Kardinaal Carlo Maria Martini over Etty Hillesum

Hhet hoogste katholieke gezag over Etty Hillesum

Kardinaal Carlo M. Martini. Hoe denken de hogere gezagsdragers – bischoppen, kardinalen en de paus – van de rooms-katholieke kerk in Italië over Etty Hillesum? Eerder schreef ik over de Italiaanse Hillesumreceptie het artikel Italiaans enthousiasme waarin ik de secondaire literatuur over Hillesum in de jaren negentig van de vorige eeuw besprak. Nu wil nagaan hoe de bewoners van de hogere regionen van de RK-Kerk in dit land over haar denken. De ontdekking van Etty Hillesum door de kopstukken van de kerk is nog pas

Kardinaal Carlo Maria Martini over Etty Hillesum
Kardinaal Marini (1927-2012)

enkele jaren oud. Zij kreeg haar definitieve erkenning met de voorlezing van een citaat uit Etty Hillesums dagboek door paus Benedictus XVI op 13 februari 2013. Na deze ‘voorzet’ van Joseph A. Ratzinger, die nu van zijn zelfgekozen pauselijke emiraat geniet, ga ik hier kort na wat de invloedrijke kardinaal Martini (1927-2012) een paar jaar eerder (2009) over Hillesum schreef.

Carlo Martini wijdt aan haar een korte paragraaf in zijn boek over het gebed Qualcosa di così personale. Hij noemt haar ‘Een bijzondere jonge vrouw.’ Hij stelt twee thema’s op de voorgrond. Eerst Hillesums overgang ‘van het atheïsme naar het geloof’ en ten tweede haar houding tegenover de Sjoa. Hij schrijft:

Aanvankelijk ongelovig, leert zij op mystieke wijze God kennen, zij leert knielen en bidden en dat stelt haar in staat de Sjoa […] te beleven met een ongelooflijke sereniteit, vrede, nederigheid, en het vermogen om vergiffenis te schenken.

Hillesum mystica ?

Beweert Martini hier dat Etty Hillesum een mystica is? Zij zou op mystieke wijze (hij gebruikt het bijwoord misticamente) tot God zijn gekomen. Een mystica heeft een directe band heeft met God en God met haar. Verder suggereert Martini een direct verband tussen Hillesums geloof en haar beleving (esperienza) van de Sjoa. Haar geloof zou haar de instumenten verschaffen waarmee zij zich de beschreven houding eigen kon maken. Ziet hij een causaal verband? Is het geloof een adequate verklaring voor Etty Hillesums reactie op de massamoord op de Europese Joden?

Instemmend citeert Martini vervolgens eerst Hillesums zin over haar voornemen God te helpen: “En als God mij niet verder helpt, dan zal ik God wel helpen.” (Het Werk, 512; 11 juli 1942), en dan een passage uit wat hij noemt haar zondagmorgen gebed:

Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van te voren nergens voor in staan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. […] Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal ook bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen. (Het Werk, 516-517; 12 juli 1942).

Verantwoordelijkheid

In het tweede deel van het citaat spreekt Hillesum over ‘verantwoordelijkheid’. Zij meende, dat de mensen zelf verantwoordelijk zijn voor wat er in de wereld gebeurt. God is niet verantwoordelijk, want Hij kon in de gebeurtenissen niet ingrijpen. Wie Hillesum bestudeert, kan om dit thema niet heen. Wie dit standpunt inneemt moet met een consequentie rekenen. En wel dat de vraag, waarom God Auschwitz – m.a.w. het kwaad – toestond, een verkeerde vraag is – het was immers mensenwerk. De personen die door deze vraagstelling én het antwoord gemotiveerd werden tot geloofsafval, zouden die stap hebben gezet op grond van een ongeldig argument. Hillesums overwegingen over het thema ‘verantwoordelijkheid’ kunnen tegen het nihilisme te hulp worden geroepen. Ik veronderstel althans, dat kardinaal Martini het vanuit dat gezichtspunt legitiem en nuttig achtte Etty Hillesum in te schakelen in zijn strijd tegen het geloofsverlies.

Aantekeningen

  • Etty Hillesum, Het Werk, 1941-1943. Uitgegeven onder redactie van Klaas A.D. Smelik. Tekstverzorging door  Gideon Lodders e Rob Tempelaars. Zesde herziene en aangevulde druk, Amsterdam, Uitgeverij Balans, 2012.
  • Carlo M. Martini, Qualcosa di così personale. Meditazioni sulla preghiera, Milano, Mondadori, 2009.

Vermeld moet worden, dat Martini niet de Italiaanse vertaling van het volledige werk van Hillesum heeft gelezen, want die verscheen in het najaar van 2012, dus na zijn dood.

Tekst herzien op 10 februari 2021.

Print Friendly, PDF & Email