Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021 en Etty Hillesum

Pier Giorgio Carizzoni, een gedreven organisator

Pier Giorgio Carizzoni (1955-2021) heeft vanaf 2014 een belangrijke bijdrage geleverd aan Etty Hillesums bekendheid in Italië. Hij deed dat op de manier die hem het beste lag: het bedenken van een concept, de uitwerking en vervolgens de organisatie van tentoonstellingen. Dat was zijn vak. Vanaf 1980 heeft hij tientallen succesvolle culturele evenementen gerealiseerd. Aanvankelijk op het gebied van de cinema, maar vanaf 1997 realiseerde hij een serie boeiende tentoonstellingen. Over Rilke en Lou (1997), over Pasternak (1999), over Nietzsche (liep van 1997 tot 2003), over Freud (2004), over Rilke (2008), Sex&Revolutuon (2018), om slechts de belangrijkste te noemen.

Ik leerde Pier Giorgio kennen in het najaar van 2014 toen hij mij vroeg om in Milaan in de Casa della Cultura op 18 december van dat jaar over Etty Hillesum te spreken. Zie hier voor een verslag. In dezelfde maand liep de mooie tentoonstelling die hij over haar had georganiseerd. In de periode 2016 -2018 hebben wij aan verschillende Hillesum projecten gewerkt. En in 2017 bezochten wij in dat verband  Amsterdam, in Middelburg Klaas Smelik en het Etty Hillesum Onderzoek Centrum  en natuurllijk het Herinneringscentrum kamp Westerbork.

Denkend hart in 2014Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021

Voor de eerste Etty Hillesum tentoonstelling in Milaan, in de voormalige Stoomfabriek’, fabrica del vapore,  kreeg hij de medewerking van Milanese instellingen. Maar ook de culturele afdeling van de Nederlandse ambassade in Rome was hem zeer terwille. Van het Joods Historisch Museum betrok hij een groot aantal foto’s van Etty Hillesum die in de tentoonstelling werden verwerkt. Het resultaat was bijzonder.

De tentoonstelling in de Stoomfabriek duurde van 9 dit 30 december 2014 en was een ware  publiekstrekker. Eerder dat jaar was zij te zien geweest in Venetië (2014), in 2017 in Copertino, in het zuiden van de regio Apulië, en ten slotte in Olbia op Sardinië (2018). De uitvoering en opstelling van het materiaal werd door hem zeer vaardig aangepast aan de omgeving, maar het basisconcept bleef gelijk en de wervende boodschap even sterk.

Pier Giorgio Carizzoni
Overzichtsfoto

Deze foto geeft een goede indruk van de opbouw. Men kan duidelijk zien dat het ging om een omvangrijke expositie. Zij zou zeker op meer plaatsen te zien zijn geweest, maar de kosten voor de huur en de inrichting waren in de meeste gevallen een obstakel. Bovendien was een vrij grote locatie vereist. Niettemin moet de conclusie luiden, dat zijn Hillesum tentoonstellingen een stimulans waren voor het steeds bekender worden van Hillesums persoon en werk in Italië. En wij zijn hem daar dankbaar voor.

Persoon en ideeën

Pier Giorgio Carizzoni’s beeld van Etty Hillesum vond aansluiting bij zijn eigen levensvisie. Ik heb hem leren kennen als een denkende vrije geest. Hij geloofde stellig in de positieve werking die een tentoonstelling kon uitoefenen op de bezoekers. En zijn keuze voor personages die evenzeer vrij denkende geesten waren, was coherent met zijn wereldbeeld. Pier Giorgio studeerde filosofie in Milaan en Bologna eind jaren zeventig begin jaren tachtig. Master in filosofie met een thesis over esthetiek in 1986. Die ervaringen droegen ongetwijfeld bij tot de vorming van deze kritische denker en onafhankelijke persoonlijkheid.

Covid-19

Pier Giorgio Carizzoni raakte eind oktober 2020 besmet met het Covid-19 Pier Giorgio Carizzoni 1955-2021virus. Na opname in november heeft hij het ziekenhuis niet meer verlaten. Afgelopen maand ging eindelijk het beter en kon hij zelfstandig ademen en stap voor stap aan rehabilitatie beginnen. Helaas verslechterde zijn toestand rond Pasen opnieuw, raakte in coma en overleed op zaterdag 10 april in zijn geboortestad Milaan. Ciao Pier.

Aantekening

Voor details over de Vereniging Dioniso waarvan Pier Giorgio de oprichter en drijvende kracht was, zie hier (ook Engels).
Ik ben niet geheel zeker van het geboortejaar van Pier Giorgio en was tot nu toe niet in de gelegenheid het te verifiëren.

Etty Hillesum congres in Rome: december 1988

Wat wist men in Nederland van het Etty Hillesum Congres van 4 en 5 december 1988 in Rome?

Artikelen van Jan Louter teruggevonden

In het magazijn van onze uitgeverij, dat zich onder mijn huis bevindt, staat een pallet met een dozijn dozen gevuld met oud archiefmateriaal. Af en toe maak ik er een open, bekijk de inhoud en gooi wat weg kan in de papierbak. Tussen het pakje brieven dat ik vond, was er een van Jan Louter, die ik mij niet meer herinner. In de enveloppe een heel vriendelijk begeleidend ansichtkaartje van 14 januari 1989 met een winterse afbeelding van de Magere Brug in Amsterdam. Belangrijker zijn echter de fotokopieën van de twee artikelen die hij de maand daarvoor had gepubliceerd. Het kortste verscheen in Het Parool van dinsdag 6 december 1988. Het tweede, aanzienlijk langere artikel, was geplaatst in het NIW, Nieuw Israëlietisch Weekblad van vrijdag 9 december 1988.

In beide artikelen doet Jan Louter verslag van het Etty Hillesum Congres van 4 en 5 december 1988 in Rome, dat hij mogelijk als journalist had bijgewoond. Het bestaan van zijn artikelen was ik volledig vergeten.

Van links naar rechts: Nadia Neri, Giacoma Limentani, een adm mederw., Ted Meijer, Sergio Quinzio  en Romana Guarnieri. Op de eerste verdieping van het Nederlands Instituut te Rome. Foto © Maria Korporal.

Th.J. Meijer

Het tweedaagse Romeinse symposium over Etty Hillesum heeft het verloop van mijn leven in Italië in de jaren daarna bijzonder sterk beïnvloed. Tot op de dag van vandaag, zoals blijkt uit dit weblog.  Daarover zal ik het nu niet hebben. Naar aanleiding van de hervonden artikelen wil ik echter één persoon, bij wijze van dierbare herinnering en durende dankbaarheid, hier kort ter sprake brengen.  Ik bedoel Ted Meijer (1940-1997), de toenmalige directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome. Hij overleed op 15 augustus 1997. Over minder dan drie weken is dat 23 jaar geleden.

Het is te danken aan Meijers enthousiaste steun dat deze eerste internationale bijeenkomst over Etty Hillesum kon worden gerealiseerd. Ik had het project in 1987 bedacht en aan hem voorgelegd toen hij nog maar net in dienst was getreden. Hij stond direct achter het plan en verschafte er het institutionele kader voor. Dat was erg belangrijk, want het stelde mij in staat het als een cultureel project van het Instituut te presenteren en te organiseren.

De publicatie van de Hillesum-lezingen

Later zorgde Ted Meijer ook voor de financiering van de uitgave van het boek met de resultaten van de twee symposiumdagen. Het verscheen in 1990: L’esperienza dell’Altro, De ervaring van de Ander, waarin ik de vijftien lezingen had opgenomen. Het was de eerste uitgave van onze uitgeverij Apeiron Editori, die Maria Korporaal en ik in datzelfde jaar hadden opgericht. Dat was nodig, omdat geen enkele Italiaanse uitgever de teksten wilde publiceren. In het najaar van 2020 hopen wij het elfde boek over Etty Hillesum te publiceren.  Maar daarover volgt later meer.

Aantekeningen

Een Etty Hillesum expositie in Rimini

Een tentoonstelling over Etty Hillesum in Rimini.
In zeven dagen meer dan 12 duizend bezoekers.
Van de catalogus gaan ruim tweeduizend exemplaren weg.

Aangedikte aantallen? Geenszins. Ik heb de geduldig wachtenden zien staan, van ’s morgens tien tot ’s avonds rond elf uur, want ik was er drie volle dagen bij. Met de gelukkige organisatoren heb ik mij verbaasd over deze verheugend grote belangstelling!

De Meeting van Gemeenschap en Bevrijding

Als we deze Riminese gebeurtenis in de juiste verhoudingen zien, wordt het succes ervan inzichtelijker. De tentoonstelling was er één van de twintig die men tijdens de Meeting van Comunione e Liberazione (CL) in het beursgebouw van Rimini kon bezoeken. Deze populaire katholieke culturele manifestatie vindt traditiegetrouw plaats in de tweede helft van augustus. Dit jaar vierde men de veertigste editie. Het aantal bezoekers liep op tot ruim 800 duizend, die hun weg vonden in de 16 paviljoens. Onder hen waren vrij veel ‘buitenlanders’, want de Beweging CL is aanwezig in 90 landen. Er bestaat ook een Nederlandse afdeling: Gemeenschap en Bevrijding. Van de tentoonstelling zal ik later in deze Kroniek verslag doen. Hier volgen enkele opmerkingen over de catalogus die deze geslaagde Hillesum happening begeleidde.

‘De hemel leeft in mij’: Etty Hillesum’ [Il cielo vive dentro di me: EH] is de titel van de tentoonstelling en de catalogus. Lezers van Hillesums dagboek herinneren zich wellicht dat het een citaat is uit de aantekening van 15 september 1942:

Maar eigenlijk is het toch veel eerder zo: de hemel leeft in mij. Alles leeft in mij. (Etty Hillesum, Het Werk, p. 544.)

Het motief

Het motief dat de samenstellers van de tentoonstelling en de catalogus tot gids was, ligt in deze woorden vervat. Men wilde Hillesums religieuze ontwikkelingsgang volgen en documenteren. In het  Italiaanse katholicisme wordt dit gewoonlijk aangeduid met de term ‘il cammino’ ­– ‘de weg’ naar een religieuze bewustwording, naar het vinden van God. Volgens de titel gaat om het zich gewaarworden van de presentie van God in zichzelf.

Hillesum wordt gepresenteerd als een bij uitstek herkenbaar voorbeeld voor hen die een soortgelijke ‘weg’ zouden kunnen of willen gaan. Ik zou, denkend aan herkenbaarheid, kunnen verwijzen naar het beroemde eerste vers van Dante’s Hel: ‘Nel mezzo del cammin di nostra vita’… Vandaaruit komt men als vanzelf bij Paulus’ Tweede Brief aan de Korintiërs (2:5) terecht.  Van het Italiaanse  ‘cammino’ is de werkwoordsvorm: ‘camminare’: gaan, lopen, en veronderstelt dus een actieve rol van het zoekende subject. De enthousiaste samenstellers van het Hillesum-project beoogden deze zoektocht te ongetwijfeld te stimuleren.

Bewustwording

De zoektocht of het proces van bewustwording van Etty Hillesum wordt in de catalogus stapje voor stapje gedocumenteerd. Voor niet weinig Italiaanse Hillesumlezers is het thema van de bewustwording van de aanwezigheid van God in zichzelf één van de meest inspirerende motieven in het dagboek en de brieven. Sinds de publicatie in 1986 van de Italiaanse vertalingen van Het verstoorde leven (1e editie Amsterdam, 1982) en het volledige werk in 2012, wordt het door vooral religieuze auteurs in kortere of langere publicaties behandeld.

Gewoonlijk komt dat neer op een hervertelling zonder nieuwe feiten waarbij de keuze van de citaten uit Hillesums werk zelden op duidelijke criteria is gebaseerd, maar veeleer de persoonlijke visie (of missie) van de auteur weerspiegelt. Bij  een dergelijke aanpak domineert de religieuze interpretatie, niet zelden uitlopend op een bijna bekering, en gaat ten koste van de historisch-culturele en geografische context. Dit was in Rimini niet aan de orde. De aanpak was open naar anderen.

Een Etty Hillesum expositie in Rimini
Afbeelding catalogus

De expositie bood de bezoekers een zeer nauwe samenhang tussen woord en beeld. In de catalogus vindt men die terug. Natuurlijk maakt men ook hier keuzen, zoals blijkt uit de titel, maar dit is gekoppeld aan het tweeledige perspectief waarin het project is geplaatst. Naar binnen toe verdiepend door ruime aandacht te schenken aan de historische en culturele achtergronden van de gebeurtenissen in Nederland èn van Etty Hillesum en haar familie, naar buiten toe verbredend door de plaats die de tentoonstelling heeft gekregen in de context van de Meeting die zich afspeelt in de wereld van vandaag en zich vanaf de eerste editie kenmerkt door een sterk internationaal karakter

De catalogus

Hoe steekt het boek in elkaar? Het bestaat uit vier hoofdstukken voorafgegaan door een inleiding, een levensschets van Hillesum en afgesloten door een bibliografie. Indicatief zijn de (vertaalde) titels van de hoofdstukken:

  1. De bewustwording van zichzelf
  2. Zij besluit zich volledig in te zetten voor het leven
  3. De verhouding met God, met vrienden, met alles
  4. Etty in de levende herinnering van haar vrienden van nu

De hoofstukken 1 tot en met 3 documenteren Etty Hillesums spirituele ontwikkelingsgang aan de hand van een grote hoeveelheid zorgvuldig uit het dagboek en de brieven gekozen citaten. Ze worden begeleid door korte commentaren waarin de samenstellers verwijzen naar informatie over de historisch-culturele achtergronden.

In de catalogus heeft de redactie tevens een aantal citaten van deze auteurs (in volgorde van verschijnen) opgenomen: Elsa Morante, Eugenio Borgna, Marina Corradi, Romano Guardini, Julián Carrón, Luigi Giussani, Klaas A.D. Smelik. Deze citaten bieden extra informatie over de behandelde thema’s, zoals het lange citaat van Smelik over kamp Westerbork. Het is afkomstig uit de door mij bezorgde Italiaanse editie van Smeliks boekje Odio e amicizia. De citaten van Morante, Guardini, Carrón en Giussani hebben behalve een zekere affiniteit weinig met Hillesum uit te staan. Don Giussani (1922-2005) was de oprichter van CL en Julián Carrón is op dit moment de geestelijke leider van de Beweging.

In hoofdstuk 4 zijn zes essays opgenomen. Ze Ze zijn van de hand van zeven auteurs met een sterke betrokkenheid bij CL: Claudia Munarin, de regiseur van de video van 12 minuten die onderdeel van de tentoonstelling was: José Claverìa, de rector van een lyceum, Ombretta Malatesta, magistraat, Benedetto Grava, een Rilkekenner, Gianni Mereghetti, docent  filosofie, Davide Perillo, journalist, Marina Corradi, journaliste. Zij zijn allen afkomstig uit Milaan.

Aantekeningen

  • Il cielo vive dentro di me: Etty Hillesum, Società Editrice Fiorentina, Florence 2019. Afmetingen 20×24,5 cm, 79 pp., 23 illustraties. Zie hier een pdf van de inhoudsopgave (Italiaans). De zevenkoppige redactie: José Claverìa, Claudia Munarin. Marta D’Angelo, Ombretta Malatesta,  Paola Maria Sala, Benedetto Grava en Gianni Mereghetti.
  • Klaas A.D. Smelik, Odio e amicizia in Etty Hillesum, Apeiron Editori, Sant’Oreste, 2015.

Update in april 2021

In het eerste nummer van de Cahiers Etty Hillesum heb ik uitgaande van bovenstaande post een artikel gepubliceerd: “Een geslaagde culturele transfer belicht: De Etty Hillesum-tentoonstelling in Rimini, augustus 2019.” In: Etty Hillesum en de receptie van haar dagboeken. Klaas A.D. Smelik (eindred.) [Cahiers Etty Hillesum deel 1]. ’s Hertogenbosch/Turnhout: Gompel en Svacina, 2020, 111-121. Link: Cahiers Etty Hillesum

Lucrezia Lerro over Liefde: Etty Hillesum en Julius Spier

De schrijfster

Lucrezia Lerro schrijft romans en gedichten. Ze werd in 1977 geboren in het dorp Omignano in de Zuid-Italiaanse provincie Salerno, heeft opvoedkunde

Lucrezia Lerro over Liefde: Etty Hillesum en Julius Spier
Lucrezia Lerro.

gestudeerd in Florence en woont en werkt in Milaan. Ik neem deze summiere gegevens over van de Wikipediapagina die aan haar is gewijd. Ze heeft tot op dit moment negen romans gepubliceerd, vier bundels poëzie en een vijftal theaterstrukken. Haar romans zijn uitgegeven door Bompiani en Mondadori – dat zijn vooraanstaande Italiaanse uitgeverijen. Het laatste boek, La giravolta delle libellule, kwam in 2017 uit bij La nave di Teseo. Bij deze recent (2015) opgerichte Milanese uitgeverij was Umberto Eco nauw betrokken. Hij overleed echter kort voordat de eerste titel op de markt kwam.

Het boek waaraan ik hier enige aandacht wil geven, heeft zij in 2016 uitgebracht bij de katholieke uitgeverij San Paolo, die deel uitmaakt van het omvangrijke spectrum van Italiaanse religieuze uitgeverijen. San Paolo heeft een behoorlijk aantal boeken over Etty Hillesum in haar fonds.

Lerro’s boek heeft als titel ‘De aanstekelijkheid van de liefde: Etty Hillesum en

Omslag van de roman.

Julius Spier’ (Il contagio dell’amore. Etty  Hillesum e Julius Spier) en wordt gepresenteerd als fictie. De auteur verwijst in het nawoord op pagina 175 naar het dagboek en de brieven die haar tot inspiratie dienden: de Italiaanse edities van Het verstoorde leven en de brieven, die respectievelijk in 1985 en 1990 door Adelphi werden gepubliceerd, en besluit het boek met een biografische schets van de familie Hillesum (pp. 177-180).

Citaten van Hillesum

De roman bevat drie citaten uit Hillesums werk. De belangrijkste is de tekst van de briefkaart aan Christien van Nooten, die Etty Hillesum op 7 september 1943 uit de trein heeft gegooid op weg naar Auschwitz-Birkenau en waarmee de roman wordt afgesloten.

Aangezien het gaat om een fictionele tekst over personen die werkelijk hebben bestaan, laat de auteur haar werk voorafgaan door een waarschuwing: ‘Deze roman neemt slechts ten dele het werkelijke leven van Etty Hillesum als uitgangspunt.’ Hiermee geeft de schrijfster zichzelf de vrije hand.

Het verhaal draait om de liefdesrelatie tussen Hillesum en Spier. Daarnaast wordt aan de verhouding tussen Etty Hillesum en haar ouders erg veel aandacht besteed. Andere personages worden wel ter sprake gebracht – Pa Han, Maria Tuinzing – maar krijgen geen invulling. De andere thema’s zijn het schrijven en het geloof. De optiek van waaruit de roman is geschreven is de liefde.

Een thema

In ‘De aanstekelijkheid…’ wordt verteld dat Etty Hillesum van Spiers ‘patiënte’ opklimt naar diens medewerkster en hoe deze ontwikkeling gepaard gaat met de ontluikende en beantwoorde wederzijdse liefdesgevoelens. Hoewel ook over het erotische aspect van hun relatie wordt gesproken, blijkt nergens dat de relatie verder is gegaan dan het worstelen als onderdeel van de therapie. De dood van Spier door een ‘hartinfarct’ betekent het einde van de relatie en zijn we ook bijna aan het einde van het verhaal.

Met Han Wegerif – de andere geliefde – had Hillesum méér dan een platonische relatie. Hij is een constante aanwezigheid voor én na haar kennismaking met  Spier. Lerro thematiseert in haar roman de kwestie van de abortus (117) en wordt het een ‘ongelukje’ genoemd. De abortus wordt niet gemotiveerd door de oorlogsomstandigheden, maar door het privé-leven van Pa Han.

De roman

Lerro beperkt het verhaal ruimtelijk tot Amsterdam. Etty en haar broers wonen bij hun ouders in de Gabriël Metsustaat. Spiers woning is in de Courbetstraat, maar die ligt in de roman aan een gracht want daarop kijkt Etty uit als zij voor het raam staat. Kamp Westerbork komt wel ter sprake, maar alleen als plaats waar de Joden vanuit Amsterdam naar toe worden gedeporteerd.

In het eerste hoofdstuk presenteert Lerro de ouders Hillesum waargenomen door de dan 14 jarige Etty. Vader Hillesum, in de roman Levi, wordt gedomineerd door zijn vrouw, hier Rebecca, die zich obsessief met het eten inlaat en bovendien voortdurend ruzie zoekt met haar echtgenoot. We vernemen niets over hun achtergronden, behalve een verwijzing naar de Russische afkomst van Rebecca. Deze negatieve karakterisering van de ouders is in lijn met de Italiaanse studies van vóór de publicatie van de integrale editie van het dagboek in 2012. Aangezien de selectie door meer mensen wordt gelezen dan de integrale editie, blijft dit verwrongen beeld domineren.

In het eerste en tweede hoofdstuk zien wij twee termen die de toon van de roman zetten: gebed, ‘preghiera’, de 14-jarige Etty knielt voor het slapengaan naast haar bed en bidt voor haar ouders, p. 14; en vergeving, ‘perdono’, p. 21. Etty had een vriendin toevertrouwd: ‘Macht wil voor mij zeggen vergeven.’

Hoofdstuk 7

Uit de laatste alinea van hoofdstuk 7 blijkt dezelfde tendens om aan het romanpersonage Etty Hillesum een christelijke karakter te geven:

– Weet U wat het verschil is tussen iemand die gelooft en een ander die niet gelooft ? vroeg Etty aan hem (= Spier)

– Zeker. […] Iemand die gelooft, heeft het leven lief en is in staat op eigen benen te staan, zichzelf tot steun te zijn. […] Nederig kan men slechts worden als men de toegebrachte kwetsingen vergeet.’ (72-73)

Vooral de laatste zin over het achter zich laten van de kwetsingen, van het door anderen berokkende leed, deed mij denken aan de autobiografische roman van Giacometta Limentani (1927-2018), waarin zij vertelt over het antisemitische geweld waarvan zij en haar familie onder het fascisme van Mussolini vanaf 1938 slachtoffer werden. Het is onwaarschijnlijk dat zij de agressie zal vergeten, maar dat betekent niet dat zij de nederigheid, de liefde voor anderen en voor het leven niet kende. Integendeel, zij was in geen enkel opzicht vervuld van haat en bewonderde de moed van Etty Hillesum.

Nederigheid is een nastrevenswaardige deugd. In boven geciteerde zin doet het echter meer denken aan de christelijke nederigheid, die past bij de ‘christelijke’ Etty die de auteur voor de lezer neerzet. Een Etty die vrijwel geheel is ontdaan van haar Joodse achtergrond. De liefde tussen Hillesum en Spier blijkt een voorstadium van de Liefde met een hoofdletter, de menselijke liefde voor God en Gods Liefde voor de mens.

Tot slot

Hier is een gedreven schrijfster aan het woord. De zesentwintig korte hoofdstukken – van gemiddeld 6,2 pagina’s – zijn geschreven in een goed lopend hedendaags Italiaans dat de aandacht van de lezer vasthoudt tot aan het laatste bladzijden. Het verhaal moge zich dan afspelen in Amsterdam, het is ontdaan van alle eventuele storende locale – lees: Nederlandse – culturele elementen. Dat geldt evenzeer voor de historische context, die  vrijwel volledig ontbreekt. De volgens dit bestek gecreëerde romanpersonages, voegen zich moeiteloos in de Italiaanse context en komen bij een Italiaanse lezeres of lezer daarom bijna vertrouwd over.

Niet iedereen zal deze werkwijze toejuichen en meer feitelijke informatie hebben verwelkomt. Maar in een land waar de historische en hedendaagse kennis over de Lage Landen bijzonder gering is, lijkt deze reductieve aanpak voor hen die werkzaam zijn in de culturele sector een onvermijdelijke keuze. Ik vind dat jammer en zou mij van de kant van Italiaanse schrijvers, filmmakers en uitgevers meer durf en inspanning wensen.

Lucrezia Lerro is zeer actief op Facebook.

Etty Hillesum in tien liederen: een kinderboek

Matteo Corradini

Een kinderboek over Etty Hillesum in tien liederen. Het sprak mij direct aan toen ik het boek zag. De Italiaanse schrijver en hebraïst Matteo Corradini heeft in februari 2017 een voor jeugdige lezers gedacht boek over Etty Hillesum  gepubliceerd. Het is alleen in het Italiaans  beschikbaar en daarom geef ik eerst een werkvertaling van de titel: ‘Wij zijn zingende vertrokken. Etty Hillesum, een trein, tien liederen.’ [Siamo partiti cantando. Etty Hillesum, un treno, dieci canzoni, Palermo, rueBallu edizioni, 2017. Illustraties van Vittoria Facchini.] Corradini is niet de eerste die een zinssnede van Etty Hillesum gebruikt voor de titel van een boek over haar. Ik moest denken aan het in 2003 uitgekomen ‘Wachten jullie op mij?, samengesteld door Ria van den Brandt en Klaas Smelik, en waarvan in 2016 een nieuwe sterk uitgebreide editie beschikbaar kwam. Een vroeg Italiaans voorbeeld is het boek uit 1998 van Graziella Merlatti, die de woorden ‘denkend hart’ (Het Werk, 545) in de titel had opgenomen, en Isabella Adinolfi, die ‘een onneembare vesting’ (Het Werk, 518) heeft gebruikt voor de titel van haar boek uit 2011.

Corradini benut de zin ‘Wij zijn zingende uit dit kamp vertrokken […]’, die we kunnen lezen in Hillesums laatste ons bekende getuigenis: de briefkaart van 7 september 1943 aan Christine van Nooten (Het Werk, 702). Het was een gewoonte geworden om briefkaarten uit de deportatietrein te werpen. Op Etty Hillesums kaart van 7 september 1943 staat het poststempel van Glimmen, dat in de buurt van Haren ligt, een station op de spoorlijn Zwolle-Groningen. Sinds de jaren twintig was daar een aftakking voor het baanvak richting Nieuweschans gemaakt en dat gaf de gelegenheid – de trein reed immers langzaam vanwege de wissel – om kaarten uit de wagons te gooien. Ze werden door omwonenden opgeraapt en gepost.

De Italiaanse versie van de zinsnede ‘wij zijn zingende […] vertrokken’ luidt: ‘siamo partiti cantando’ en is bijzonder geschikt als titel voor een boek, niet in het minst vanwege de precieze en mooie vertaling. Minder elegant vind ik, dat de auteur de vertaalster Chiara Passanti niet noemt. Van haar hand zijn de eerste Italiaanse vertalingen van de selecties uit Hillesums dagboeken (It. ed., 1985) en brieven (It. ed., 1986). En van haar is dus ook de vertaling van de briefkaart. In zijn boek ontbreekt trouwens elke verwijzing, noch naar de integrale Italiaanse edities van Etty Hillesums werken, noch naar andere bronnen en teksten.

Om de woorden uit de briefkaart draait heel het boek van Corradini, dus in feite om het vertrek van Etty Hillesum, haar ouders en Mischa op dinsdag 7 september 1943. Hij heeft het eerste introducerende hoofdstuk ‘Vaarwel’ genoemd, en het afsluitende twaalfde ‘Gebed’; tezamen vormen zij het kader waarbinnen het verhaal zich in tien hoofdstukjes voltrekt. Corradini kiest niet voor een anonieme verteller, maar voor ik-persoon, die de lezer, klein of groot, vanaf de eerste zinnen gemakkelijk kan herkennen als Etty Hillesum. Het resultaat is een naar de vorm autobiografische tekst, geschreven door iemand die zich in een trein bevindt en af en toe melding maakt van wat zij ziet als ze naar buiten kijkt, maar die vooral haar herinneringen aan geliefde personen, plaatsen en gebeurtenissen uit haar recente verleden aan het papier toevertrouwt. In deze zin sluit dit boek mooi aan op de authentieke dagboekteksten die voor Corradini de inspiratiebron waren.

Zijn boek opent met de zin: ‘Ik weet niet meer welk lied het was, maar we zijn zingend vertrokken.’ (15) Op de vraag die de auteur in deze zin heeft verpakt, worden tien antwoorden gegeven in de tien hoofdstukjes die hij liederen heeft genoemd en zijn opgebouwd uit een kort stukje proza, waarin het onderwerp ter sprake wordt gebracht en dat vervolgens uitgewerkt wordt in paragraafjes die ‘strofe’, ‘refrein’ en soms ‘variant’ heten. Zo ontstaat een hechte en zorgvuldig gestructureerde narratio waarin de treinreis en het eindpunt – dat niet wordt genoemd, maar we weten allemaal wat het eindstation was – voor een uitnodigende spanningsboog zorgen.

Na het eerste ‘Lied over de boom’ volgt het ‘Lied over het portret’ (Julius Spier), over ‘de zee’ (Mischa), over ‘schoonheid en  domheid’ (Etty Hillesum), over ‘de handen’ (Spier), over ‘de heide’ (kamp Westerbork), over ‘het nachthemd’ (de nacht voor het vertrek), ‘de maan’, ‘het potlood’ (schrijven) en het tiende lied gaat over ‘het huis’ (de wereld). Het zijn belangrijke thema’s in Hillesums dagboek.

Het aantal liederen is bepaald op tien, maar zou gemakkelijk kunnen groeien, want uit niets blijkt een dwingende logica die dat  aantal zou voorschrijven. De beperking wordt mijns inziens ingegeven door de omvang die de uitgever voor de serie ‘Jeunesse ottopiù’ heeft vastgesteld en waarvan de naam een indicatie is voor de doelgroep: kinderen van acht jaar en ouder. Corradini had overigens in 2015 al een boek over Chopin in dezelfde reeks gepubliceerd, dat volgens hetzelfde strakke schema is opgezet.

De twaalf kleurenillustraties van Vittoria Facchini richten zich eveneens op deze leeftijdsgroep. De Etty Hillesum die zij afbeeldt, is niet een vrouw van 29 jaar, maar een tiener. Waar het een jeugdherinnering betreft, zou dit nog aannemelijk zijn, maar in veel gevallen ontstaat er een zekere discrepantie. Hillesum was immers ver in de twintig toen zij het dagboek schreef en de 29 lang voorbij op de dag dat zij werd gedeporteerd.

Corradini vertelt aan zijn jeugdige lezers het verhaal van het vertrek, de reis, maar vooral wat Etty Hillesum dacht en voelde. Aan de hand van twee thema’s zal ik onderzoeken of hij daarin naar mijn mening is geslaagd. Eerst bespreek ik de rol van Julius Spier en daarna het thema van de boom. Beide onderwerpen doortrekken heel het verhaal en lenen zich daarom voor verdieping.

Het lied van de handen

Dit boek doet recht aan Julius Spier. In de vroegere Italiaanse Hillesum-receptie werd hij veelal als een ‘oplichter’ terzijde geschoven. Men kwam vrij snel tot dat oordeel, omdat tot 2012 alleen de tekst van de eerste dagboekselectie beschikbaar was, waarbij bovendien bedacht moet worden, dat een groot deel van de tekst van het eerste dagboekcahier was geschrapt door de toenmalige bureauredacteur van Adelphi, want irrelevant geacht. Met de publicatie in november 2012 van het volledige dagboek in het Italiaans zijn de gronden voor dit type oordeelsvorming weggenomen.

In het zesde hoofdstuk, het ‘Lied van de handen’, legt Corradini’s Etty Hillesum gedetailleerd uit hoe zij bij Spier de afdrukken van haar handen maakte en beschrijft het resultaat: ‘Een precies en zwart teken, met microscopische lijnen, duizenden tekens: het waren mijn handen. Het was mijn geschiedenis. Niet mijn toekomst, nee: S. was geen oplichter. Hij  sprak over het heden, niet over de toekomst.’ (64) Aanvankelijk was zij zeer sceptisch over de pretentie van de psychochiroloog dat hij via de handen iets zinnigs over iemands innerlijk zou kunnen zeggen. Kritisch schrijft  Corradini/Hillesum: ‘Hoe kun je iets zeggen over hoe een huis is gemeubileerd, als je alleen de voordeur ziet? Dat is absurd.’ Maar dan – ik parafraseer – maakt ze de vergelijking met een kers die Spier in haar hand legt. Hij zag glimlachend toe, omdat ik wist hoe een kers smaakt en waar zij groeit. Een blik op de buitenkant van de vrucht was voldoende. (62-62) Deze vergelijking lijkt me enigszins gewaagd, maar is in het verhaal functioneel, omdat het haar twijfels omtrent Spier wegneemt. Maar Corradini gaat nog een stap verder: Hillesums handafdrukken op het papier worden in het laatste refrein geassocieerd met handen op een landkaart. En daarmee doet de oorlog zijn intrede, want op die kaart is het front aangegeven, de reis naar het oosten, de grenzen die de trein is gepasseerd, de nazi’s (67) die dit alles hebben georganiseerd. ‘Ik volg met mijn vingers de contouren van de horizon, voor me zie ik de bruggen, de kanalen, de heuvels en ga er met mijn vingers langs. En dan de kampen, en ik probeer de ons welgezinde personen tussen de struiken te onderscheiden. Maar het lukt mijn handen niet eens om de deuren van deze wagon openen, laat staan dat ze iets zouden kunnen veranderen. Ieder van ons is het front. En de toekomst is niet geschreven in onze handen, maar is waar men ons heenvoert.’

In luttele pagina’s maakt Corradini door zijn verhalende tekst een serie onderwerpen inzichtelijk, die in een zakelijke tekst veel uitleg zouden vergen en beperkt toegankelijk zou zijn. In het derde hoofdstuk, ‘Lied over het portret’, is de liefde tussen Spier en Hillesum het uitgangspunt. Maar wie over de liefde vertelt, komt al snel op het hart. Dat schept de ruimte om ‘het denkende hart van de barak’ ter sprake te brengen. Maar eerst wordt Spier voorgesteld en uitgelegd wat een chiroloog doet: ‘hij bekijkt je handen om te kunnen begrijpen wat er in je hoofd gebeurt’. (33) De verbinding tussen Spier en het denkende–hart–thema wordt gelegd, als Hillesum in haar schaarsverlichte kamer op een foto zijn gelaat aanschouwt, en waardoor zij de ervaring heeft, dat er in haar innerlijk een licht wordt ontstoken. In kamp Westerbork komt deze dankzij Spier verworven innerlijke kracht of inspiratie tot vorm in de zo frequent geciteerde zin ‘Het denkende hart van de barak.’ (Het Werk, 545, en varianten erop: ‘[…] laat mij dan het denkende hart van deze barak mogen zijn. Ik wil het weer zijn. Ik zou het denkende hart van een heel concentratiekamp willen zijn.’ (Het Werk, 575)

Het lied van de boom
De tiener Etty stal kersen van een boom (het platteland van Deventer?)  die eigendom was van een boer, die dan wel niet wist hoe zij heette, maar die er niet aan twijfelde dat zij Joods was en haar ‘lelijke woorden toeschreeuwde’. (25) Ook haar ouders, haar huis en zelfs haar poes  moesten het ontgelden. De verwijzingen naar het antisemitisme zijn impliciet, maar voor wie ze wil zien, zijn ze er.

Misschien was het lied dat in de wagon werd gezongen, gewijd aan ‘de bomen die wij zagen vanuit de wagon, toen wij Westerbork verlieten, of misschien aan een enkele boom, of aan één boom.’ (27) Onder een boom heeft Etty de mooiste kus van haar leven gegeven, schrijft zij. Aan Julius Spier.

Bomen keren terug in het afsluitende hoofdstuk, als de trein zijn bestemming lijkt te naderen. Uit de wagon ziet zij nieuwe aanplant van bomen en struiken. Wie plant er nu midden in de oorlog nieuwe bomen? Dat doen alleen zij die iets te verbergen hebben: de massagraven waarin Joden zonder naam liggen en waarover reeds lang bomen en struiken groeien. Om de moorden te verbergen.

Maar dat was tevergeefs. Het boek sluit af met dit beeld: ‘Boven ons groeien de planten. Hun wortels komen tussen onze armen alsof ze ons willen omvatten. Stukje bij beetje veranderen ook wij in takken en schors. Spelende kinderen klimmen in onze takken om kersen te stelen.’ Van de kersenboom uit het eerste lied, via het kersendiefje Etty, naar de bomen in de bossen van Oost-Europa en daarna – maar dan zijn we al buiten het boek beland – in heel de wereld waar duizenden bomen voor de rechtvaardigen worden geplant. Wat ook in gedachte komt, is het Joodse ‘Nieuwjaar van de bomen’, het Toe Bisjvat, dat valt op 15 Sjevat, eind januari, begin februari. Op deze feestdag planten Israëlische schoolkinderen in het hele land jonge boompjes.

Conclusie
Corradini heeft over Etty Hillesum een liefdevol boek geschreven. Zij doet daarin het woord, ook al spreekt zij met die van de auteur. De enige ‘bijbedoeling’ lijkt mij er een van didactische aard. Corradni’s teksten bieden de lezers in de beoogde doelgroep talloze aanknopingspunten: enerzijds de beweegredenen van Etty Hillesum om haar gevoelens, gedachten en ervaringen op dat specifieke moment in haar leven in een dagboek onder woorden te brengen, anderzijds om de complexe historische context waarin zij dat deed, aan de jongere generaties te begrijpen. Wie dit boek ter hand neemt om hieraan een steentje bij te dragen, moet uitleggen dat Etty Hillesum geen poes had (Lied van de boom), en dat er rondom kamp Westerbork in de oorlogsjaren geen bomen stonden, zoals nu het geval is. Maar dit zijn details die niets af doen aan Corradini’s verdiensten, integendeel zou ik zeggen; maar ik ben ietwat bevooroordeeld, want ik houd van bomen en ben dol op katten.

Bijgewerkt op 1 maart 2021.