Het Colosseum van de kunstenaar Scipione

Ongewone afbeeldingen van het Colosseum vindt men slechts bij toeval, in moeilijk toegankelijke archieven en in ‘onvindbare’ publicaties. Op zondag 11 maart jongstleden kreeg ik een aantal boeken toegestopt waaronder een katalogus waarin de tekeningen van de kunstenaar ‘Scipione’  bijeen zijn gebracht.  Scipione was het pseudoniem van Gino Bonichi die in 1904 in Macerata werd geboren en 29 jaar oud aan tuberculose in Rome overleed.  Scipione was beeldend kunstenaar maar schreef ook verzen. Hij was onder meer bevriend met de letteraat Enrico Falqui en de dichter Giuseppe Ungaretti. Hij behoorde tot de eerste generatie kunstenaars van de Scuola romana.

De hier gereproduceerde tekening van Scipione stamt uit 1930 en is  bijzonder omdat de oostelijke kant van het monument wordt afgebeeld.

Het Colosseum, ca. 1930. 26 x 33 cm.

De meeste afbeeldingen zijn van de west en zuidzijde van het gebouw en zijn omgeving. Voor een juist begrip: de westzijde is waar de kassa’s en de ingang zijn. De triomfboog van Constantijn staat ook aan deze kant. De zuidkant is waar men het monument verlaat.  De kunstenaar heeft de omgeving van het monument in een onbestemd landschap veranderd. Volgens getuigenissen van tijdgenoten tekende Scipione onafgebroken, obsessief. Hier gaat het om een gewassen inkt tekening.

Ter vergelijking een foto van het Colosseum waarop men de situatie in 1935 kan zien vanuit ongeveer dezelfde gezichtshoek. Het traject van de tram is in de loop

Het Colosseum in 1935.

van tachtig jaar niet of nauwelijks veranderd. De tram ter rechterzijde is op weg links af te slaan, in de richting van Caelius, om uit te komen bij het Circus Maximus. De huizen links bestaan niet meer. Ze werden in 1936-37 gesloopt om plaats te maken voor een nieuw gebouw. Bij die werkzaamheden kwamen de resten van één van de gladiatorenscholen aan het licht. Men kan er nu in de diepte de archeologische opgravingen bewonderenvan de Ludus Magnus. Aan de rechterkant ziet men nog net een stukje van de Colle Oppio. De andere tram rijdt verder op de via Labicana in de richting van het plein San Giovanni, waar zich de Sint-Jan van Lateranen bevindt.

Het Colosseum, 1931. 35 x 42 cm.

De tekening van Scipione is een studie voor het schilderij dat hij in 1931-1932 had voltooid en dat hier links wordt afgebeeld.

Het behoort tot de vijf beroemde ‘vedute’ (panorama’s) op de eeuwige stad: Piazza Navona, Piazza del Laterano, Ponte degli Angeli – Engelenbrug – en La via che porta a San Pietro.

Het laatste schilderij (titel vertaald: ‘De straat naar de Sint-Pieter’) en ‘Het Colosseum’, laten een stukje van de stad zien voor de ‘stadsvernieuwer’ Benito Mussolini er de pikhouweel opzette (zie de foto’s op het web). Niet toevallig had de Duce de bijnaam ‘de grote pikhouweel’ gekregen, nadat hij in oktober 1936 met een slag

La spina di Borgo, Roma, 1936.

van zijn houweel  (‘piccone’) het startsein had gegeven voor de sloop vande middeleeuwse gebouwen die stonden op de plaats waar in de loop van 1937 de via della Conciliazione zou worden voltooid.

Maar toen was de  schilder Scipione al overleden.

Nota

Giuseppe Appella, Scipione. 306 disegni, Edizioni della Cometa, Rome, 1984, p. 194.

Valerio Rivosecchi, “Scipione”. Zie het hoofdstuk in: Netta Vespignani (red.), Nove maestri della Scuola Romana: Donghi, Fazzini, Ferrazzi, Mafai, Pirandello, Raphaël, Scipione, Trombadori, Ziveri, SEAT, Turijn, 1992, pp. 152-185.

Het Colosseum blijft overeind

Ets van G. Le Brun, de arena van het Colosseum.

Over het Colosseum kan men in de literatuur allerlei legenden en curiosa vinden. Bij voorbeeld dit epigram  van de Angelaksische monnik, kerkleraar en heilige Beda.

Quandiu stabit Colyseus stabit et Roma

Quandiu cadet Colyseus cadet et Roma

Quandiu cadet Roma cadet et mundus.

Een Italiaanse vertaling kreeg ik toegestuurd van een vriend:

Fino a quando starà in piedi il Colosseo starà in piedi anche Roma / Quando cadrà il Colosseo cadrà anche Roma / Quando cadrà Roma cadrà anche il mondo.

Een Nederlandse vertaling lijkt hier overbodig.

In welke van de werken van de heilige Beda dit puntdicht voorkomt kan ik niet zeggen. Beda leefde in de achtste eeuw na Chr. en het kan niet ontkend worden, dat hij het na meer dan tien eeuwen bij het rechte eind had: Rome is in tact gebleven. En aangezien er in de komende jaren door een sponsor ten behoeve van het onderhoud en voor een opknapbeurt rond vijfentwintig miljoen euro in het Colosseum zal worden geïnvesteerd, zal het ook met de eeuwige stad voorlopig wel goed gaan.

De afbeelding van G. Le Brun lijkt inderdaad een gezicht op de arena van het Romeinse Amfitheater, maar ik heb nog geen bevestiging kunnen vinden.