Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021 en Etty Hillesum

Pier Giorgio Carizzoni, een gedreven organisator

Pier Giorgio Carizzoni (1955-2021) heeft vanaf 2014 een belangrijke bijdrage geleverd aan Etty Hillesums bekendheid in Italië. Hij deed dat op de manier die hem het beste lag: het bedenken van een concept, de uitwerking en vervolgens de organisatie van tentoonstellingen. Dat was zijn vak. Vanaf 1980 heeft hij tientallen succesvolle culturele evenementen gerealiseerd. Aanvankelijk op het gebied van de cinema, maar vanaf 1997 realiseerde hij een serie boeiende tentoonstellingen. Over Rilke en Lou (1997), over Pasternak (1999), over Nietzsche (liep van 1997 tot 2003), over Freud (2004), over Rilke (2008), Sex&Revolutuon (2018), om slechts de belangrijkste te noemen.

Ik leerde Pier Giorgio kennen in het najaar van 2014 toen hij mij vroeg om in Milaan in de Casa della Cultura op 18 december van dat jaar over Etty Hillesum te spreken. Zie hier voor een verslag. In dezelfde maand liep de mooie tentoonstelling die hij over haar had georganiseerd. In de periode 2016 -2018 hebben wij aan verschillende Hillesum projecten gewerkt. En in 2017 bezochten wij in dat verband  Amsterdam, in Middelburg Klaas Smelik en het Etty Hillesum Onderzoek Centrum  en natuurllijk het Herinneringscentrum kamp Westerbork.

Denkend hart in 2014Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021

Voor de eerste Etty Hillesum tentoonstelling in Milaan, in de voormalige Stoomfabriek’, fabrica del vapore,  kreeg hij de medewerking van Milanese instellingen. Maar ook de culturele afdeling van de Nederlandse ambassade in Rome was hem zeer terwille. Van het Joods Historisch Museum betrok hij een groot aantal foto’s van Etty Hillesum die in de tentoonstelling werden verwerkt. Het resultaat was bijzonder.

De tentoonstelling in de Stoomfabriek duurde van 9 dit 30 december 2014 en was een ware  publiekstrekker. Eerder dat jaar was zij te zien geweest in Venetië (2014), in 2017 in Copertino, in het zuiden van de regio Apulië, en ten slotte in Olbia op Sardinië (2018). De uitvoering en opstelling van het materiaal werd door hem zeer vaardig aangepast aan de omgeving, maar het basisconcept bleef gelijk en de wervende boodschap even sterk.

Pier Giorgio Carizzoni
Overzichtsfoto

Deze foto geeft een goede indruk van de opbouw. Men kan duidelijk zien dat het ging om een omvangrijke expositie. Zij zou zeker op meer plaatsen te zien zijn geweest, maar de kosten voor de huur en de inrichting waren in de meeste gevallen een obstakel. Bovendien was een vrij grote locatie vereist. Niettemin moet de conclusie luiden, dat zijn Hillesum tentoonstellingen een stimulans waren voor het steeds bekender worden van Hillesums persoon en werk in Italië. En wij zijn hem daar dankbaar voor.

Persoon en ideeën

Pier Giorgio Carizzoni’s beeld van Etty Hillesum vond aansluiting bij zijn eigen levensvisie. Ik heb hem leren kennen als een denkende vrije geest. Hij geloofde stellig in de positieve werking die een tentoonstelling kon uitoefenen op de bezoekers. En zijn keuze voor personages die evenzeer vrij denkende geesten waren, was coherent met zijn wereldbeeld. Pier Giorgio studeerde filosofie in Milaan en Bologna eind jaren zeventig begin jaren tachtig. Master in filosofie met een thesis over esthetiek in 1986. Die ervaringen droegen ongetwijfeld bij tot de vorming van deze kritische denker en onafhankelijke persoonlijkheid.

Covid-19

Pier Giorgio Carizzoni raakte eind oktober 2020 besmet met het Covid-19 Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021virus. Na opname in november heeft hij het ziekenhuis niet meer verlaten. Afgelopen maand ging eindelijk het beter en kon hij zelfstandig ademen en stap voor stap aan rehabilitatie beginnen. Helaas verslechterde zijn toestand rond Pasen opnieuw, raakte in coma en overleed op zaterdag 10 april in zijn geboortestad Milaan. Ciao Pier.

Aantekening

Voor details over de Vereniging Dioniso waarvan Pier Giorgio de oprichter en drijvende kracht was, zie hier (ook Engels).

Giacoma Limentani

De Italiaanse schrijfster en vertaalster Giacoma Limentani is op zondag 18 februari 2018 overleden in Rome, waar zij negentig jaar geleden op 11 oktober 1927 werd geboren. Zij is op maandag 19 februari ter aarde besteld op de Joodse afdeling van de Romeinse begraafplaats Verano, waar om 12 uur in het overvolle Joodse Tempeltje (Tempietto ebraico) afscheid werd genomen met een dienst onder leiding van drie rabbijnen en de chazan. Alle gezangen en gebeden waren in het Hebreeuws, de toespraken na afloop in het Italiaans.

Na de dienst van ruim een uur volgde men te voet de wagen naar het graf. Rabbijn De Vries schreef daarover: ‘De stoet van een grote menigte mensen, die voldoen aan hun innerlijke behoefte en gewoon te voet de lijkbaar volgen, is het meest imposante getuigenis voor degeen, die heengaat.’ Zo ook de lange stoet op weg van het Tempeltje naar het in gereedheid gebrachte graf waar de rouwenden zich omheen schaarden. Het kaddisj gebed werd gereciteerd en wat aarde uit Israël op de kist gestrooid, die vervolgens werd neergelaten.

Giacoma Limentani kwam al in haar kindertijd met ‘iets Nederlands’ in aanraking. In 1936 begon in Italië de duizelingwekkende carrière van de drie Nederlandse zusters Leschan, die in 1935 in Noord-Italiaanse Turijn verzeild waren geraakt. Zij beoefenden net als hun ouders de acrobatie en zagen zeker geen zangcarrière in het verschiet, ook al waren er in de familie van hun moeder veel musici. Zij werden ontdekt door een radio talent-scout en pijlsnel omgevormd tot zangeressen, die optraden onder de artiestennaam ‘Trio Lescano’. Hun moeder, Eva de Leeuwe, trad op als zakelijk leidster. Vanwege hun Joodse afkomst kwam er, ondanks het bezit van een ‘ariër’-verklaring en de Italiaanse nationaliteit, in november 1943 een einde aan het in Italië bijzonder geliefde trio. Moeder en dochters doken onder in de provincie en werden ondanks de nazi-klopjachten niet gevonden vanwege de hulp van de locale bevolking. Ook Giacoma Limentani was ondergedoken. Zij overleefde de vervolgingen in een Romeins klooster.

In het gezin Limentani was de lichte muziek niet alleen geliefd, maar werd zij ook beoefend. De tiener Giacoma was dol op jazz en swing en op dat punt komt het Trio Lescano in zicht. Als meisje leerde zij de liedjes van de radio na te zingen. Mussolini was overtuigd van het enorme propagandistische potentiëel van de radio en bevorderde een zo groot mogelijke verspreiding van apparaten. Een topper in het Lescano repertoir was het liedje Tuli tuli tulipan, een duidelijke verwijzing naar hun geboorteland. Een ander lied: ‘De verliefde pinguïn’ (Il pinguino inamorato), komt aan de orde in Limentani’s eerste roman ‘Bij verstek’ (In contumacia).

In deze roman wordt de elfjarige hoofdpersoon, kort na het afkondigen van de rassenwetten (zomer 1938), door vier jeugdige fascisten onder druk gezet om de schuilpaats van haar vader te verraden. Zij zwijgt. De vier voegen haar toe dat haar vader dan bij verstek zal worden veroordeeld. Om haar een lesje te leren wordt zij in haar eigen huis verkracht. Daar was op dat moment behalve zijzelf niemand anders dan haar oma aanwezig, die getuige was van de gewelddaad. Kort daarop overlijdt zij echter zodat het geheim bewaard blijft, want de elfjarige vertelt het aan niemand. Deze tot trauma uitgegroeide gebeurtenis doortrekt en bepaalt op dramatische wijze het verdere leven van het opgroeiende meisje en vrouw. Limentani giet haar verhaal in de vorm van een autobiografische roman, die bij de publicatie in 1967 veel opzien baarde.

Het tweede contact met ‘iets Nederlands’ kwam tot stand, toen ik haar in 1988 uitnodigde om deel te nemen aan het eerste Internationale Etty Hillesum symposium in Rome. Van het bestaan van het Trio Lescano was ik toen nog niet op de hoogte en behalve enkele korte essays had ik niets van Limentani’s werk gelezen. Haar naam werd mij gesuggereerd door een lid van de Joodse gemeenschap, mevrouw Bici Migliau, die ik via een studente in mijn klassen Nederlandse les aan volwassenen had leren kennen. Limentani zegde toe en werd één van de vijftien sprekers op deze bijeenkomst, die ik in nauwe samenwerking met de toenmalige directeur Ted Meijer op het Nederlands Instituut te Rome had georganiseerd. In haar lezing ging zij in op de Joodse achtergronden van Hillesums dagboek, die zij belichtte vanuit het gezichtspunt van haar eigen levenslange studie en vertalen van teksten uit de Joodse traditie, zoals de Tora en de Midrasj. In de herinnering van de Joodse gemeenschap leeft zij voort als lerares Hebreeuws, de Joodse traditie, cultuur en wijsheid. Zij wordt aangeduid met de eretitel ‘maestra’.

Giacoma Limentani in 2017.

Op een zondag eind oktober 2016 zijn Limentani, een bevriend Romeins echtpaar en ik niet ver van haar huis gaan lunchen. Zo werd onze kennismaking door de toevallige ontdekking van gemeenschappelijke vrienden na achtentwintig jaar hernieuwd. Bij die gelegenheid heb ik voorgesteld haar lezing uit 1988 in het Nederlands te vertalen. Het opstel zal in het najaar van 2018 in deel tien van de serie Etty Hillesum Studies verschijnen. De vertaling draag ik op aan de geliefde Romeinse Joodse ‘maestra’.

Voor de controle van de Joodse terminologie mijn dank aan Klaas Smelik, die in 1988 onder sprekers van het symposium was.

Nota

De drie romans van Limentani zijn: In contumacia (Bij verstek), 1967; Dentro la D (Binnen de D. – de D staat voor Dàlet, de letter uit het Hebreeuwse alfabet), 1992; La spirale della tigre (De spiraal van de tijger), 2003. Ze werden in 2013 samen uitgegeven onder de titel Trilogia.

Rabbijn Ph. de Vries Mzn, Joodse riten en symbolen, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1968. Voor de geciteerde zin: p. 270.

Zie voor het Trio Lescano: Gabriele Eschenazi, Le regine dello swing. Il Trio Lescano: una storia fra cronaca e costume, Einaudi, Turijn, 2010.

De zusters bleven in Nederland lang onbekend. Toenke Berkelbach maakte een radioportret voor de VPRO. Zie ook wikipedia

Fred van der Spek (1923-2017)

Van zijn overlijden op 23 november 2017 werd ik door een e-mail van Karin Spaink uit Amsterdam op de hoogte gebracht. Wie weet hoelang ik zonder haar bericht in het ongewisse zou zijn gebleven.

Er is één aanknopingspunt om iets te zeggen over Fred van der Spek in een post op dit  weblog. Hij was uitgenodigd om in het najaar van 1982 in Milaan te spreken op een internationaal congres van de Italiaanse Partito Radicale, geleid door Marco Pannella en Emma Bonino. Hij heeft mij toen gevraagd dit voor hem te doen en dat heb ik gedaan. Fred (ik dus voor hem) zou direct na de openingsspeech van Pannella aan het woord komen, want hij was immers een hoge buitenlandse gast, een vooraanstaand lid van een ‘belangrijke’ politieke partij – de PSP – uit een land met een lange traditie van pacifisme en tolerantie, zéér bewonderd – en nog steeds – door sommige Italianen, door anderen, ongetwijfeld de meerderheid, veel minder. De voorzitter opende de zitting en gaf het woord aan Pannella aan en zei dat ik direct na partijleider Marco aan de beurt was. Ik nam mijn tekst en beklom eveneens het podium.

Maar dat was prematuur. Ik wist toen nog niet dat Pannella’s redevoeringen de gemiddelde tijdsduur van die op Russische partijcongressen evenaarden. Toen hij na twee uur onder het spreken zijn tweedjasje begon uit trekken, geholpen door een toegeschoten volgeling, zag ik in dat het nog wel enige tijd zou gaan duren. Ik begreep nu ook waarom de andere partijbonzen, achter de tafel op het podium, licht onderuitgezakt in hun stoel zaten. Ik vond dat eerst van weinig respect getuigen, maar tot inzicht gekomen, nam ik er vervolgens ook mijn gemak van. Dat was mijn eerste les in Italië: je komt hìer met naar Nederlands gebruik nauwkeurig geregisseerde spreektijden niet uit de voeten. Ik weet zeker dat Fred dit gebeuren met een onstuimige lach zou hebben ondergaan.

A.G. vande Spek in 1985, Utrecht.

Zó heb ik hem meegemaakt en zó herinner ik mij hem het liefst: de persoon op de foto die ik op deze wikipedia pagina vond en die dateert uit 1985, drie jaar na mijn vertrek naar Rome.

Als fraktiemedewerker heb ik van het najaar van 1979 tot het zomerreces van 1982 ‘onder Fred gediend’, en dat is voor mij een intense, leerzame en zeker plezierige periode geweest. Aan de fraktievergaderingen op dinsdag denk ik met genoegen terug. Voor de politieke verwikkelingen binnen de PSP liep ik wat minder warm, althans in mijn herinnering. Ik was geboeid door het kamerwerk, de rol van de PSP daarin, de relativerende betekenis die Van der Spek daaraan hechtte, maar zonder de verplichtingen die het kamerlidmaatschap met zich meebracht te verwaarlozen. Het was één van de podia waar zijn visie en de missie van de PSP in de openbaarheid konden komen.

Van zijn overtuiging was het pacifisme voor mij doorslaggevend en had het socialisme als model voor politieke organisatie van een maatschappij minder prioriteit. Voor hem gold dat niet. Wij dachten over het anti-militarisme wel in dezelfde termen en deelden in die jaren de politieke en economische analyse van dit verschijnsel. Het anti-militarisme is in de wereld van vandaag echter niet meer populair en wordt op macro- en microniveau bijna zonder uitzondering afgewezen.

Het denken over geweldloosheid als politiek alternatief, dat mijn jeugdjaren domineerde (ik was ooit dienstweigeraar), werd opnieuw actueel toen ik in 2006 met Fulvio Manara (1958-2016) uit Bergamo in contact kwam. Manara had zich uitgebreid met het werk en het leven van Ghandi ingelaten, als filosoof en onderzoeker, maar ook als docent. De aanleiding om elkaar te ontmoeten was het werk van Etty Hillesum, maar al snel bleek dat wij geworteld waren in dezelfde, noem het de Europese traditie van geweldloosheid. In de periode 2006-2016, waarin wij moeite deden de studie van Etty Hillesum in Italië te bevorderen, is de naam van Fred van der Spek meermalen gevallen, met name als het ging om de problematiek van het geweld, van de haat, van het lot van de Joden tijdens het nazisme. Manara vatte dit alles goed samen in de uitdrukking ‘cultura della morte’, letterlijk: ‘cultuur van de dood’, die in de Italiaanse theorie en studie van de geweldloosheid gangbaar is.

In gesprekken met Fulvio noemde ik hem nog al eens ‘mio deputato’, mijn gedeputeerde, dat in het Italiaans ook een mate van affectie herbergt, indien gebruikt in de juiste context. Het moet worden gezegd: aan Van der Spek heb ik voor wat betreft het pacifistische gedachtengoed veel te danken. Fred heeft nooit geweten dat zijn naam en dit aspect van zijn politieke visie in Bergamo meermalen ter sprake zijn gekomen. In de loop van 1983 is het contact met hem verwaterd. Mijn leven in Italië, eerst in Rome en vanaf 1988 in het dorp waar ik nog steeds woon, liet nauwelijks ruimte voor de periode die ik in september 1982 had afgesloten.

Fred mag dan in 2003 tijdens een interview breed lachend vastgesteld hebben: ‘Niks. Ik heb niks bereikt!’, zijn naam en enkele van zijn politieke ideeën zijn niettemin tot in het zuiden van Europa doorgedrongen.

Fulvio Manara 1958 – 2016 overleden

Goede Vrijdag, Pasen 2016

Het bericht dat Fulvio Manara op vrijdag 25 maart in de avonduren aan een hartaandoening was overleden, kwam echt onverwacht. Hij was thuis aan het werk in zijn studio. Werk wil zeggen lezen en schrijven.

Fulvio C.P. Manara (geb. 29 juni 1958) doceerde Sociale pedagogie aan de Universiteit van Bergamo. Fulvio’s primaire belangstelling en liefde gingen uit naar het onderzoek, naar de bestudering van de teksten die hij voor de samenleving van belang achtte. De denkers en schrijvers  die bovenaan zijn ‘werklijstje’ stonden, waren Mahatma Ghandi, Ramon Panikkar en Etty Hillesum.

Bij de keuze van de auteurs die aan zijn leven en onderzoeksactiviteiten richting gaven, waren de thema’s van de geweldloosheid en de mensenrechten doorslaggevend. Daarin paste zijn visie op het dagboek van Etty Hillesum als ‘Libro di formazione’. Hij zag het als een tekst die vormende en educatieve kwaliteiten in zich bergt.

De eerste kennismaking

Onze eerste ontmoeting vond plaats in 2004. Hij vroeg mij naar Bergamo te komen om iets rond Etty Hillesum op touw te zetten. Sindsdien hebben wij een grote hoeveelheid initiatieven op dit gebied gerealiseerd. Zeer velen in binnen en buitenland werden hierbij betrokken, niet in de laatste plaats dankzij Fulvio’s uitgebreide (inter)nationale netwerk. Daartoe behoorden ook verschillende aan het EHOC verbonden Nederlandse Hillesumonderzoekers. En de 600 kilometer die ons scheidden waren geen beletsel.

Deze afstand is sinds vorige week vrijdag onoverbrugbaar geworden. Zijn opgewekte getuigenis van sympathie en vriendelijkheid, uitgedrukt in zijn heldere ‘Ciaaoo Gerrit’ bij het opnemen van de telefoon, was heerlijk om te horen.

Op Tweede Paasdag is Fulvio begraven, in de namiddag in Albino, bijna 14 kilometer ten noord-oosten van Bergamo, waar hij met zijn vrouw Alida en drie kinderen Elia, Lucia en Jacopo woonde.

Velen van ons zullen met weemoed terugdenken aan zijn vriendelijke gezicht waarop zijn zachte glimlach je welkom heette.

Dag Fulvio.

De aula

Fulvio Manara 1958 - 2016Op deze foto loopt Fulvio in de aula magna van de Universiteit van Bergamo. Het Departement Menswetenschappen waar hij werkte is gevestigd in het het voormalige klooster Sant’Agostino. De recent gerestaureerde ontwijde kerk maakt daar deel van uit.

Door te klikken op de foto kunt u de details bekijken. De foto werd gemaakt door Maughn Gregory (Montclair State University), die op uitnodiging van Fulvio in oktober 2015 als visiting professor in Bergamo les gaf.