Carlo Ginzburg over geschiedenis en zichzelf

Carlo Ginzburg over geschiedenis en zichzelf

In de culturele bijlage La Lettura van zondag 21 november 2021 van het Italiaanse dagblad Corriere della Sera staat een mooi interview met Carlo Ginzburg over geschiedenis. Aanleiding voor het gesprek met Paolo De Stefano was het recente uitkomen van Ginzburgs essaybundel La lettera uccide, De letter doodt.

De journalist spreekt met de  historicus over onderwerpen als zijn werkwijze, historisch onderzoek en internet, de stand van zaken rond de microhistorie, zijn leermeesters, de filologie, zijn Joodse identiteit. Ik heb uit het lange interview drie thema’s gekozen, die ik hieronder in een Nederlandse vertaling weergeef.

Tegendraads lezen en afstand

De interviewer vraagt naar de betekenis van tegendraads lezen voor de geschiedenis. Ginzburg zegt, dat hij probeert

[…] de documenten te lezen tégen de bedoelingen in van degene die ze heeft geproduceerd. Dat verschilt niet veel van Walter Benjamins idee om in de historische getuigenissen naar de sporen van de verdrukking te zoeken. In mijn opstel “Onze woorden en die van hen” leg ik de nadruk op de afstand die bestaat tussen de categorie van de waarnemer, ofwel de onderzoeker, en die van de actors in het historische verleden. Door zich van deze afstand steeds bewust te zijn, vermijdt men twee valkuilen: die van empathie en die van de buiksprekerij.

Geschiedschrijving is autobiografie

Dit is een these van de beroemde Italiaanse antropoloog en historicus van de religie Ernesto De Martino.  Carlo Ginzburg wijst de stelling resoluut af. Hij zegt erover:

Natuurlijk zijn onze historische vragen gerelateerd  aan de tijd waarin we leven en wellicht ook op een specifieke manier aan ons eigen bestaan. Het doel van ons  onderzoek is echter ook dit uitgangspunt te controleren en te corrigeren. En bovendien is het van belang om met de actoren van het verleden een dialoog op gang te brengen. Van Croce heb ik geleerd afstand te nemen van dit biografisch reductionisme: tussen het leven en het werk is een verhouding, maar het is fundamenteel om een onderscheid tussen de twee te  maken. En dat geldt niet alleen voor schrijvers.

Volgens Benedetto Croce is alle ware geschiedenis contemporaine geschiedenis, werpt de interviewer tegen.

Ik heb de stelling van Croce opnieuw geformuleerd als volgt: alle geschiedenis is contemporaine geschiedenis want gebaseerd op de dialoog tussen de context van de waarnemer en die van de historische actoren. Toch kan men aan de opmerking van Croce twee kanten onderscheiden. De eerste is, dat elke ware geschiedenis zich voedt door de tijd van de schrijver van die geschiedenis. En deze these was zeer succesvol. Maar er is ook een tweede kant, namelijk een idealistische. Die werd direct opgepakt door Gentile. Zij stelling was: de act van het denken maakt het verleden tot heden. Zoals bekend, bestond tussen beide filosofen begin 20e eeuw een intense dialoog. Gentile vroeg Croce een stap verder te gaan.  Gentile zelf zette deze radicale stap in 1936 : het verleden bestaat niet, het bestaat alleen op het moment dat wij het denken. Een waanzinnige stelling.

Identiteit

De interviewer: in uw essay “Er bestaat geen katholieke God” schrijft u een nogal verrassende verklaring over uzelf, ze heeft iets weg van een bewijs van identiteit:

Ik ben joods, maar heb geen enkele religieuze opvoeding gehad. Ik ken (helaas) geen Hebreeuws. De vervolgingen, waaraan ik onuitwisbare herinneringen bewaar, maakte van mij, gedurende de oorlog, een Joods kind. De religies interesseren mij hevig […] Ik ben atheïst.

En Ginzburg becommentarieert zijn eigen woorden als volgt:

Dat essay ontstond uit een lezing. Mijn publiek bestond uit personen die mij niet kenden. Het doet me trouwens plezier, dat die verklaring uw verwondering oproept. Ik geloof dat iemand die schijft twee soorten voedsel moet vermijden: gebakken lucht en opgewarmde soep.

De verbazing van de interviewer zal iemand die enigszins thuis is in de geschiedenis van Sjoa niet snel overkomen. De nationaalsocialistische maatregelen veroorzaakten bij talloze Joden in Europa een heropleving van hun Joodse identiteit. Ook bij Joden in Nederland. De uitvinder van de microhistorie had kunnen verwijzen naar het verhaal van Etty Hillesum en haar familie. Zij schreef immers in haar dagboek dat zij zich deel voelde van haar volk. Dat was een herneming van de identiteit waarvan zij door een sterke acculturatie vervreemd was geraakt.

Carlo Ginzburg over geschiedenis en zichzelf
Leone Ginzburg met zijn zoontje Carlo

Aantekeningen bij Carlo Ginzburg over geschiedenis

  1. Van Ginzburg kan men in het Nederlands vijf boeken lezen. Zie website van de KB voor bibliografische details.
  2. In 2002 hield hij de Nexus lezing : Carlo Ginzburg, “Geografische breedte, slaven en de Bijbel. Een experiment in microgeschiedenis”. De lezing werd gepubliceerd in Nexus 35, 2003, 167-184. Klik hier voor het Nexus Instituut.
  3. Voor informatie over persoon en werk kan met het beste de Engelse wikipediapagina raadplegen. Zie hier.
  4. Carlo Ginzburg, La lettera uccide. Milaan: Adelphi, 2021. De titel is een expliciete verwijzing naar de Paulus, 2 Korinthiërs 3,6. ‘want de letter doodt, de Geest maakt levend’.
  5. Over enkele van de genoemde personages: Benedetto Croce, Giovanni Gentile, Ernesto De Martino (1908-1965).
  6. Zie in dit weblog tevens over Natalia Ginzburg, de moeder van de historicus. Klik hier en hier.

 

Print Friendly, PDF & Email

Alice Nahon in ’t Friulaans en Italiaans vertaald

Friulaans

Wie kijk heeft op het werk van Pier Paolo Pasolini weet dat hij niet weinig gedichten in het Friulaans heeft geschreven. Hij verzamelde ze kort voor zijn dood in de bundel La nuova gioventù. Die uitgave heeft onderaan de pagina de  Italiaanse versie van de dichter, want zonder diens vertaling zou deze poëzie voor de meerderheid van de Italianen ontoegankelijk zijn. Behalve natuurlijk voor de 0,7 miljoen Friulanen onder hen, die het idioom beheersen en het in leven houden. Over Alice Nahon in ’t Friulaans en Italiaans gaat dit artikel, dat ook werd gepubliceerd op Neerlandistiek.

Hoeveel Friulaans sprekenden zullen het gedicht ‘O kind’ren van mijn dromen’ van Alice Nahon in die taal omgezet door Giorgio Faggin onder ogen krijgen? Helaas gaat dit gedicht van deze ooit zo populaire Vlaamse dichteres aan hun neus voorbij. Het waarom leest u verderop. Het gedicht verscheen in één van de twee bundels die Faggin in 2020 publiceerde. .

Twee anthologiën uit 2020

De bloemlezer en vertaler van nederlandstalige poëzie Giorgio Faggin (Isola Vicentina, 1939) blijkt zijn ‘Nachdichtungen’ (het woord is van hem) niet tot het Italiaans te hebben beperkt. Ik besprak op dit weblog eerder zijn fraaie bloemlezing uit het werk van Albert Verwey uit 2021. Nu ga ik het hebben over de twee bundels uit 2020. De eerste – Poetesse neerlandesi – bracht hij uit in eigen beheer. Het werkje van beperkte omvang en niet tweetalig is niet in de handel en daarmee vrijwel onbereikbaar. De tweede bundel – publiceerde hij bij uitgeverij Joker in Turijn. Ik zal nu eerst aangeven in welke anthologische context hij Alice Nahon plaatste.

Bundel één: acht Nederlandse dichteressen

Acht Nederlandse dichteressen vertaald in het ItaliaansStrikt genomen, bevindt zich één Belgische dichteres: de in Antwerpen geboren Alice Maria Nahon (1896-1933), onder de acht bloemgelezen dames. Zij verschijnen in de bundel in deze volgorde: Hélène Swarth (2), Jacqueline E. van der Waals (2) , Henriëtte Roland Holst-van der Schalk (3) , Alice Nahon (2), Ida G.M. Gerhardt (3) , Margaretha Vasalis (3), Annie M.G. Schmidt (2) en Hanny Michaelis (3). Tussen haakjes het aantal vertaalde gedichten. In deze bundel staan van Nahon twee gedichten: ‘O kind’ren van mijn dromen’ in het Friulaans en ‘Herfst’ in het italiaans. Ik ga niet verder op de bundel in, maar wil nog wel opmerken, dat het mij veel plezier doet om van Hanny Michaelis drie gedichten in een mooie Italiaanse vertaling te mogen lezen. 

Bundel twee: één Vlaamse en achttien Vlamingen

In november 2020 gaf uitgeverij Joker Turijn de tweetalige bloemlezing ‘Vlaamse poëzie Alice Nahon in 't Friulaans en Italiaans vertaaldvan de Twintigste Eeuw’ uit. Faggin nam in de bundel werk op van negentien auteurs. In volgorde van verschijnen: Karel van de Woestijne (5), Karel van de Oever (2), Willem Elschot (2), Jan van Nijlen (4), Felix Timmermans (2), Richard Minne (4), Maurice Roelants (2) Gaston Burstens (1), Raymond Herreman (2) Alice Nahon (2), Paul van Ostaijen (5), Marnix Gijsen (3), Maurice Gilliams (4), Frans Buyle (1), Jos de Haes (3), Hubert van Herreweghen (2), Gust Gils (1) en Hugo Claus (5). In totaal 50 gedichten van 18 mannen en één vrouw. Allen hebben zij dubbele jaartallen achter hun naam.

Waarom Alice Nahon ?

Na enige tijd kwam de vraag op waarom Faggin in zijn twee bloemlezingen de Vlaamse Alice Nahon heeft opgenomen. De titel van de eerste bundel verwijst immers maar gevestigde Nederlandse dichteressen (‘Poetesse neerlandesi’), terwijl de tweede bundel buiten Nahon alleen eersterangs Vlaamse dichters van het mannelijke geslacht bevat. Stel Faggin had Nahon weggelaten, zou iemand de ‘priëel dichteres’ (Van Ostaijen) hebben gemist?

Alice Nahon in ’t Friulaans : Creaturis dai miei siums

De Nederlandse titel van Nahons gedicht luidt: ‘O kind’ren van mijn dromen’. Het is afkomstig uit haar bundel Vondelingskens, 1920. In het Friulaans klinkt het zo: Creaturis dai miei siums (p. 17). De eerste drie woorden leveren voor een Italiaanstalige geen problemen op. Het woord ‘sium’, droom, was iets lastiger en daarvoor had ik een woordenboek nodig. Nieuwsgierig? Het staat hier online.

Hier is Alice Nahon in ’t Friulaans en het origineel.

Creaturis dai miei siums

Creaturis dai miei siums,
rosutis dal gno ortut,
che avilidis e strachis
o pleais il čhavut…

O jeris tanche fresčhis
turchinis grisolutis,
di siums e fantasìis
dolcissimis prolutis…

E jo calme e comote
us ài simpri coltadis,
cu la ploe dai miei vôj,
cul gust des mês ridadis.

No mi plâs ch’o flapedis,
tornait a vivi, us prei…
Amôr, sčhalde chês fueis!
E tù, soreli, bušilis!

Nudrišilis chês frutis,
soreli čhâr e bon;
jo plui no rivi a pašilis:
mi è muarte ogni inlusion.

 

O kind’ren van mijn droomen

O kind’ren van mijn droomen,
O bloemkens van mijn tuin,
Wat buigt ge droef en loome
Uw teng’re kopkens schuin…

Ge waart zoo frisch te voren
Als klokskens van de Mei,
O lievekens, geboren
Uit droom en mijmerij…

En ‘k heb u, stil-bewogen,
Gevoed, bij nacht en dag,
Met regen van mijn oogen,
Met zonne van mijn lach.

Ik wil u niet zien welken;
Ge moet herleven nog.
O liefde…, warm die kelken,
O zonne…, zoen ze toch.

En koester, lieve, goede,
Mijn zielekind’ren weêr;
Ik kan ze niet meer voeden:
‘k Heb geen illuzies meer.

Het Friulaans

Deze taal — pardon: dialect — valt buiten mijn linguïstische competenties. Vragen over de correctheid van de omzetting van bron- naar doeltaal laat ik dus achterwege. Ik heb het gedicht in het Friulaans natuurlijk hardop gelezen en ervaren dat de klanken en het ritme mij prettig aandoen. Dat het ‘klinkt’ en ‘lekker loopt’, dat het muzikaliteit heeft, verklaar is ook te danken aan het feit dat Faggin de vertaling niet in het keurslijf van het rijm snoert, ook al is het prominent aanwezig in het origineel. Niet dat het in zijn versie geheel ontbreekt, maar de toepassing lijkt me ongedwongen.

Avondliedeke en Herfst

In de twee bundels  staan in totaal drie gedichten van Nahon. Het al genoemde ‘O kindren…’, Herfst – dat ik hier laat rusten – en haar wellicht beroemdste werk ‘Avondliedeke’. Zie hoe het de eerste strofe van dit laatste gedicht vergaat in Faggins vertaling. Ik zet het Nederlands ditmaal links.

’t Is goed in ’t eigen hert te kijken
Nog even vóór het slapen gaan
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan.

Ogni sera è buona cosa
se mi guardo dentro il cuore
per vedere se nel giorno
nessun cuore ho offeso

Mij lijkt dit een mooi voorbeeld van een vertaler die de woord- en versvolgorde naar behoefte verandert en zich door het rijm niet laat ringeloren. De vertaler heeft twee zaken precies voor ogen: hij wenst het metrum bewaren en hij beoogt de inhoud adequaat overbrengen. Er ontbreekt niets. Ik parafraseer: elke avond controleer ik in mijn eigen hart of ik de dag die achter mij ligt iemand heb behandeld zoals ik zelf niet behandeld zou willen worden. Natuurlijk verdwijnt de elisie en het eenvoudige Vlaamse ‘zeer gedaan’ wordt ‘offeso’ , ‘gekrenkt’.

Zeer gedaan

Ik herinner mij de woorden ‘zeer gedaan’ uit mijn kindertijd in een Noord-Brabants dorp. Pas op school in Amsterdam leerde ik het woord ‘pijn’ kennen. Dit ‘zeer gedaan’ lijkt mij een mooi voorbeeld van Nahons poëtica van het ‘eenvoudige’: haar streven om voor iedereen begrijpelijke dichten. In het Italiaans komt ‘fatto male’ er wellicht het dichtste bij, maar die keuze zou het vers van een vier- naar een vijfvoeter hebben gepromoveerd. Om dat te voorkomen koos Faggin terecht voor ‘offeso’, dat de klemtoon op de tweede lettergreep heeft.

Met metrum van het origineel en de vertaling lopen als een span sierpaarden keurig in de pas. De vertaler geeft er eveneens blijk van over een zeer gedegen kennis van het Vlaams te beschikken.

Alice Nahon en Hugo Claus

In de tweede bloemlezing neemt Faggin vijf vertalingen op van Hugo Claus. Faggin stelt dit niet aan de orde, maar er is een verband tussen beide auteurs. Claus schreef een toneelstuk waarin  Alice Nahon figureert als geliefde van de criticus Urbain van de Voorde, het object van de medogenloze spot van Hugo Claus. Van Nahon schetst hij een beeld dat afwijkt van het gangbare: de lijdende dichteres, op handen gedragen door het grote publiek. Of de spot destijds was doorgedrongen tot de toneelgangers? Het blijft in het  midden. Zie over de kwestie het opstel van Patrick Vanleene in de studie van Ria van den Brandt.

Een enkel woord over Giorgio Faggin

In het eerste deel van zijn academische carrière beoefende Faggin de kunstgeschiedenis. Hij publiceerde belangrijke monografiën over Memling en de Antwerpse schilderkunst van de zestiende eeuw. Vervolgens onderwees hij tot aan zijn pensioen Nederlands aan de Universiteit van Padua.  Die welverdiende ‘rust’ kwam de Nederlandse en Vlaamse poëzie zeer ten goede. Hij publiceerde vertalingen van dichters als Maurice Gilliams, Nolens, Guido Gezelle, Karel van de Woestijne, Duinker, Rutger Kopland en recenter ook Martinus Nijhoff.

Dat Alice Nahon in het Friulaans verschijnt, hoeft trouwens geen verbazing te wekken als men weet dat Giorgio Faggin in die taal bijzonder goed thuis is. Hij publiceerde onder andere een tweedelig Friulaans – Italiaans woordenboek, een grammatica van het Friulaans en bovendien diverse bloemlezingen van en studies over Friulaanse poëzie.

Aantekeningen

  1. Giorgio Faggin, Poetesse neerlandesi. Uitgave in eigen beheer, 2020. Alleen in deze bundel is Nahon in het Friulaans vertaald. De tweede bundel: Poesie fiamminghe del Novecento. Turijn: Joker, 2020. Bevat twee van haar gedichten in een Italiaanse vertaling.
  2. Over Pier Paolo Pasolini de website van het Studiecentrum in Casarsa. Ook in dit weblog. Klik hier en hier.
  3. Zie: Ria van den Brandt (red), Alice Nahon 1896-1933: Kan ons lied geen Alice Nahon vertaald: Friulaans en Italiaanshooglied wezen. Antwerpen-Baard: Houtekiet, 1996.  In deze studie brengt van den Brandt het werk van zestien onderzoeksters en onderzoekers samen. De bundel begint met een korte, maar niettemin heldere en gedetailleerde levensbeschijving van de dichteres (pp. 11-45). Daarop volgen de essays en het geheel sluit af met de sectie ‘Ongebundeld werk’ van Alice Nahon. (pp. 223-287). Dankzij deze bundel, die Ria van den Brandt mij vriendelijk toestuurde,  maakte ik eind vorige eeuw voor het eerst kennis met het werk van Nahon.
  4. Patrick Vanleene, “Personage zoekt auteur: Alice Nahon en Hugo Claus. In:  Ria van den Brandt (red), Alice Nahon 1896-1933…, pp. 154-159.
  5. Voor Alice Nahon zie ook de Nederlandse wikipedia pagina.

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Harry Mulisch De Aanslag vijfendertig jaar in het Italiaans

De eerste italaanse vertaling

Harry Mulisch De Aanslag vijfendertig jaar in het Italiaans
De aanslag, 2e editie

De roman van Harry Mulisch De aanslag was het eerste boek van de schrijver dat in maart 1986 het licht zag in een Italiaanse vertaling. Die was van de hand van Gianfranco Groppo, docent aan de Universiteit van Padua. Hij werd geboren in 1940 en overleed te vroeg in 1995.

Groppo gaf aan zijn vertaling de titel L’attentato mee. Opmerkelijk is dat Groppo in zijn vertaling de Duitse woorden in de tekst handhaafde. Hij geeft er in voetnoten een Italiaanse versie van. Daarmee respecteerde Groppo de talige gelaagdheid van het origineel en dat gebeurt  maar zelden in Italiaanse vertalingen. Deze aanpak getuigt bovendien van respect voor de historisch-culturele achtergrond van de auteur.

Het boek kreeg in de Feltrinelli uitgave (zie illustratie) ook een herdruk maar verdween daarna uit het zicht. Nu vijfendertig jaar later brengt de Milanese uitgeverij Neri Pozza een tweede druk op de markt.

Van Mulisch omvangrijke oevre verschenen tot nu toe slechts vier romans in een Italiaanse vertaling. De andere drie titels zijn De ontdekking van de hemel, Siegfried en  De procedure. De Italiaanse versies van deze romans zijn al geruime tijd niet meer verkrijgbaar. Vertaalster Laura Pignatti (1963) zette de drie titels over in het Italiaans. Pignatti is een bijzonder productieve vertaalster met een indrukwekkend curriculum. Behalve de genoemde romans verschenen een fragment uit Het stenen bruidsbed en de tekst van een lezing in het Italiaans. Zie voor details hier.

Een recensie

Wlodek Goldkorn schreef voor ‘Robinson’, de literaire bijlage van het dagblad La Repubblica, 27 februari 2021, een recensie van het boek. Titel: ‘De moraal van de Geschiedenis’. Het is een klassieke, informatieve boekbespreking met een introducte en een conclusie en het middenstuk waarin hij het trama van het boek samenvat. Goldkorn is een Poolse schijver.  Hij kwam in 1953 ter wereld in Katowich en woont sinds 1968 in italië waar hij de journalistiek beoefent en schrijft. Het is dus niet gek, dat hij de Joodse  groot- en overmoeder van moederskant ter sprake brengt. Zij werden gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Hij refereert ook aan de vader van Mulisch die collaboreerde met de nazi’s. Het is daarom wat vreemd dat Goldkorn niet in gaat op de andere vertaalde romans, met name het voor deze context belangrijke De ontdekking van de hemel.

Volgens Goldkorn is het centrale motief van De Aanslag de slechtheid van de mens. Hij besluit zijn bespreking met deze woorden:

En we voegen eraan toe: in heel het boek wordt gesproken over onze ethische en politieke keuzes,  over onze onverschilligheid of juist over onze betrokkenheid. Dat gebeurt zonder moralismen, eigen aan echte literatuur.

Aantekening

  • Gianfranco Groppo (1940-1995). Zie Neerlandica extra Muros 1996 over hem.
  • In zijn autobiografische Mijn getijdenboek het verhaal van zijn familie. Mulisch beschrijft tamelijk uitgebreid de achtergrond van zijn familie en geeft kommentaar op de vele foto’s die de tekst vergezellen. Het boek verscheen in 1975 bij uitgeverij Landshoff in Amsterdam.
Print Friendly, PDF & Email

Handvest van de Ademtocht

Begin september vroeg een vriendin uit Calcata of ik voor een goede vriend van haar een vertaling wilde maken van iets meer dan een pagina tekst. Natuurlijk heb ik direct ja gezegd, want Marijcke van der Maden en ik kennen elkaar al sinds begin jaren negentig. In haar Culturele Centrum ‘Il Granarone’, ofwel graanschuur, kwam ik vrij regelmatig om haar muziekavonden bij te wonen of een tentoonstelling te bekijken. Zelfs organiseerde zij met grote energie een druk bezochte bijeenkomst over Etty Hillesum. Maria Gabriella Nocita en ik traden op als sprekers.  Maar nu bleek te gaan om wat ik heb vertaald als het ‘Handvest van de Ademtocht’. Het is een pleidooi voor het behoud van gezonde lucht.

Het Handvest: de link naar de Italiaanse website. Op de website is het handvest te lezen in een twintigtal talen. Ten overvloede hier de Nederlandse tekst:

Handvest van de Ademtocht

    1. Alle levende wezens hebben enerzijds het natuurlijke recht op het inademen van zuivere lucht, en anderzijds de plicht die te behouden voor ons en voor de toekomstige generaties.
    2. De ademtocht is onze meest kostbare rijkdom, onze levensbron. Het is een geschenk dat ons altijd vergezelt. Ademhalen is onze eerste en laatste handeling: wij beginnen met ‘nemen’ en eindigen met ‘geven’. De balans van het ademen is voor elk bestaan altijd in evenwicht.
    3. De mogelijkheid, de noodzaak en het vermogen om adem te halen, maakt ons allen gelijkwaardig vanaf het eerste ogenblik ons het bestaan. De lucht en de ademtocht zijn een rijkdom die niet kan worden geaccumuleerd en zij kunnen aan niemand worden geweigerd noch van iemand afgenomen.
    4. Alles wat leeft, ademt. Elke cel van elk wezen heeft zuurstof nodig, en leeft in symbiose met anderen in een enkel organisme dankzij de zuurstof. Voor ieder van ons geldt, dat waar wij ook mogen zijn, wij dankzij de ademtocht niet alleen onderling zijn verbonden, maar ook met de natuur waarvan wij deel uitmaken.
    5. De ademtocht is onze intiemste en diepst gewortelde band met de planeet die ons huisvest. Het verstoren van de biodiversiteit, het ondermijnen en vernietigen van de biosferen, brengt ons voortbestaan in gevaar, zowel van individuele mensen als van onze en van de andere soorten.
    6. Het ademen is een automatische en onvrijwillige handeling. Het is de vorm van een permanente relatie tussen ons innerlijke bestaan en alles wat ons omringt. Het ademen beïnvloed onze gevoelens, ons humeur, onze relaties en onze gezondheid. Hoe bewuster wij ademhalen hoe groter onze verantwoordelijkheid voor ons lichamelijk en geestelijk welzijn, voor ons innerlijk evenwicht, voor het leven in harmonie met ons zelf en met de anderen.
    7. De stem en de stilte zijn uitdrukkingsvormen van de ademtocht. Begrip, empathie, comunicatie en solidariteit met anderen worden bevorderd door het luisteren naar en het verkennen van onze ademhaling. Dat geldt in gelijke mate voor het zorgvuldig luisteren naar de ademhaling van de anderen en van de Natuur. Kennis van en respect voor het individuele en collectieve ademen is een sterke remedie tegen angst, tegen afsluiting en afscheiding die mensen tussen elkaar lijken te willen bevorderen. Dat geldt voor mensen overal op de wereld, die verkeren in de meest uiteenlopende sociale omstandigheden.
    8. Elk individu heeft een unieke ademhaling, origineel en herkenbaar, die het resultaat is van zijn persoonlijke, familiaire en maatschappelijke ontwikkeling. Aandachtig luisteren en gelegenheid bieden voor het vertellen van zijn verhaal, zijn de wegen naar zelfkennis en de mogelijkheden om met anderen een band te scheppen.

Vertaling: Gerrit Van Oord
© La città di Isaura, Vereniging voor het genoegen van het lezen
Foto Emi Curatolo.

Aantekening

De Italiaanse titel van het handvest is Carta del Respiro. Voor het woord ‘respiro’ koos ik Ademtocht. Dat is misschien wat ouderwets, maar het lijkt me te passen bij de toon van het handvest. Ik vond in het onvolprezen WNT behalve de betekenis ook een aantal heel aardige voorbeelden.

Print Friendly, PDF & Email