnes staan, afsluiten, ziet hoe telkens een stuk vuil de gedaante aanneemt van een kat. Deze oude puinhopen zitten vol katten: rode katten, zwarte, vuilwitte, cyperse. Katten met huidziekten, katten met uitpuilende buiken, katten zonder staart, katten op drie poten, katten zonder oren, katten met zwerende ogen, oude katten, stervende katten en kleine katten die zich, drie of vier tegen elkaar aan, liggen te zonnen op een gebarsten brok marmer.

Waar leven zij van in deze meestal dorre woestenijen, waar vogels geen reden hebben neer te strijken?

[…] Maar de katten in Rome kunnen zelfs geen drinken vinden tussen hun omgevallen antieke zuilen.

’s Nachts om twee uur is Rome uitgestorven. De dofrode gebouwen staan als nachtmerries in het natriumlicht. Ik heb ’s nachts uren lang rondgelopen. Een oude krant met sardines had ik bij mij. De katten lopen dan in troepen over de straten. Er zijn in Rome overal drinkbakken, gemaakt van oude marmeren doodkisten, waar voortdurend een dun straaltje water in valt en daardoor altijd overlopen. Uit de plassen die zich er omheen vormen, komen de katten drinken. Zij zijn erg schuw. Het is mij niet dikwijls gelukt er een te aaien. Hun vel voelt vreemd aan, ruw, stoffig, kleverig. Eerder het vel van een vuile hond dan van een kat. Ja, de katten in Rome zijn zo verkommerd, zo uitgedroogd, dat zij zich zelfs niet meer kunnen wassen.

Iets meer over Hermans’ verhaal

Het stukje verscheen voor het eerst op 18 februari 1956 in het dagblad Het Vrije Volk. Hier het knipsel in Delpher. In de titel stond toen nog het woord ‘verkommerde’ en luidde: ‘De verkommerde katten van Rome’, maar in latere herdrukken heeft Hermans dit Het verhaal van Willem Frederik Hermans over de Romeinse katten is dit boekjeadjectief geschrapt. De Leidsche emeritus hoogleraar en Hermans-biograaf Willem Otterspeer nam ‘De katten van Rome’ op in het elegant uitgegeven boekje De geur van een pasgestoomde deken. De beste kattenstukken. Deze door Otterspeer geredigeerde bundel bevat nog meer kattenverhalen: De kat Kilo; De poes van Lenin; De dood in Dublin; verder een keuze uit zijn bijdragen aan de terecht beroemde  Poezenkrant; het essay De liefde tussen mens en kat, en het interview met Maria Roskam Abbing. Otterspeer leidt het boekje mooi in met een flink aantal wetenswaardigheden over Hermans’ leven met katten en poezen. Laat het toch niet ongelezen!

Aantekeningen

  • Eerste publicatie in Het vrije volk Democratisch-socialistisch dagblad, 18-02-1956. Voorpagina. Rubriek VRIJ SPEL.
  • Een herdruk met de titel ‘De katten van Rome’ werd opgenomen in Het sadistische universum, Amsterdam: De Bezige Bij, 19729, 137-138. Eerste druk 1964.
  • Willem Frederik Hermans, De geur van een pasgestoomde deken. De beste kattenstukken. Ingeleid door Willem Otterspeer, Amsterdam: De Bezige Bij, 2009. pp. 47-50.