De moeder. Een verhaal van Italo Svevo

Het onderwerp van Svevo’s korte verhaal ‘De moeder’ uit 1927 is de ‘egoïstische’ liefde van een moeder voor haar eigen kinderen. Behalve romans en verhalen schreef Svevo ook een twintigtal fabels. Men zou het verhaal in dit genre kunnen plaatsen, want de moeder is een eigenzinnige hen en de hoofdpersoon een moedig kuiken.  Het verhaal begint zo:

In een met stralende voorjaarskleuren getooid dal, dat was omringd door met bossen begroeide heuvels, stonden naast elkaar twee verwaarloosde, grote stenen huizen. Ze zagen er zo eender uit, dat ze de hand van dezelfde bouwmeester verrieden. Ook de door heggen omsloten voortuinen waren gelijk van omvang en van vorm. Maar niet voor alle bewoners lag een gelijk lot in het verschiet. […]

Het verhaal heeft een omvang vier pagina’s . Van mijn vertaling kunt u hier een pdf downloaden en op uw gemak lezen:  De moeder

 

De vrijheid. Een fabel van Italo Svevo

[De vrijheid]

Het deurtje van de kooi was opengebleven. Met een klein sprongetje ging het vogeltje op de drempel van zijn kooi zitten en keek de wijde wereld in, eerst met zijn ene oog en toen met het andere. Zijn lichaampje trilde van verlangen naar die immense ruimte waarvoor hij immers vleugels had gekregen. Maar toen bedacht hij: “Als ik wegvlieg en ze sluiten de kooi dan zit ik buiten gevangen.” Het beestje wipte weer naar binnen en even later zag hij tot zijn voldoening dat het deurtje werd gesloten en zijn vrijheid verzekerd.

***

Italo Svevo had al in het begin van de jaren negentig van de 19e eeuw enkele fabels geschreven. De eerste die bekend is heet: “De ezel en de papagaai” en heeft een datum: 16 juli 1891. Hij heeft het genre gedurende heel zijn leven beoefend. De fabel “De vrijheid” bevond zich oorspronkelijk in het poëziealbum van zijn dochter Letizia en is ondertekend met “Papà”. Svevo had de tekst bijgesloten in een brief aan zijn vrouw Lidia, gedateerd 20 december 1911. Hij was net vijftig geworden en bevond zich in Murano (Venetië). Hij schreef haar dat hij de 21ste of de dag erna naar Triëst zou reizen. Over de fabel zegt hij nog: “Ik stuur je hierbij de fabel voor Letizia. Als je denkt dat ze ongeschikt voor haar is, dan moet je ze haar niet geven.” (Epistolario, 611)

De fabel is de schrijver bijgebleven, want hij heeft haar in zijn roman La coscienza di Zeno opnieuw gebruikt. In hoodfstuk 7 laat hij het personage Guido in een scène op kantoor twee fabels uittikken. De eerste over het vogeltje en de tweede over de olifant die zich beklaagt over zijn zwakke poten. (Aangezien ik niet beschik over de Nederlandse vertaling van de roman, verwijs ik naar de pagina’s 343-344 van de Italiaanse uitgave: Dall’Oglio, Milano 1981.)

N.B. De titel van de fabel is niet van Svevo zelf, maar van de latere bezorgers van zijn werk. Vandaar de vierkante haken.

 

De Stam – opmerkingen over een vroeg verhaal van Italo Svevo

1. Italo Svevo (1861-1928) publiceerde het verhaal “De stam” in 1897. Hij had toen al diverse  publicaties op zijn naam: behalve een serie literaire kritieken waren dat de roman Una vita [Een leven] (1892), en twee verhalen, Una lotta [Een strijd] (1888) en L’assassinio di via Belpoggio, [De moord in Via Belpoggio] (1890). Terwijl de eerste twee verhalen werden afgedrukt in de liberale Triëstse krant L’Indipendente, waarvan Svevo jarenlang een trouwe medewerker was, verscheen het korte verhaal “De stam” in een tweewekelijks tijdschrift. En niet zomaar een tijdschrift: het linkse Critica sociale. Eerst een opmerking over dit blad. Het socialistische Critica sociale verscheen vanaf januari 1891 en stond onder leiding van de bekende Italiaanse marxist Filippo Turati. In de eerste twee jaar van zijn bestaan had het nog de woorden ‘sociaal, politiek en literair’ in de ondertitel, maar vanaf 1893 kwam daarvoor in de plaats: “Veertiendaags tijdschrift voor het wetenschappelijk socialisme”. De politiek koers was die van de Italiaanse Socialistische partij.

In dit maatschappijkritische tijdschrift werd Svevo’s korte verhaal afgedrukt. Dat is op zijn minst opmerkelijk, want de auteur stond bekend als een nationaal-liberaal en irredentist (aanhanger van de beweging die streed voor de hereniging van Triëste met Italië en die tot stand kwam na de Eerste Wereldoorlog). Volgens Bruno Maier (1920-2001), die wordt beschouwd als één van de belangrijkste kenners van Svevo’s werk, rust het verhaal op een marxistische basis en geeft de schrijver van die ideologie een humanitair-utopistische interpretatie. Aardig dat een auteur van liberaal-nationale snit (in het Italië van eind 19e eeuw) zo’n snuitig links verhaal schreef. Vooral ook als je bedenkt dat Ettore Schmitz tegen het einde van de 19e eeuw gaat werken in de verfindustrie, eerst in Triëste, daarna in Murano (Venetië) en in latere jaren verblijft hij regelmatig enkele maanden per jaar in Londen. Vandaar zijn behoefte om Engels te leren en op die manier James Joyce ontmoet.

De zakenman Schmitz leert de ‘fabriek’ kennen die de schrijver Svevo in het verhaal De stam een centrale plaats had gegeven. Zijn personage Achmed voorspelt het lot van de fabrieksarbeiders: die zouden zijn “… veroordeeld om de helft van de dag door te brengen in een ongezonde omgeving, waar ze zò hard moeten werken dat hun gezondheid, denken en hun ziel erbij zullen inschieten. Ze worden lelijk, veracht en verworpen.”

Laten we eens kijken waar “De stam” over gaat; hier volgt een korte samenvatting.

Een groep nomaden vestigt zich min of meer bij toeval op een vruchtbaar stuk land in de woestijn en bouwt er een nederzetting die uitgroeit tot een kleine stad. De stam verbouwt de grond waarop men woont en werd verdeeld onder de voormalige stamleden die daardoor bezitters zijn geworden. Een conflict tussen twee landbouwers (de voormalige nomaden) doet de behoefte aan wetgeving voelen. Maar wetten inzake eigendom ontbreken en daarom wordt het jonge stamlid Achmed naar Europa gestuurd om daar de wetgeving te bestuderen van maatschappijen die veel verder zijn. Terwijl Achmed lange jaren besteedt aan de studie, groeit de stad in de woestijn uit tot een economie die is gebaseerd op privé-eigendom en waarin ongelijkheid en uitbuiting voorop staan. Velen leven in de misère, weinigen in de rijkdom. Dit is wat Achmed aantreft als hij uit Europa terugkeert. Hij ontdekt dat anderen zijn bezittingen hebben ingenomen en eist schadevergoeding. Bovendien bemerkt hij dat de stam zich alle wetgeving heeft gegeven die de economische ontwikkeling vereiste en dat dit nu juist tot grote ongelijkheid onder de bevolking heeft geleid. In zijn toespraak aan de stamoudsten legt Achmed uit dat dit nu precies de toekomst is van dit economische maatschappijmodel. De stamoudste Hoessein vraagt Achmed of hij een voorbeeld kan geven van een maatschappij die op deze economische principes is gebaseerd en waarin mensen niet in armoede hoeven te leven en gelukkig zijn. Achmed blijft het antwoord schuldig. Hij ontvangt echter zijn schadevergoeding waarmee hij zijn droom wil realiseren: fabriekseigenaar worden en een grote fabriek neerzetten zoals hij in Europa heeft gezien. Maar zover komt het niet: hij wordt mèt zijn schadevergoeding de stam uitgegooid. Ook de epiloog is niet te versmaden. Een Europeaan, ontevreden over de manier waarrop zijn land is georganiseerd, klopt aan bij Hoessein en vraagt toegelaten te worden tot de gelukkige stam. Hij wordt geweigend. Waarom? Dat vindt u in de laatste paragraaf van het verhaal.

2. De al eerder genoemde Bruno Maier, hoogleraar in Triëst en literatuurcriticus, heeft in 1966 een mooie editie van de werken van Svevo bezorgd. In het eerste deel Epistolario vinden we in een brief aan zijn vrouw Livia Veneziani wat meer informatie over Svevo’s politieke overtuiging in de jaren negentig van de 19e eeuw. Uit een brief van 30 juli 1897 blijkt dat hij in die periode belangstelling had voor de theorieën van het wetenschappelijk socialisme waarvan hij had kennisgenomen via teksten van Marx en andere auteurs. (zie Epistolario, p. 68 en noot 6 op p. 69).

Welnu, enige sporen van Svevo’s jeugdige belangstelling voor progressieve maatschappelijke ideeën kunnen worden aangetroffen in zijn tweede roman, Senilità (in het Nederlands vertaald als Een man wordt ouder). Het romanpersonage Emilio Brentani (dag) droomt dat hij en zijn geliefde Angiolina ongelukkig zijn vanwege de armoede waarin zij moeten leven. Om haar deelgenoot van zijn droom te maken – want Emilio droomt graag –  vertelt hij, dat hij haar in een andere maatschappij geheel tot de zijne zou hebben kunnen maken zonder dat zij haar lichaam had moeten verkopen. Aangezien zij hem niet niet goed kon volgen, vertelde hij over de nietsontziende strijd die was ontbrand tussen arm en rijk, tussen arbeid en kapitaal, maar dat de uitkomst van die strijd vaststond en dat het kapitaal het onderspit zou delven. Dan zou er een tijd aanbreken van vrijheid,  vrouwen en mannen zouden gelijk en de liefde een wederzijds geschenk zijn. Men zou slechts kort hoeven te werken en de opbrengst van de arbeid zou gelijkelijk verdeeld worden. Maar haar nuchtere kijk op het leven verstoort bruusk Brentani’s droom: “Als alles verdeeld wordt blijft er voor niemand iets over. De arbeiders zijn afgunstig en leeglopers, en ze krijgen toch niets voor elkaar.” (pagina 170, Senilità, Dall’Oglio Editore, Milano 1938))
Een wonderlijke pagina waarvan de samenhang met de rest van het boek niet duidelijk is. Maar de dagdroom van Brentani kan wel verbonden worden met “De stam”, want daarin is de strijd tussen kapitaal en arbeid één van de hoofdthema’s. We schrijven dezelfde jaren: de roman Senilità werd gepubliceerd in 1898, het verhaal De stam in 1897. Naar mijn weten komt het thema later niet meer terug. Dat is niet zo vreemd, want inmiddels is Svevo getrouwd met zijn nichtje Livia Veneziani e begint hij in 1899 te werken in de fabriek van zijn schoonvader. Bij gebrek aan erkenning komt zijn literaire werk komt tot stilstand, zoals de stam in de woestijn.

3. Ik heb van het verhaal een Nederlandse vertaling gemaakt die u kunt downloaden van www.gerritvanoord.com/downloads/Svevo_De_stam_(1897).pdf