Wat is een nationalistische liberaal? Een voorbeeld uit 1873

Toen in 1870 de Kerkelijke Staat ten val was gebracht, werd Italië een parlementaire monarchie met regeringen van liberale snit. In 1870 werd ook het getto afgeschaft. De Italiaanse Joden verworven gelijke burgerrechten. Daarom hebben zij altijd een bijzonder grote liefde voor de Italiaanse Staat ten toon gespreid, zo toegewijd dat zij soms uitliep op devotie. Niettemin werd er door sommigen aan hun loyaliteit versus de staat ernstig getwijfeld. Een berucht geval dateert uit 1873: ‘de zaak Pasqualigo’. Deze parlementarier uit Vicenza schreef koning Vittorio Emanuele II een brief waarin hij Zijne Hoogheid vroeg de leiding van het Ministerie van Financiën niet toe te vertrouwen aan de Venetiaanse jood Isaak Pesaro Maurogonato (1817-1892). Een spraakmakend geval. Nota bene slechts drie jaar na de eenwording van Italië en de toekenning van de volledige burgerrechten aan al haar inwoners.

Isaak Pesaro Maurogonato

Wat bracht Pasqualigo tot zijn actie tegen Maurogonato? Hij vond dat een jood, ook al was die in het bezit van de Italiaanse nationaliteit, maar die zijn jood-zijn niet had genegeerd, nooit volledig kon toebehoren aan het jonge verenigde vaderland. Hij richtte zich tot de Italiaanse joden met deze worden: “Jullie zijn nog niet op natuurlijke wijze opgegaan in de Italiaanse natie; het is juist, dat jullie volgens de wet staatsburgers zijn, maar feitelijk zijn jullie geen Italianen; wanneer jullie het geworden zijn, wanneer jullie je het jodendom vaarwel hebt gezegd, zal ik mijn mening bijstellen.” Met andere woorden: volgens Pasqualigo was Maurogonato was een Israeliet en dus een vreemdeling. En een vreemdeling kun je natuurlijk geen minister maken.

De kwestie was in de publiciteit overigens geen lang leven beschoren; wellicht omdat de kandidaat Minister voor het aanbod van de koning bedankte. Maurogonato werd in 1890, twee jaar voor zijn dood, nog Senator. Al met al  een opmerkelijk geschiedenis. De parlementarier Francesco Pasqualigo was namelijk een liberaal en een overtuigde anti-clerikaal. Hij had bovendien eervol meegevochten in de strijd tegen de Pauselijke Staat voor de eenwording van Italië. Pasqualigo was geen religieuze antisemiet. Mijn these is dat hij een vroege vertegenwoordiger was van een antisemitisme, in sterke opkomst in de laatste decennia van de 19e eeuw, dat de jood aanwees als een op geld belust personage, te identificeren met kapitalisten en bankiers, vrijmetselaars, en de ontwerpers van een internationaal complot om de wereld te beheersen.

Ik moest aan het verhaal van Pasqualigo denken toen ik vernam dat de parlementarier Geert Wilders de dubbele nationaliteit aanvocht van een Nederlandse staatssecretaris in de regering Rutte. Al eerder had Wilders scherp geageerd tegen de Marokkaanse en Turkse paspoorten in bezit van twee andere Nederlandse staatsburgers en politici.

Pasqualigo en Wilders hebben gemeen dat beide politici zich laten voorstaan op een liberale overtuiging. Nu waren liberale denkbeelden in 1873 zeker anders van inhoud dan die uitgedragen worden door de PVV aan het begin van de 21ste eeuw. Toch is er dunkt mij ook een overeenkomst: beide politici handelen uit nationalistische motieven. Hun nationalisme bewerkt maatschappelijke uitsluiting van bepaalde groepen. Het gebruikte mechanisme lijkt me het volgende. De politieke argumentatie wordt primair op het individu gericht, maar beoogt in werkelijkheid de groep waarvan dit individu deel uitmaakt te treffen en om daarmee maatschappelijke segregatie te bewerkstellingen.

Is een politicus, die zich uitgeeft voor vrijheidsgezind (liberaal), maar anderen, die net als hij volwaardige staatsburgers zijn, in een nationalistisch keurslijf wil dwingen, betrouwbaar? Kan een liberale politiek verdeling en uitsluiting, in plaats van dialoog en maatschappelijke cohesie betekenen?