Montale Eugenio

Leven

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren op 12 oktober 1896 te Genua en overleed op 12 september 1981 te Milaan.  Hoewel zijn belangstelling voor de literatuur van meet af aan duidelijk is, haalt hij een diploma boekhouding. Zijn literaire vorming is die van een autodidact. Hij volgt zanglessen van 1915 tot 1923, maar bekwaamt zich er niet verder in. Opgeroepen dient hij in de Eerste Wereldoorlog als infanterist aan het front. Hij zwaait af als onderofficier.

In 1927 gaat hij aan het werk bij Florentijnse uitgeverij Bemporad. Hij wordt in 1929, ook in Florence, directeur van het prestigieuze culturele instituut Gabinetto Viesseux, een literair archief en bibliotheek. In 1938 krijgt hij zijn ontslag vanwege zijn weigering om toe te treden tot de fascistische partij. Overigens was Montale blijkbaar geen antifascist uit politieke overwegingen, maar uit een zeker subjectief cultureel aristocratisch snobisme. Hij had echter wel het antifascistische manifest van Benedetto Croce ondertekend. Na zijn ontslag bedruipt hij zich financieel door vertalingen uit het Engels, onder andere John Steinbeck, Herman Melville en T.S. Eliot.

In 1948 vestigt de dichter zich in Milaan waar hij redacteur wordt bij het dagblad Corriere della Sera. Hij schrijft honderden culturele bijdragen over theater, muziek, Anglo-Amerikaanse literatuur en natuurlijk over poëzie.  In de jaren zestig wordt hij door drie universiteiten tot eredoctor benoemd. Hij treedt ook toe  als lid van de Accademia Nazionale dei Lincei. In 1966 benoemt de President van de Republiek hem tot ere-senator. En in 1975  volgt de Nobelprijs.  Zijn benoeming tot senator betekende dat hij, na zijn overlijden op 12 september 1981, op 14 september in de Dom van Milaan een staatsbegrafenis kreeg.

Montale tekende en schilderde in zijn vrij tijd. In 1996 kon men enkele van zijn schiderijen en tekeningen zien op de tentoonstelling I foglio di una vita (De bladen van een heel leven).

Nobelprijs

Italiaanse dichter Eugenio Montale in 1975
Stockholm, 12 december 1975 met prinses Christina

In 1975 ontvangt Eugenio Montale de Nobelprijs  voor de literatuur. Hij hield zijn redevoering op 12 december en was getiteld ‘È ancora possibile la poesia?’, Is poëzie nog mogelijk? De tekst werd vertaald door Frans Denissen en afgedrukt in het tijdschrift Deux Ex Machina, jrg. 12, n° 45, 1988. Montale was de vijfde Italiaanse auteur aan wie de geambieerde prijs werd toegekend.

Literair werk

Tot de belangrijkste bundels poëzie rekent men:

Ossi di Seppia, 1925.
Le occasioni, 1939.
La bufera e altro, 1956.
Xenia, 1966.
Satura, 1971.

Volgens de Italianist P. W. M. de Meijer ‘… is de betekenis van Montale’s poëtische oeuvre in de Italiaanse literatuur van de twintigsteeuw zeer groot, er is waarschijnlijk geen dichter aan te wijzen wiens werk dat van Montale in kwaliteit evenaart.’

Vertalingen

Zijn werk is voor een deel in het Nederlands vertaald. Zie voor een selectie de Digitale Bibliotheek NL, ad vocem.

Aantekeningen

Eugenio Montale, Sulla poesia, a cura di Giorgio Zampa, Milano: Mondadori, 1997. Eerste editie 1976.
P. W. M. de Meijer, ‘Eugenio Montale’, in: MEW, deel 6, Bussum: Unieboek, p. 248, ad vocem. Onveranderde herdruk van de eerste die verscheen in 1963.

Wikipedia Nederlands