Handvest van de Ademtocht

Begin september vroeg een vriendin uit Calcata of ik voor een goede vriend van haar een vertaling wilde maken van iets meer dan een pagina tekst. Natuurlijk heb ik direct ja gezegd, want Marijcke van der Maden en ik kennen elkaar al sinds begin jaren negentig. In haar Culturele Centrum ‘Il Granarone’, ofwel graanschuur, kwam ik vrij regelmatig om haar muziekavonden bij te wonen of een tentoonstelling te bekijken. Zelfs organiseerde zij met grote energie een druk bezochte bijeenkomst over Etty Hillesum. Maria Gabriella Nocita en ik traden op als sprekers.  Maar nu bleek te gaan om wat ik heb vertaald als het ‘Handvest van de Ademtocht’. Het is een pleidooi voor het behoud van gezonde lucht.

Het Handvest: de link naar de Italiaanse website. Op de website is het handvest te lezen in een twintigtal talen. Ten overvloede hier de Nederlandse tekst:

Handvest van de Ademtocht

    1. Alle levende wezens hebben enerzijds het natuurlijke recht op het inademen van zuivere lucht, en anderzijds de plicht die te behouden voor ons en voor de toekomstige generaties.
    2. De ademtocht is onze meest kostbare rijkdom, onze levensbron. Het is een geschenk dat ons altijd vergezelt. Ademhalen is onze eerste en laatste handeling: wij beginnen met ‘nemen’ en eindigen met ‘geven’. De balans van het ademen is voor elk bestaan altijd in evenwicht.
    3. De mogelijkheid, de noodzaak en het vermogen om adem te halen, maakt ons allen gelijkwaardig vanaf het eerste ogenblik ons het bestaan. De lucht en de ademtocht zijn een rijkdom die niet kan worden geaccumuleerd en zij kunnen aan niemand worden geweigerd noch van iemand afgenomen.
    4. Alles wat leeft, ademt. Elke cel van elk wezen heeft zuurstof nodig, en leeft in symbiose met anderen in een enkel organisme dankzij de zuurstof. Voor ieder van ons geldt, dat waar wij ook mogen zijn, wij dankzij de ademtocht niet alleen onderling zijn verbonden, maar ook met de natuur waarvan wij deel uitmaken.
    5. De ademtocht is onze intiemste en diepst gewortelde band met de planeet die ons huisvest. Het verstoren van de biodiversiteit, het ondermijnen en vernietigen van de biosferen, brengt ons voortbestaan in gevaar, zowel van individuele mensen als van onze en van de andere soorten.
    6. Het ademen is een automatische en onvrijwillige handeling. Het is de vorm van een permanente relatie tussen ons innerlijke bestaan en alles wat ons omringt. Het ademen beïnvloed onze gevoelens, ons humeur, onze relaties en onze gezondheid. Hoe bewuster wij ademhalen hoe groter onze verantwoordelijkheid voor ons lichamelijk en geestelijk welzijn, voor ons innerlijk evenwicht, voor het leven in harmonie met ons zelf en met de anderen.
    7. De stem en de stilte zijn uitdrukkingsvormen van de ademtocht. Begrip, empathie, comunicatie en solidariteit met anderen worden bevorderd door het luisteren naar en het verkennen van onze ademhaling. Dat geldt in gelijke mate voor het zorgvuldig luisteren naar de ademhaling van de anderen en van de Natuur. Kennis van en respect voor het individuele en collectieve ademen is een sterke remedie tegen angst, tegen afsluiting en afscheiding die mensen tussen elkaar lijken te willen bevorderen. Dat geldt voor mensen overal op de wereld, die verkeren in de meest uiteenlopende sociale omstandigheden.
    8. Elk individu heeft een unieke ademhaling, origineel en herkenbaar, die het resultaat is van zijn persoonlijke, familiaire en maatschappelijke ontwikkeling. Aandachtig luisteren en gelegenheid bieden voor het vertellen van zijn verhaal, zijn de wegen naar zelfkennis en de mogelijkheden om met anderen een band te scheppen.

Vertaling: Gerrit Van Oord
© La città di Isaura, Vereniging voor het genoegen van het lezen
Foto Emi Curatolo.

Aantekening

De Italiaanse titel van het handvest is Carta del Respiro. Voor het woord ‘respiro’ koos ik Ademtocht. Dat is misschien wat ouderwets, maar het lijkt me te passen bij de toon van het handvest. Ik vond in het onvolprezen WNT behalve de betekenis ook een aantal heel aardige voorbeelden.

Toekomstig academisch analfabetisme in Italië

Het rommelt in het land van Dante Alighieri en Umberto Eco. Gisteren, 4 februari 2017, heeft de ‘Florentijnse Groep voor een verdienstelijke en verantwoordelijke school’ zich in een open brief gericht tot de Ministerpresident, de Minister van Onderwijs en het Parlement. De brief opent met de volgende zin: “Het is nu al jaren duidelijk dat teveel leerlingen bij de afsluiting van hun middelbare schoolcarrière slecht Italiaans schrijven, weinig lezen en moeite hebben zich mondeling uit te drukken. Universitaire docenten wijzen al jaren op het gebrek van talige competentie bij hun studenten (grammatica, squolasyntaxis, woordkennis). Zij signaleren fouten die in de derde klas van de basisschool nauwelijks door de vingers worden gezien.”

 

Dit liegt er niet om. De instituties die voor het schoolsysteem verantwoordelijk zijn, wordt verweten dat zij niet adequaat op de problemen reageren. Door opeenvolgende regeringen zijn de ernstige spellingsproblemen en de veruit onvoldoende beheersing van de grammatica schromelijk onderschat. Ondanks de goede wil en grote inzet van docenten ontbreekt de politieke wil om aan oplossingen te werken, aldus de opstellers.

De brief is ondertekend door zo’n 600 universitarie docenten, afkomstig uit een zeer groot aantal academische disciplines. Onder hen nogal wat auteurs met vele én succesvolle publicaties op hun naam.

De remedie die in de brief wordt voorgesteld, blijkt zich te richten op het verwerven van voldoende basisvaardigheden van een algemene taalbeheersing. De volgende zes onderwerpen zouden nationaal moeten worden getoetst: dictee, samenvatting, tekstbegrip, lexicale kennis, grammatica en schrijven met de hand.

Voor mijn generatie geen nieuws. Het laatste punt wekt nu al geen verbazing meer op: welk kind schrijft er nog met de hand in het digitale tijdperk? Blijkens een Duits onderzoek is het niet alleen in Italië kommer en kwel.

De Italiaanse tekst van de brief vindt u hier.

De salamander en de hoge hoed

In Onze Taal nummer 4 (2015, pagina 94), lees ik in een mooi artikel van Hans Beelen en Nicoline van der Sijs over de lotgevallen van het woord salamander. Behalve de oorsprong brengen zij ook het metaforisch gebruik ter sprake en citeren als recent voorbeeld de twee zinnen waarmee de Eerste episode van De Aanslag begint:

“Het was avond, rond half acht. De salamander had een paar uur zacht gebrand op wat houtblokken, maar nu was hij weer koud.” (De Bezige Bij, Amsterdam 1982, 5e druk, 15.)

ChabocheTon
Een Louis XV.

De salamanderkachel werd uitgevonden door de ingenieur Edgar Chaboche en vanaf 1883 geproduceerd en met toenemend succes verkocht in een aantal Europese landen. Hier links een afbeelding van een model afkomstig van de website Kachels uit Frankrijk waarop de auteur het verhaal van de salamanderkachel vertelt, goed gedocumenteerd en met een heleboel interessante details en mooie illustraties.

Nu wij een beeld hebben van het object waar het leenwoord salamander naar verwijst, kunnen we ingaan op een paar taalkundige aspecten. De Franse merknaam “La salamandre” heeft als leenwoord een plaatsje veroverd, schrijven Beelen en Van der Sijs, “onder meer in het Engels, het Portugees, het Spaans en het Nederlands”. Aangezien het Italiaans in dit lijstje ontbreekt, heb ik de vertaling van het beroemde boek van Harry Mulisch van de plank gehaald om te zien hoe de in 1995 overleden Italiaanse hoogleraar Geschiedenis van de Nederlandse letterkunde (Universiteit van Padua) en vertaler Gianfranco Groppo te werk is gegaan. Hij geeft deze versie:

“Era sera, verso le sette en mezzo. La stufa a cilindro era rimasta accesa qualche ora, brucando a fuoco lento alcuni ceppi, ma adesso era di nuovo fredda.”  (L’attentato, Feltrinelli, Milano 1989, 13.)

Vertaler Groppo kiest voor een omschrijvende vertaling van het leenwoord: ‘stufa a cilindro’, letterlijk vertaald met ‘cylindervormige kachel’ en aangezien we met een gerenommeerde vertaler van doen hebben, kunnen we de volgende hypothese opstellen: de salamanderkachel noch de metafoor zijn in Italië bekend, anders zou hij immers de Italiaanse versie van het leenwoord hebben gebruikt.

cilindro_14Een paar dagen geleden was de literaire vertaler (Duits-Italiaans) Enrico Paventi bij ons te eten en op mijn vraag of hij het leenwoord kende en ooit had aangetroffen in een literaire tekst was het antwoord negatief. Hij vond de vertaling ‘stufa a cilindro’ trouwens geen gelukkige vonst. Hij moest gelijk denken aan een ‘cappello a cilindro’, een hoge hoed, die in het italiaans wordt aangeduid met het woord ‘cilindro‘ (syn. staio, tuba).

In de woordenboeken lo Zingarelli en Devoto/Olio is van de Franse houtkachel geen spoor te bekennen. Hetzelfde geldt voor Tullio de Mauro’s Grande dizionario italiano dell’uso. Het bekende Italiaanse woordenboek Treccani (nu ook on-line) geeft bij ‘salamandra’ als derde betekenis: “3. Piccolo forno, di solito a gas, in cui si fanno gratinare certi cibi al momento di servirli.” Vertaald: Kleine oven, meestal op gas , waarin bepaalde gerechten worden geroosterd kort voor opdiening.”  Dit lijkt mij niet van toepassing. Het artikel van E. Zavattari uit 1936, opgenomen in de historische encyclopedie Treccani beperkt zich tot biologische informatie, hetgeen ook geldt voor de hedendaagse on-line versie.  In Het vreemde woord. Nieuw geïllustreerd vreemde woorden boek,  geredigeerd door C.D.J. Brand en M.H. de Haan Utrecht, z.j. – maar 1930 (Vgl. N. van der Sijs, Chronologisch woordenboek), wordt bij het lemma salamander vermeld: “tweeslachtig dier, soort hagedis; doorbrandende kachel met vuurvaste steen van binnen”. Het spreekt vanzelf dat ik ook het Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Italiaans (2001) heb gecontroleerd. In dit deel heeft de maker van het woordenboek, professor Lo Cascio, niet alleen het lemma ‘salamanderkachel’ opgenomen, maar ook ‘houtkachel’, terwijl in de Italiaans-Nederlandse versie het woordenboek alleen het beestje wordt genoemd. Het lemma ‘stufa’ bevat slechts de vertaling ‘kachel, haard’.

salamandraDe vraag is waarom Groppo heeft gekozen voor ‘stufa a cilindro’. Een cilinder is niet het eerste waaraan je denkt als je een (afbeelding van de) houtkachel van ingenieur Chaboche onder ogen hebt gehad. Mogelijk heeft hij gedacht aan een kachel zoals hier links is afgebeeld, die inderdaad de vorm van een cilinder heeft, maar zeker geen ontwerp van de Franse ingenieur is. Een mogelijke verklaring is dat het leenwoord salamander na de tweede wereldoorlog meer en meer is gaan verwijzen naar het hier links afgebeelde type cilindervormige kachel, waarvoor ook de woorden allesbrander, duiveltje, potkachel worden gebruikt. Het lijkt erop dat deze kachel in het gangbare spraakgebruik de referentie aan zijn illustere Franse voorganger heeft geëlimineerd.

Terug naar de tekst van Mulisch.  In dezelfde alinea, een zin verder, schrijft hij: “Op een bord stond een zinken cylinder ter grootte van een bloempot…”. Groppo geeft: “Su di un piatto c’era un cilindro di zinco delle dimensioni di un vaso di fiori…” Niets aan te merken op deze vertaling, ware het niet dat er een stylistisch uitglijdertje ontstaat omdat zeer dicht op elkaar twee keer het woord ‘cilindro’ – cilinder verschijnt. Lastig voor Groppo. Zou ‘stufa salamandra’ een alternatief zijn geweest? Nee, dat lijkt me zeker niet. Of  ‘stufa a legna francese’ (Franse houtkachel)? Nee, bij zo’n definiërende vertaling staat niemand te juichen. De houtkachel veroorzaakt dus een klein probleempje aan het begin van de Italiaanse versie van De Aanslag.

Blijft het daarbij? Nee, want ook al keert de salamander niet meer terug (er is wel een ‘hoge potkachel’ op p. 43), in de roman wordt een zeer belangrijke rol aan een ander reptiel gegeven: de hagedis. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden en waarom er in Groppo’s vertaling toch meer mis gaat dan op het eerste gezicht lijkt, komt in een volgende post aan de orde.